Musical-cultuur moet voor haar kinderen gaan zorgen

„De inhoud moet zo sterk zijn dat het niet om de vorm gaat.” M-Lab, broedplaats voor muziektheater aan het IJ in Amsterdam.

Rinske Wels

Tweeënhalve week voor de première wordt er in een loods in Amsterdam-Noord druk gerepeteerd. Het zonnige zomerweer maakt dat de deuren wijd open staan en de stemmen van onder meer Vera Mann, René van Kooten en Wieneke Remmers over het Amsterdamse IJ waaien. De musicalsterren staan in een vierkant, en moeten terwijl ze zingen in cirkels lopen om in een driehoek uit te komen. In het voorbijgaan schudden ze elkaar ook nog de hand. Lastig als je een script in je hand hebt. Regisseur Koen van Dijk voert de troepen aan: „Eerst zes langzame passen, dan vier snelle. Je eerste stap is met rechts.” De spelers zijn in de war, het lijkt hopeloos, maar Van Dijk stelt ze gerust: „Het komt echt goed uit, geloof me.”

De repetitieloods hoort bij het M-Lab, een nieuw theater in Amsterdam-Noord dat een broedplaats moet worden voor professioneel muziektheater. De openingsvoorstelling is een bekende, ’Into the Woods’ van Stephen Sondheim, maar verderop in het seizoen is er plek voor eigen musicals en muziektheatervoorstellingen. Een klein team, onder leiding van artistiek directeur Koen van Dijk, heeft zich tot doel gesteld nieuw Nederlands repertoire te ontwikkelen.

„Zoiets was er in Nederland nog niet. Londen en Edinburgh hebben the Fringe, New York heeft off Broadway, allemaal proefplekken waar nieuwe en interessante producties kunnen ontstaan. De musical-cultuur in Nederland is volwassen geworden, nu moet zij voor haar kinderen gaan zorgen. Als je naar het aanbod kijkt, zie je veel herhaling: ’Cats’, ’Grease’, ’Evita’, allemaal al eens gedaan. Waar zijn de nieuwe Nederlandse stukken? Natuurlijk, ’Rembrandt’ is gemaakt, maar ook daarvoor zou het M-Lab iets kunnen betekenen. Want zou het niet fijn zijn als je eerst tekst en muziek kunt uitproberen voordat je decor en kostuums laat maken?

Dat is wat ons bij het M-Lab voor ogen staat: je kunt vier weken repeteren en daarna geef je vier voorstellingen. Om te testen wat je in huis hebt. Na afloop van de voorstelling is er een mogelijkheid om van de toeschouwers te horen wat zij ervan vonden.”

Kiezen producenten in Nederland dan alleen voor veilig?

„Ze kunnen zich bijna geen risico veroorloven, wij wel. Neem nou ’169 huis’, een script dat we in handen kregen van Eva Mathijsen. Niemand kent haar, er is geen producent die een gesprek met haar aangaat. Ze heeft het bij ons ingediend en het sprong er echt uit. Maar het is rudimentair, ze is onervaren. Dus coachen we haar, op het gebied van dramaturgie, de liedjes en de dialogen. Zo vullen we nog een ander gat in onze Nederlandse musical-cultuur, want er is geen opleiding tot schrijver. Mensen met talent kunnen zich nauwelijks ontwikkelen. Dat kan nu bij ons.”

Koen van Dijk deed Rietveldacademie en is daarmee een geschoold grafisch vormgever. Maar het theater trok en Frank Sanders en Jos Brink waren aanjagers van zijn tot dan toe verborgen kwaliteiten. Inmiddels heeft hij titels op zijn naam staan als ’Cyrano’, ’TiTa Tovenaar’ en ’Als op het Leidseplein’. Ook als regisseur en vertaler is zijn naam gevestigd. Nu is hij het die het talent in anderen tot bloei laat komen.

„Vijf jaar geleden had je me dit niet moeten vragen, veel te veel met mijn eigen dingen bezig. Maar nu vind ik het heerlijk om mijn ervaring mee te nemen en over te dragen. Een ander aspect is de overeenkomst tussen de producties die hier in het M-Lab gemaakt worden. Ik hoop dat ze allemaal inhoud hebben.”

Mist dat in de musicals van nu?

„Ik vind dat we daarin iets kunnen bijdragen. Er zijn heel veel amusementsmusicals, waarbij alles er prachtig uit ziet. Je hebt een fantastische avond uit, maar je wordt niet uitgedaagd om ergens over na te denken.”

Het M-Lab moet in die zin een keurmerk worden?

„Het zou fantastisch zijn als dat zou lukken, maar dat heb je niet binnen een paar maanden voor elkaar. Ons grote voorbeeld is The Donmar Warehouse in Londen. Als dat op een poster staat, dan weet je: geen ingewikkelde decors of grote changementen, maar een artistieke inhoud. Goed van tekst en muziek. Er wordt een verhaal verteld en je wordt geprikkeld. Ik vind dat de inhoud zo sterk moet zijn dat het niet om de vorm gaat.”

De openingsvoorstelling van M-Lab is ’Into the Woods’ van Stephen Sondheim. Een man die in musicalland als moeilijk te boek staat en daarom wordt zijn repertoire nauwelijks professioneel gespeeld. Grote namen uit de musicalwereld zeiden moeiteloos ’ja’ tegen Koen van Dijk toen hij ze vroeg om vier weken in een theater met maar 150 stoelen te komen spelen.

„Ze verdienen niet veel geld nee, maar ze vinden het stuk geweldig. En ze steunen het initiatief van het M-Lab. Ik heb ze uitgelegd wat de bedoeling is: met jullie namen wil ik publiek naar dit nieuwe theater trekken, zodat mensen weten wat het is en waar.

Ik wilde per se met een Sondheim-voorstelling openen. Hij is mijn grote held. Hij heeft een ontzettend belangrijke rol gespeeld in het begin van mijn carrière. Toen ik als student zijn werk bestudeerde, schreef ik hem een aantal brieven.

Sondheim antwoordde en uiteindelijk durfde ik te vragen of ik langs mocht komen. Ik heb mijn laatste spaargeld bij elkaar geschraapt voor een ticket naar New York. Daar heb ik bij hem aangebeld. Dat moment is cruciaal geweest. Hij nam mij serieus.”

Er staan ook namen op het programma als de Ashton Brothers, Plien en Bianca en Acda en De Munnik, dat is toch meer cabaret?

„Het is muzikaal cabaret, ook muziektheater dus, en het zijn vaak de allereerste try-outs die ze spelen. Acda en De Munnik gaan bijvoorbeeld bij ons hun nieuwe materiaal uitproberen. Ook hier geldt: als mensen naar Acda en De Munnik komen kijken en zien wat het M-Lab is, komen ze misschien een keer terug voor een van onze eigen producties.”

Je lijkt wel een schoolmeester...

„Stephen Sondheim zei tegen me, echt ongelogen: elke schrijver is een leraar. Je hebt iets en dat wil je vertellen. Of dat nu mondeling is, op papier of via het theater. Dat zit dus in mij.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden