Musiceren als Indiana Jones

interview | klassiek | Dirigent François-Xavier Roth is verslaafd aan historische instrumenten, zo belangrijk voor de klankkleur van een compositie. Maar hij dirigeert even soepeltjes het traditionele Concertgebouworkest en het Gürzenich-Orchester Köln waarmee hij morgen in Amsterdam te gast is.

De naam Roth stamt uit de tijd dat Joden hun achternaam moesten kopen, vertelt François-Xavier Roth (Parijs, 1971) in de antichambre van het Concertgebouw. De voorvaderen van de Franse dirigent komen uit het gebied dat door oorlogen en verdragen steeds wisselde tussen Duitsland (Elzas) en Frankrijk (Alsace). Van zijn vader hoorde Roth dat voor de namen waarin (edel)stenen en kleuren voorkwamen het meeste geld betaald moest worden. Roth (rood) heeft dus een dure achternaam, maar hij lacht er smakelijk om.

We kennen Roth vooral van zijn werk met het door hem in 2003 opgerichte 'Les Siècles' - een 'utopisch orkest', zoals hij het zelf omschrijft. Roths baanbrekende werk met dit orkest en zijn kwaliteiten als dirigent in onder andere Engeland en Duitsland zijn opgevallen. Sinds het begin van seizoen 2015-2016 is hij de nieuwe chef-dirigent van het Gürzenich-Orchester Köln, waar hij de opvolger is van Markus Stenz. Twee weken terug maakte hij zijn sprankelende en succesvolle debuut bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Daar maakte hij een feestje van Haydns 22ste symfonie, een werk dat het orkest nog nooit gespeeld had. Beethovens Vierde pianoconcert met Emanuel Ax was daarna een schot in de roos, evenals Mendelssohns Vierde symfonie.

Specialist Roth is tegenwoordig een graag geziene gast bij traditionele bastions als het Boston Symphony Orchestra en het London Symphony Orchestra. Hoe kijken ze daar tegen deze authentieke dirigent aan? Is elk debuut weer anders?

"Absoluut. Hier in Amsterdam heb ik mijn 'klassieke' gezicht laten zien. Het Vierde pianoconcert van Beethoven was het uitgangspunt, en daaromheen heb ik in overleg met het Concertgebouworkest de 'Filosoof'-symfonie van Haydn en de 'Italiaanse' symfonie van Mendelssohn geprogrammeerd. Een half jaar geleden, toen ik bij de Berliner Philharmoniker debuteerde, heb ik mijn Franse gezicht laten zien in een programma waarin muziek van Lully en Varèse gecombineerd werden. Dat soort programma's zie je haast nooit meer tegenwoordig, echte Franse barokmuziek gecombineerd met Franse avant-garde van weleer. Ik hou van dit soort directe tegenstellingen, omdat je dan heel vaak onverwachte overeenkomsten kunt ontdekken.

"Zo kon je bij het programma in Amsterdam de relaties tussen de symfonieën van Haydn en Mendelssohn horen. Het komt tegenwoordig niet vaak voor dat traditionele orkesten programma's als deze spelen, maar het is zó belangrijk. En dat het Concertgebouworkest in die periode in de bak van de Nationale Opera & Ballet zat om Tsjaikovski te spelen, is alleen maar goed. Zo krijg je een heel palet aan kleuren, allemaal even belangrijk voor een symfonisch orkest.

"Het grappige was dat ik in Amsterdam gewoon begonnen ben met het dirigeren van Haydn, zonder vooraf te praten over speelwijze en klankbeeld. Natuurlijk weten de musici uit welke wereld ik kom en waar ik muzikaal mee bezig ben. Bijna als vanzelf passen ze hun speelstijl daarop aan. Wonderlijk, maar vanaf het begin paste de strakke, vibrato-arme klank bijna perfect bij wat ik wilde. Na het doorspelen vroeg de concertmeester mij wat ik eigenlijk met het vibrato voor ogen had. Zo'n vraag zegt iets over de cultuur van een orkest. De musici staan open voor nieuwe ideeën. Natuurlijk zweeft de geest van Nikolaus Harnoncourt hier nog boven de musici, maar ze spelen met verse ogen en verse oren.

"Bij traditionele orkesten begin ik zelf trouwens nooit over vibrato. Dat kan een taboe-woord zijn. Het zou heel verkeerd zijn om vooraf een verbod op vibrato uit te spreken. Ik spreek veel liever over het feit dat expressie bij de strijkers ontstaat door het gebruik van de strijkstok en niet door het vibrato - het is dus een verschil tussen linkerhand (vibrato) en rechterhand (strijkstok)."

Veel instrumenten

In 2003 richtte Roth in Parijs het orkest Les Siècles (De Eeuwen) op. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Orkest van de 18de Eeuw en het Orchestra of the Age of Enlightenment kan en wil Les Siècles muziek uit zoveel mogelijk eeuwen spelen. Daartoe heeft het een uitgebreid instrumentarium zodat muziek van Lully uit de 17de eeuw al even authentiek klinkt als die van Stravinsky uit het begin van de 20ste eeuw. Musici uit het orkest, vooral de blazers, leren dus spelen op soms wel negen tot tien verschillende instrumenten. Het orkest heeft net een reeks concerten op het Aldeburgh Festival achter de rug en daar combineerde men in het ene programma Bachs Magnificat met Reichs 'Tehillim' en in het andere Ravels 'Daphnis et Chloé' met Rameau's 'Daphnis et Eglé'. Dat alles op vier verschillende sets instrumenten.

"Les Siècles is een utopisch orkest, het gedroomde orkest voor deze tijd. Nikolaus Harnoncourt voorspelde ooit dat er zo'n soort orkest zou komen en nu is het er. Met Les Siècles kun je laten horen hoe een componist voor bepaalde instrumenten in een bepaalde tijd componeerde. Als je weet dat er aan het begin van de 20ste eeuw maar liefst dertig verschillende klarinetbouwers alleen al in Parijs waren. Allemaal topambachtslieden met hun specifieke instrumenten. Nu zijn er in de hele wereld nog maar zeven klarinetbouwers van topniveau. De veelzijdigheid van klank van toen, tegenover de eenheidsworst van nu. Moderne orkesten lijken allemaal op elkaar, alleen de Wiener Philharmoniker speelt nog met zijn eigen, specifieke instrumenten.

"Ik ben een kameleon. Met mijn ouders ging ik vroeger luisteren naar Boulez en Stockhausen, maar evengoed naar concerten van Harnoncourt en John Eliot Gardiner. En nu ik zelf dirigeer, mix ik de beide werelden door elkaar. Het publiek gaat dat ook steeds meer waarderen. De muren tussen de verschillende periodes worden afgebroken.

"Een musicus die in Les Siècles speelt, is een soort Indiana Jones. Die struint het internet af op zoek naar de juiste instrumenten. Die vindt een fagot voor de muziek van Brahms in Australië en die wordt dan gekocht. We hebben de originele contrafagot die meespeelde bij de première van 'Le sacre du printemps' en we hebben de originele trombone van Ravels 'Boléro'. Maar we zijn een levend orkest, geen museum.

"Als je eenmaal ontdekt wat originele instrumenten met een stuk doen, wordt het zoeken ernaar een soort verslaving. Werkelijk grote componisten wilden de orkestmachine nieuwe wegen opduwen, de grenzen ervan opzoeken. Met de juiste instrumenten realiseer je je ineens wat een vernieuwende componist wilde. Zoals Berlioz. In zijn 150ste sterfjaar in 2019 gaan we veel van zijn muziek spelen op de originele plekken in Parijs. Zijn Grande Messe des Morts bijvoorbeeld in de Dôme des Invalides. En weet je dat er in Parijs alleen maar een pleintje naar Berlioz vernoemd is? Schande. In 2019 moeten we een Boulevard Berlioz hebben. Of een avenue. Ik ben al aardig op weg om dat voor elkaar te krijgen."

François-Xavier Roth is morgenavond met zijn Gürzenich-Orchester Köln te gast in de Robeco Summernights in het Concertgebouw. Op het programma Rachmaninovs Tweede pianoconcert solist Jean-Frédéric Neuburger) en Elgars Enigma-variaties. Roths opnamen met Les Siècles verschenen op het label Musicales Actes-Sud. www.robecosummernights.nl

Dirigent François-Xavier Roth: 'Les Siècles is een utopisch orkest, het gedroomde orkest voor deze tijd.' foto marco borggreve

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden