Muurbloem

Jann Ruyters was filmrecensent en is nu redacteur boeken van Trouw

Zelf was ik als tiener nooit zo goed in het 'wij', maar ik wilde wel altijd heel graag. En voor iemand die opgroeide in de jaren zeventig was er ook genoeg gelegenheid. Zo liep ik op mijn zestiende mee met de Pax Christi, de jaarlijkse vredesvoettocht die op zondag eindigde in de Brabanthallen, waar dan na vier dagen gearmd lopen en praten over idealen en ouders, massaal gehuild werd om het naderende afscheid. Ik herinner me nu nog mijn ongemak. Hoe ik daar zat op de grond in de kring met mijn groepsgenoten die allemaal 'Geef mij je hand' zongen. En ik gaf die hand, allebei m'n handen zelfs, maar tranen kreeg ik er maar niet uitgeperst.

Jaren later, ouder en wijzer, zag ik de documentaire over 'Woodstock' op tv en voelde ik toch weer een steek van jaloezie: de hippies die blij en bloot in een poel sprongen, die intense saamhorigheid van het wij-tegen-de-rest-van-de-wereld.

Ik moet er weer aan denken omdat de jonge Amerikaanse schrijfster Emma Cline die hunkering zo mooi beschrijft in de proloog van haar roman 'De Meisjes'. Daarin lees je hoe de veertienjarige Evie op een zomeravond in 1969 in een Californisch park een groepje meisjes opmerkt, 'soepele, achteloze meisjes' met lange ongekamde haren en flonkerende sieraden, meisjes die ogen als 'prinsessen in ballingschap', losgeslagen van de wereld. Ze gaapt ze aan. Zo wil ze ook zijn, weet Evie, daar wil ze bij horen.

Prachtig vangt Cline die lokroep van de andere horizon, van meisjes die zich niets meer aantrekken van ouders en regels, meisjes die meer weten dan jijzelf. Cline baseert haar roman op de gruwelijke geschiedenis van the family, Charles Manson en zijn girls, die de brute moorden pleegde op de zwangere actrice Sharon Tate en haar vrienden, geweld dat een einde maakte aan the summer of love en symbool werd van de liederlijkheid door drugs, drank en algehele psychedelische groepswaanzin. In interviews vertelt de auteur dat ze heeft willen beschrijven hoe kwetsbaar tienermeisjes zijn, hoe ze zich laten manipuleren in hun hunkering naar liefde.

Toch gaat dat niet helemaal op voor haar vertelster Evie die ver meegaat in de zondeval van de groep, maar die zich te zeer bewust lijkt van zichzelf om zich in een geweldsorgie te verliezen. Haar verhaal, hoe tragisch ook, is ook een steun in de rug van de muurbloem; het meisje dat zelf niet wordt gezien, maar dat de wereld om haar heen nauwlettend in de gaten houdt.

Een confronterende antiheldin is het zeker ook, deze Evie met haar hyperbewuste blik waarmee ze iedere machtsverschuiving in de groep signaleert, voortdurend op haar qui-vive of ze nog wel in de smaak valt.

Pijnlijk én troostrijk is Evie, als je je decennia later nog herinnert hoe het voelt als de rest bevangen raakt en jij iets hebt gemist.

In Zomertijd schrijven Jannah Loontjens en Jann Ruyters

een wisselcolumn over kijken, reizen en lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden