Mussenwoorden

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Sinds het niet goed gaat met de mus – de populatie halveerde in vijfentwintig jaar – ontwikkelt hij zich des te meer tot geliefd onderwerp voor schrijvers, dichters, filosofen, tekenaars en beeldend kunstenaars.

Het motto van de komende Boekenweek (Tjielp Tjielp) verwijst niet voor niets naar het verdichte vogeltje. Peter Müller, schrijver en ’mussenverslaafde’, stelde al diverse mussenbundels- en exposities samen. Met Bert Keizer, verpleeghuisarts en columnist, verzamelde hij een indrukwekkend gezelschap van illustratoren en auteurs die de mus met behulp een hele reeks woorden zichtbaar maken.

Humus

’Ach’ – denk je bij een dood musje. Tucholsky schreef eens over zijn ’Nachruf’ dat die waarschijnlijk zou bestaan uit één lettergreep. Hij schildert een tafereel in de toekomst waarin Papa en Mama na het avondeten hun huwelijk weglezen met de krant. Vader richt zich plotseling op en zegt: „Moet je dit horen: Tucholsky is gestorven.” Waarop zij haar krant laat zakken en zijn ’Nachruf’ uitspreekt. Ze zegt: „Ach –!”

Tekst: Bert Keizer
Beeld: Len Munnik

Kommunismus

Op 21 januari 1859 schreef Karl Marx een briefje aan zijn vriend Friedrich Engels:

Beste Engels!

Het ongelukkige manuscript is gereed, kan echter niet verstuurd worden aangezien ik geen geld heb voor postzegels om het portvrij te houden en aan te tekenen. Het laatste is nodig, aangezien ik er geen afschrift van heb. Wanneer je twee pond sterling sturen kan, zou het zeer welkom zijn.

Saluut, je K.M.

Stel dat die beste Engels geen twee pond sterling had verstuurd naar het postkantoor in Tottenham Court Road, of dat de geachte heer Rowland Hill in 1837 niet de postzegel had bedacht, dan was dat ’ongelukkige manuscript’ met die allerongelukkigste titel ’Zur Kritik der Politischen ükonomie’ (een voorstudie van Das Kapital) misschien wel zoekgeraakt in de catacomben van de Londense posterijen, dan was Karl Marx niet begonnen aan ’Das Kapital’ (deel I, 954 pagina’s), dan had de gymnasiast Vladimir Iljitsj Oeljanov (ook bekend onder zijn revolutionaire schuilnaam Lenin, afgeleid van de rivier de Lena) niet de werken van Karl Marx kunnen bestuderen, dan was Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili (ook bekend als Stalin, de man van staal) priester geworden in Tiflis, en dan was de grote Mao niet begonnen met de Grote Mussen Campagne, met als revolutionair doel om alle mussen in China uit te roeien (omdat ze zaadjes eten) uitgevoerd door alle boeren in China, die met al hun Chinese potten en pannen gingen ratelen, zodat alle mussen uit angst wegvlogen maar ten slotte uit de lucht vielen van uitputting, waarna de sprinkhanen geen last meer hadden van de mussen en alle Chinese akkers kaalvraten – toen kwam er een hongersnood en gingen dertig miljoen Chinezen dood. Saluut!

Tekst: Jaffe Vink, filosoof en publicist. Vorig jaar verscheen zijn bundel ’Hollandse stellingen’ (Uitgeverij Augustus).
Beeld: Joep Bertrams, politiek tekenaar voor Het Parool en de actualiteitenrubriek Nova.

Hippopotamus

Stel je voor dat geluid invloed had op afmeting. Hoe harder je spreekt, des te groter iets wordt. Onschuldige gesprekken kunnen gevaarlijk zijn.

- Kijk, een mus. Die zie je niet vaak meer.

- Wat zeg je?

- Zie je die mus, daarbuiten.

- Wat?

- Die muhus voor het raam, dove kwartel

- Een wat? Een kwartel?

- Een mus!

Tekst: Bianca Stigter, film- en kunstrecensent voor NRC Handelsblad.
Beeld: Pieter Geenen, tekenaar en illustrator, onder meer van ’Anton Dingeman’, de dagelijkse strip in Trouw.

Catechismus

Waartoe zijn wij op aarde? Volgens de oude katholieke catechismus: „Om God te dienen en daardoor in de hemel te komen.” De herziene versie uit 1948 – de Schoolcatechismus – antwoordde op dezelfde vraag dat je ook al in het ondermaanse gelukkig kon wezen. In 1966 zette de rooms-katholieke kerk in de geest van het Tweede Vaticaans Concilie opnieuw een leerboek in de markt, De Nieuwe Katechismus – let op die moderne K.

Wim Sonneveld vertelde als Frater Venantius hoe de verwarring toesloeg bij wéér een catechismus. Diens confrater Plechelmus verzucht bij nummer drie in één generatie: „Waartoe zijn we nu weer op aarde?”

Protestanten hebben ook zo hun hapklare overzichten van de leer. De bekendste is de Heidelbergse Catechismus, sinds de late zestiende eeuw ongewijzigd en nog voluit van kracht voor orthodoxe protestanten. De bedoeling is dat gelovigen in 52 zondagen de ware leer doorkruipen, een geestelijk ganzenbord dat voert via diepe ellende, door verlossing richting dankbaarheid. Die drie stutten maakten van ’de Heidelberger’ een mooi, hemels baldakijn, een troostboek zelfs, maar het leven was sterker dan de leer. Het zwartste calvinisme ging ermee aan de haal en wierp de gelovige op het ganzenbord steeds terug in de put der ellende.

Dat mondde uit in de bitterste roman over overspel die ik ken: ’Knielen op een bed violen’. Jan Siebelinks vader – protagonist Hans Sievez – volgt ds. J.P. Paauwe alias ds. Poort in diens benauwende, vereenzamende overtuiging dat maar een paar mensen naar de hemel gaan; miljarden anderen wacht de hel. Siebelinks vader ontbindt zijn huwelijk feitelijk, door aan de verleiding van de ware leer toe te geven. Zijn dagen vergaan als rook, hij is geworden als een eenzame mus op het dak, zoals de psalmist schrijft.

Tekst Lodewijk Dros, theoloog en chef van de redactie Religie & Filosofie van Trouw.
Beeld Hans Andringa, schilder, tekenaar en graficus.

Istmus

Ah, Istmus, de Istmus van Korinthe, jaja, tuurlijk: dat was iets. Een landengte toch? Een gymnasiumopleiding heeft zo veel voordelen. Niet het geringste is, dat je altijd weet dat iets wat was, en een keurige associatie paraat hebt. Eveneens klassiek gevormden knikken wijs: jazeker, de Istmus van Korinthe. Spreekt men van een kolos, dan zeg je: van Rhodos. Een beeld bij Rhodos, nogal groot schijnt dat te zijn geweest. Nikè? Natuurlijk, van Samothrace, men kent zijn klassieken.

Ach, al die kennis, mevrouw. Gelukkig het musje, dat niets weet en geen pretenties kent. Hoe was het ook weer: parvulus mus? Was dat Ovidius, Catullus? Mus is een muis, zegt u? Hebt u soms ook gymnasium?

Tekst Ileen Montijn, @historica en schrijfster.
Beeld Matthias Giesen, @cartoonist voor onder andere HP/De Tijd.

Musculair

Zonder mus betekent het niets. Gespierde taal wordt zinloos, kul,
lucht. De slimme kater een uitzichtloze onbenul
Het roofdier zucht
zonder prooidier is het vogelvrij
Schrappen we de kat dan leeft de mus
onopgejaagd als een mensenkind
zo blij en zonder bewegen
maakt hij gras van groene vegen
Spectaculair

Hermans schreef over de liefde tussen mens en kat
dat het karakter van het dier
schuilt in het vizier van onze ogen
En ook op die manier
verdwijnt zonder mens
de betekenis van de mus

Maar als de vogel is gevlogen
en de air van kracht vergaat in lucht.
Moet elke vezel spier ontspannen
Diep zuchtend en
omwonden zal hij likken
de schaamte van zijn lijf
want er zit een luchtje aan
als slechts een kater overblijft.

Tekst: Coen Simon, filosoof en schrijver.
Beeld: Hélène Penninga, beeldend kunstenaar en vrijwilligster bij een vogelasiel.

Camus

Camus, of misschien ook wel K-mus. Zo werd er vroeger altijd over kanker gesproken: hij, zij heeft K, alsof je door het hele woord uit te spreken zelf besmet kon raken. K was ook de afkorting voor ’kengetal’, dat wat tegenwoordig netnummer heet: K20, Amsterdam. Zoete wereld. Camus gedijde erin omdat hij het menselijk tekort beschreef, erg populair in de jaren vijftig. Picasso’s stiervisvogel in het Amsterdamse Vondelpark was jarenlang beklad met de spreuk ’De mensen sterven en zijn niet gelukkig’ van Camus. Ik wist niks van tekort, integendeel, we kregen toen juist, net als de buren, een wasmachine, ijskast en Renault Dauphine. Maar er moeten altijd instanties zijn die de smaak van aards geluk vergallen. Is het niet God dan wel Camus.

Tekst: Rob Schouten, columnist en criticus voor Trouw.
Beeld: Diederik Gerlach, beeldend kunstenaar te Den Haag en Berlijn.

Een mus is niets, een bolletje van veren.

Hij is de vogel van het klein gebaar.
Een fluitje aan de voorkant en een paar
futiele vlerkjes om te manoeuvreren.
Een vlegel om op kruimels te trakteren
en zeker geen recordverbeteraar.
Een hagellading lood is even zwaar.
Maar wie zou ooit zo’n beestje liquideren?
Het was zijn grootste roekeloosheid ooit
dat hij die domino’s heeft omgegooid.
Was ik zo’n stenenbouwer, ik vergaf je.
Postuum toont hij ons nu een metafoor.
Hij vestigde een wereldwijd record:
ruim twintigduizend stenen op één grafje.

Tekst Patty Scholten, dichteres van voornamelijk diersonnetten.
Beeld Jean-Marc van Tol, tekenaar en co-auteur van Fokke & Sukke.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden