Review

Muze contra carrière

'Lang, heel lang geleden, / toen de worst en het spek aan de zoldering hingen / en de dieren nog wat te vertellen hadden, / woonde er ergens / - niet zo ver hier vandaan - / een meisje.'

Zo begint het pasverschenen 'Helden op sokken' van Annie Makkink (56), een kinderroman op leesniveau AVI-5 (dus door voorlijke zesjarigen al zelf te lezen), maar zo rijk aan symboliek, literaire verwijzingen, dubbele bodems, volks-poëzie, spreekwoorden en gezegden, dat je het ook als volwassene met plezier voor een tweede keer leest en dan nog nieuwe verborgenheden ontdekt.

Het is het verhaal van een meisje zonder naam, voor het gemak Zus genoemd, en haar tien broers, die Eén, Twee, Drie, tot en met Tien heten. De jongens, stoere knapen die 'stevig in hun schoenen staan', gaan elke dag op avontuur, wedstrijden doen. Eén, de jongste, is anders: hij houdt van zingen in plaats van hoogspringen, hardlopen, verspugen, pootje haken en armpje drukken. Net zo'n buitenbeentje dus als 'Wankja die Iwan heette' uit het gedicht 'De schalmei' van J. J. Slauerhoff, die het werken graag overliet aan zijn broers, die allen Peter heetten, maar zelf liever op zijn schalmei speelde. Beiden kiezen voor muze in plaats van carrière.

Intussen blijft het meisje thuis. 'Dat kan niet anders. / Er moet toch iemand op het huis passen?' is de om tegenspraak schreeuwende logica. Zij dopt de boontjes voor de jongens en zorgt dat het eten klaarstaat als ze thuiskomen.

'Maar op een dag.' Het zinnetje klinkt als de klaroenstoot die de ommekeer aankondigt. Het meisje wil mee met haar broers, maar zij verbieden het haar. 'Op Eén na.' Weer zo'n klein zinnetje met grote betekenis. Dan trekt ze 's nachts in het donker haar klompen uit en gaat stiekem zelf op pad. De denkende kat, hier symbool voor de sprookjeswereld, vergezelt haar op kousevoeten en geeft haar een kompas, en ook dat staat ergens voor.

De volgende nacht gaat ook Eén mee, maar niet nadat hij zijn schoenen heeft uitgetrokken en daarmee zijn imago van 'jongen van stavast' heeft afgelegd. Drie helden op sokken dus, maar, tégen de geijkte betekenis van dit gezegde in, wel degelijk echte helden, op zoek naar het onbekende, het avontuur, met slechts een kompas en een blauwe bal-met-ster die uit de hemel kwam vallen als richtingwijzers.

Het is ondoenlijk om hier recht te doen aan het verdere verloop van het verhaal inclusief alle betekenislagen, toespelingen, symbolen en spelletjes met taal en getallen. Elk zinnetje, hoe simpel ook, heeft zeggingskracht, lading, vaak poly-interpretabel. Er volgt een confrontatie tussen de drie avonturiers en de negen broers, en het meisje duikt de vallende ster na in het diepe, gevaarlijke meer waar de broers nooit in durfden. Ze blijft dagenlang onvindbaar, en de broers doen niets wezenlijks om haar te redden maar treuren wel om haar verlies. Als na onweer, monsters, angst en een bezwering waarvoor de broers hun schoenen hebben moeten uittrekken, het meisje eindelijk opduikt blijkt ze op de bodem van het meer haar naam - en dus haar identiteit - te hebben gevonden. Een naam die boekdelen spreekt. En met haar krijgen ook haar broers nu een naam, met stroop getekend op de pannenkoeken die ze nu samen maken.

Nee, deze weergave benadrukt teveel de emancipatorische wedergeboorte van het meisje en het feministisch ideaal anno jaren zeventig dat uit het verhaal spreekt. Die interpretatie ligt er voor volwassenen wel dik op, maar tegelijkertijd blijft het een lichtvoetig kinderverhaal waarin gejongleerd wordt met uitdrukkingen en liedjes. De broers zijn 'zo moe als een hond', ze hebben 'honger als een paard', ze 'eten als wolven' en 'snurken als ossen'. De liedjes van Eén, variaties op 'Hoog is de hemel. / Diep is het meer. / Woest is het water. / Ver is de beer.' herinneren aan het refrein van het zeemanslied 'West-zuid-west van Ameland': 'Hoog is de zolder. / Laag is de vloer. / Mooi is het meisje / en lelijk is d'r moer.'

Zo verwijst 'Helden op sokken' niet alleen naar volwassen thema's, maar ook naar thema's waar zesjarigen bij kunnen. Zoals rekenspelletjes en grapjes met namen, uitdrukkingen en gezegden, verwijzingen naar sprookjes waarin schoeisel kracht uitstraalt, zoals De Gelaarsde Kat en Klein Duimpje, en speelt het met bakerrijmen, aftelversjes en volksliedjes. Zowel naar inhoud als vorm een ongekend rijk en toegankelijk kinderboek.

Ook de kleurenillustraties van Marit Törnqvist zijn wondermooi, in hun afwisseling van grove verfstreken en fijne detaillering, licht en donker, rust en ritmiek, en in het verschil tussen begin en eind van het verhaal: bijvoorbeeld anonieme 'aardappeleters' tegenover later een vrolijk breugheliaanse maaltijd.

Annie Makkink is in kinderboekenland nog vrij onbekend. Ze kreeg alleen naam (als Annie Keuper-Makkink) doordat haar alfabetboek 'Kijk mijn letter', met ingenieuze prenten van Ingrid en Dieter Schubert, in 1988 uitgeroepen werd tot een der 'Best Verzorgde boeken'. Dat boek hoorde bij de leesmethode voor het basisonderwijs 'De leesbus', die zij voor uitgeverij Jacob Dijkstra had uitgekiend en geschreven, tot aan alle handleidingen en leesboekjes toe - die helaas nooit in de boekhandel zijn verschenen.

In een vergelijkend artikel over nieuwe leesmethoden uit 1990 in de NRC, van Bregje Boonstra en Marja Roscam Abbing, kwam 'De leesbus' er opvallend goed vanaf. Toch 'mislukte' de methode begin jaren '90, omdat maar honderd scholen ermee gingen werken. De dames van de NRC, met feilloos vooruitziende blik: “Bevlogen eenlingen met smaak houden zich in de uitgeverswereld vaak verrassend goed staande, maar we weten intussen wat er in leermiddelenland op de grafstenen staat: 'Het is gevaarlijk om te goed te zijn'.”

Was Annie Keuper-Makkink zo'n bevlogen eenling, te goed voor leermiddelenland? Uitgeverij Querido is in elk geval terecht trots op haar boek. Wie haar schoolboekjes leest, ziet dat deze voor een groot deel vingeroefeningen zijn geweest voor 'Helden op sokken': ook daar speelde ze al met tegenstellingen, herhaling, ritme en rijm. Was dat te goed voor het onderwijs? Ongelooflijk. Voor een school die de kinderen plezier in lezen wil meegeven is alleen het beste goed genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden