Review

Muziek graaft naar de oergrond van het leven

Muziek is metafysischer en diepzinniger dan andere kunsten.Aldus Friedrich Nietzsche in zijn jonge jaren. Hij dweepte metde opera's van Richard Wagner, van wie hij zich later juistdistantieerde.

'Tegenwoordig vind ik het een onmogelijk boek', schrijftFriedrich Nietzsche, met enige schaamte terugblikkend op zijneersteling, 'De geboorte van de tragedie uit de geest van demuziek'. Hij beschouwde het als een jeugdzonde - toen hij hetschreef was hij midden in de twintig.

Niettemin had het boek succes, in de eerste plaats bij devriend aan wie hij het had opgedragen. Dat was niemand minder danRichard Wagner, die op het toppunt van zijn roem verkeerde.Nietzsche dweepte niet alleen met zijn muziek maar ook met zijnideeën over muziek. In zijn opdracht schreef hij dat alles inzijn boek was bedacht alsof Wagner bij het schrijven persoonlijkaanwezig was geweest. 'De geboorte' was Wagner dan ook op hetlijf geschreven. Hij liet zijn vriend weten: 'nog nooit heb ikiets mooiers gelezen.'

Een jaar tevoren had Wagner in zijn studie over Beethovende theorie verdedigd dat muziek niet dient te worden beoordeeldnaar de maatstaf van de schoonheid, die van toepassing is op deoverige kunsten. Dit zette Nietzsche, sinds kort hoogleraar inde klassieke filologie, aan tot zijn onderzoek naar de Grieksetragedie. Dankzij Wagners 'Beethoven' kon hij nu breken met degangbare esthetica, waarin muziek alleen maar één van de'schone kunsten' was, en zeker niet de voornaamste.

Maar die breuk was al bewerkstelligd door Wagners wijsgerigeidool Schopenhauer, die in zijn boek 'De wereld als wil envoorstelling' de muziek had beschouwd als de directe uiting vande 'wil', de innerlijke, in lichamelijke strevingen engemoedsbewegingen voelbare oergrond van de wereld. De overigekunsten wees hij toe aan het domein van de voorstelling, dezintuiglijk waarneembare wereld, die niet meer is dan uiterlijkeschijn. Muziek, althans de echte, graaft naar de diepe kern vanhet bestaan. Zij is de metafysische kunst.

Nietzsche, die zich op zijn beurt tot Schopenhauerbekeerde, vat deze tegenstelling in de begrippen die in decultuurfilosofie enige furore hebben gemaakt: de muziek is'dionysisch', de andere kunsten zijn 'apollonisch'. Dionysus wasde god van de wijn, van de roes en de vervoering; Apollo, dezonnegod, de 'glanzende', was de god van de helderziendheid ende droom, van de schone schijn en van de schone kunsten. Beidegoden verhouden zich als licht tot duisternis, vrolijkheid totlijden, maat tot mateloosheid. Apollo was, met zijn lier,weliswaar ook de god van de muziek maar dan, volgens Nietzsche,alleen van de maat en het ritme daarin; in haar diepste wezen,in melodie en harmonie, is de muziek dionysisch van oorsprong.De Griekse tragedie, het schouwspel dat ontstond uit mythe enkoorzang, is de kunstvorm waarin de dionysische en deapollonische bronnen van de kunst zich op volmaakte wijzeverenigden.

Door vakgenoten werd deze theorie met de nodige scepsisontvangen. Nietzsche begreep later ook zelf maar al te goed dathij nauwelijks bewijzen had aangedragen. Eigenlijk gaat hetvooral over zijn eigen tijd. Hij beschreef hoe het door de mythengedragen levensgevoel van de Grieken ten onder ging door derationele geest, belichaamd in de figuur van Socrates en laterin de cultuur van Alexandrië, centrum van de wetenschap. Toenpas werden de Grieken optimistisch en 'vrolijk' - ze vonden deidylle uit.

Eenzelfde tegenstelling ontwaart Nietzsche in de moderne tijd,tussen de Duitse en de romaanse (lees Franse) cultuur. In wezenwas de Duitse cultuur altijd al tragisch, in de koraalmuziek vanLuther, later bij Bach en Beethoven. Maar die tragiek werdoverspoeld door de vrolijke oppervlakkigheid en hetverlichtingsoptimisme van de Fransen.

Nietzsche schreef het boek tijdens de Frans-Duitse oorlog van1870-71, die hij op zijn eigen, filosofische wijze voerde. Ookbij hem zegevieren de Duitsers, onder aanvoering van Wagner endiens mythologische opera's. Tevoren was de opera vooral idyllegeweest, romaanse oppervlakkigheid, maar Wagner maakte ertragische kunstwerken van, die in metafysische zeggingskracht endiepzinnigheid konden wedijveren met de beste Griekse tragedies.

Nietzsche werd later zelf de felste criticus van zijnjeugdig gedweep met de 'Duitse geest'. Hij keerde zich faliekanttegen Wagner. In de 'oneindige melodie' van diens muziek kon jealleen maar zwemmen, omdat je elke vaste grond onder de voetenverloor. Maar muziek is om te dansen. Nietzsche leert Mozart tewaarderen, die godzijdank geen Duitse componist was, en delichtvoetige opera's van Bizet, uiteraard een Fransman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden