Muziek als het landschap van Alaska

De ongerepte muziek van de Amerikaanse componist John Luther Adams is sterk verbonden met zijn woonplaats Alaska. Het zijn kruiende, bijna stilstaande lagen. „Ik wil dat muziek een verhoogde staat van ervaring is.”

Voor alle duidelijkheid: dit artikel gaat niet over die ene John Adams (middle name Coolidge), componist van ’Nixon in China’, ’The Death of Klinghoffer’ of ’Short Ride in a Fast Machine’. Om persoonsverwarring te vermijden met zijn steeds succesvollere naamgenoot, prikte John Luther Adams (die andere dus) zijn tweede doopnaam op een gegeven moment maar tussen zijn voor- en achternaam.

Afgezien van de naamsovereenkomst en de grote orkesten waarmee beide componisten graag werken, is John Luther Adams (1953) vooral heel anders dan zijn naamgenoot. Of eigenlijk dan al zijn collega’s, want sinds hij in de jaren zeventig in Alaska ging wonen, ver van de bewoonde wereld, is zijn muziek onlosmakelijk verbonden met die geografische locatie.

Adams’ muziek lijkt wel op de arctische landschappen waarmee hij zich als een van de weinige Alaskaanse componisten omringd weet. Muziek die overigens nooit ijskoud, maar wel overweldigend en ongerept is te noemen. Neem ’In the White Silence’ of ’For Lou Harrison’, orkestwerken die traag verglijden, in lange bogen, in wolken van geluid en in kruiende lagen, die bijna stil lijken te staan in de tijd.

Of neem zijn recente permanente museuminstallatie ’The Place Where You Go To Listen’ in zijn woonplaats Fairbanks: een ruimte die met klank, licht en kleur reageert op natuurlijke fenomenen zoals dag, nacht, regen, zon, onweer, aardbevingen en maanstanden. Eeuwigdurend, steeds veranderend, nooit voorspelbaar. Deze Adams doet aan ’lange tochten in langzame machines’ denken, zoals een criticus opmerkte.

Voordat John Luther Adams ging componeren, speelde hij rock-’n-roll in garagebands. Eerst covers, vervolgens eigen nummers. Op het moment dat de rock te beperkt werd, stuitte Adams op de muziek van Morton Feldman.

Adams: „Op mijn zeventiende kreeg ik een lp met vroege muziek van Feldman in handen. Het eerste nummer op die plaat was het stuk voor vier piano’s. Zoiets had ik nog nooit gehoord. Ik dacht dat ik in de hemel was beland. Die muziek bracht me naar plaatsen waar Pink Floyd gewoon niet kon komen. Dít wilde ik doen met mijn leven.”

Maar ook de academische wereld van het conservatorium werd hem al snel te benauwd. En dus besloot hij na zijn afstuderen in 1973 zijn eigen weg te volgen. Als een hedendaagse Henry Thoreau woonde hij op een boerderij in Georgia, waar hij het grootste deel van de tijd in de bossen doorbracht, om vogelgezang op papier te zetten.

Die experimenten mondden uit in ’songbirdsongs’, het eerste onmiskenbaar eigen werk. „Ik voelde me in die periode zoals Olivier Messiaen. De vogels waren mijn leermeesters. Hun gezang raakte een diep verlangen in me. Ik wilde een muziek ontdekken die helemaal van mezelf zou zijn. Of eerder een muziek die geworteld was in iets diepers, iets ouders dan menselijke geschiedenis en cultuur. Dat was waarschijnlijk jeugdige overmoed, want hoe kun je nou uit je eigen kader stappen? Maar toch probeer ik dat elementaire vast te houden. Ik zoek in mijn werk naar iets voorbij mijn eigen intellect of emoties.”

Die queeste naar wat in de romantiek wel het sublieme werd genoemd - naar het ongrijpbare en het vreeswekkende - voerde Adams in de zeventiger jaren naar Alaska. „Zover van de wereld als maar mogelijk was”, zoals hij zelf zegt. Achteraf gezien vormde zijn werk als milieuactivist een mooie aanleiding voor dat zelfverkozen kluizenaarschap. Adams raakte gaandeweg verliefd op het barre landschap en kwam erachter dat hij de muziek van zijn roeping moest schrijven. „Het is erop of eronder voor de mensheid”, zegt Adams. „Oftewel we veranderen ons gedrag nu rigoureus, of we sterven uit. Deel van de tijdgeest is dat we naar nieuwe wegen zoeken. Muziek speelt daar een centrale rol in. Omdat het zo’n krachtige ervaring is, kan ze ons bewustzijn van de wereld verdiepen. Op zijn eigen manier kan muziek net zoveel voor de wereld betekenen als activisme.”

Op de vraag of hij zichzelf beschouwt als spiritueel componist, antwoordt Adams dat hij aarzelt over dat woord, omdat het zo sterk verbonden lijkt met religie en met het fundamentalisme dat de wereld verdeelt: „En dan bedoel ik niet alleen moslimfundamentalisme, maar ook het fundamentalisme in Amerika. Ik beschouw muziek als mijn spirituele pad, als een spirituele discipline, geworteld in sensualiteit. Maar de term ’spiritueel’ wordt ook gebruikt om dogma’s mee te beschrijven. Dus ik zoek naar een nieuw woord, maar dat heb ik nog niet gevonden.”

Waar ook een nieuw woord voor gevonden moet worden, is het werk ’Strange and Sacred Noise’ voor percussie-ensemble. Het heeft alle elementen van een echte Adams. Het is indrukwekkend in zijn traag verglijdende klanken en met zijn tijdsduur van ruim zeventig minuten ontglipt je als luisteraar elke vorm van oriëntatie.

Maar anders dan de meeste orkestwerken kent ’Strange and Sacred Noise’ delen en is het niet uit één stuk opgebouwd. Bovendien is het niet zo etherisch als de werken voor orkest: de mathematische strengheid werkt even genadeloos als onpersoonlijk en de bulderende rauwheid is soms op het randje van te hard.

Het lijkt alsof Adams je uitnodigt om het andere gezicht te aanschouwen van het Alaskaanse landschap dat hij zo liefheeft; een ander aspect van Adams spiritualiteit misschien? „Ik weet niet eens of het wel muziek is. Maar het leidt nu zijn eigen leven en als componist ben ik gewoon weer luisteraar geworden”, zegt de componist over de cyclus.

Wie is die luisteraar voor Adams? „Als ik aan mijn publiek denk, is dat nooit een groep. Ik stel me een enkele luisteraar voor. Een vriend die ik al tijden niet meer had gezien, kwam na een concert naar me toe en zei: ’Het is geweldig om je muziek te horen. Het is zo mooi, zo eenzaam. Je zit er middenin en je bent vervolgens alleen’. En ik zei hem: ’Dat is precies wat ik wil. Ik wil de luisteraar uitnodigen een mooie of zelfs angstaanjagende plek te betreden en hem zijn eigen ervaring te laten hebben’. Er zijn tegenwoordig zoveel tweedehandservaringen waarbij je wordt gezegd wat je gaat horen, wat je hoort, wat je hebt gehoord en wat je erover moet denken. Ik ben daar niet in geïnteresseerd. Ik wil the real stuff, iets echts. Ik wil dat muziek een verhoogde staat van ervaring is, in plaats van een verhandeling of een illustratie.”

Slagwerkgroep Den Haag speelde onlangs de Europese première van de slagwerkcyclus ’Strange and Sacred Noise’; op zondag 7 mei nog te horen in de Grote Kerk in Veere. Geluidsfragmenten van dit stuk en van John Luther Adams’ ’Clouds of Forgetting, Clouds of Unknowing’ en ’The Light that Fills the World’ zijn te beluisteren op de website van Trouw, via de link: www.trouw.nl/lutheradams

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden