Muziek als troost

Bij de aankondiging dat in de prestigieuze serie 'Van de schoonheid en de troost' nu een groot musicus aan het woord zou komen, dacht ik terug aan een boekje dat ik meer dan veertig jaar geleden heb gelezen en dat mij destijds zeer gesticht heeft. Het heet 'de troostende muziek' en is in 1944 geschreven door de medicus en romancier Georges Duhamel (1884-1966); en zonder mij iets bijzonders van de inhoud van het essay te herinneren, voel ik nog de deining van de sonore Franse volzinnen in mijn oren gonzen. En voor iemand die daar gevoelig voor is, werkt sonoor altijd troostend.

Cornelis Verhoeven

Uit Schopenhauers Philosophie der Musik, handelend over de muziek als een uitdrukking van de kosmische wereldwil, voelde ik bij lezing, weer meer instinctief dan intellectueel, hele stukken Wagner opwellen. Geroutineerde marxisten zullen er wel een weerklank van de maatschappelijke verhoudingen in beluisteren. Muziek schijnt een weerloze kunst te zijn.

Maar het wonder dat een echte deskundige, in dit geval de Russische pianist en dirigent Vladimir Ashkenazy (1937), weet te verrichten is dat de dingen waarover hij praat, ineens in een heel ander licht komen te staan, niet verduisterd, vettig beslagen, geromantiseerd en tot dienstbaarheid aan een programma veroordeeld door de associaties en het vlotte theoretiseren van een a-muzikale peinzer. Want de kenner en professionele beoefenaar kan duidelijk maken dat de muziek er niet is omwille van iets anders, bijvoorbeeld expressie of weerspiegeling, vermaak of troost, maar om wat zij zelf en omwille van zich zelf is.

En wat ik ook weer meende op te merken: bijna alle muzikale mensen die ik ken, hebben naast hun raadselachtige en benijdenswaardige talent ook nog het vermogen zich helder en in mooi gevormde zinnen uit te drukken. De sobere en beheerste manier waarop Ashkenazy op verzoek van de interviewer het hachelijke thema van de troost besprak, zonder, zoals hij zelf aan het begin spottend zei, het hele universum erbij te slepen, maar ook zonder het thema als een dilettantisch verzinsel weg te honen, blijkt uiteindelijk zelfs een veel doeltreffender evocatie van de melancholie te zijn dan het dronken zwelgen dat wij misschien geneigd zijn toe te schrijven aan Slavische zielen. Ook wanneer Ashkenazy werk van Tsjaikovski of Rachmaninov uitvoert, lijkt het wel of hij juist dat pathos wil intomen.

Het verwonderde mij dan ook wel een beetje dat hij zich toch liet verleiden tot uitspraken als 'De klokken werpen een amberkleurig licht op de toekomst' en 'Het geluid van een symfonie-orkest is het hele universum.' En na wat geneuzel over God en hemel, waar hij niet veel raad mee wist, ('de hemel valt hier buiten') bleek zijn voorkeur uit te gaan naar Sjostakovitsj (1906-1975) die de onderdrukte Russen een sprankje hoop gaf. Het verrassende dat de interviewer aankondigde, was voor mij niet zozeer deze keuze, maar de uitspraak op het eind dat muziek voor hem zelf meer een zwaar werk was dan een troost. ,,Muziek kan alleen oppervlakkige troost bieden.' Hiermee leek hij zich wel los te maken van zijn interviewer die hij zo ijverig ter wille was geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden