Museumweekend: pannekoeken en potvis

LEIDEN, UTRECHT - In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden worden de bezoekers verwelkomd door twee zachtjes wapperende Museumweekend-vlaggen en een vette baklucht: pannekoeken eten in het museum. Op naar de binnenplaats. De boter bakt al bruin in zwarte pannen, en met bezwete hoofden staan verklede koks in het beslag te roeren. Maar wat zijn middeleeuwse pannekoeken eigenlijk? Het blijken doodnormale Hollandse, maar wel met een middeleeuwse naam: Schildknaapje (naturel), Koning Arthur (met spek), ridder Lancelot (met kaas), of Anna'nas van Beieren. Ongeduldig wachten de eters op de in blauw fluwelen kostuums gestoken bakkers. Een hongerig meisje dreigt zelfs het museum te verlaten.

Op de eerste verdieping, in het Koninklijk Penningkabinet, kunnen de bezoekers (onder het motto 'Gewogen of bedrogen') geld wegen, en de volgende dag mogen de de kinderen, als een echte oosterse moghul, zelf op de weegschaal. Om de hoek, in de Pieterskerk, is het publiek (op zaterdag zeshonderd, tegen normaal zo'n honderd) een stukje ouder, maar niet minder verheugd mee te mogen doen aan een puzzeltocht. Bij de rondleiding krijgen we een wedstrijdformulier met vragen over de geheimen van de Pieterskerk. Fanatiek dingt men mee naar de prijzen. Hoe de onderduikerskamer te bereiken in het museum? Over de smalle treden van de steile wenteltrap, met scherpe bochten waar je haast vast komt te zitten: dan een beklemmende ruimte met een klein raampje. Luguber, je wilt snel weer naar beneden. Je kunt ook afdalen in de crypte, nu speciaal voor het publiek geopend. Een gammel laddertje gaat drie meter de grond in, eenmaal ondergronds staan de zweetdruppels op je voorhoofd. Een kleine grafkelder met afgebrokkelde stenen muren, je kijkt in een gat waar een halve schedel lijkt te liggen, de lucht is vochtig-warm, de atmosfeer afschrikwekkend.

De laatste tocht is de transbeklimming, 25 meter de lucht in, opnieuw op eigen risico. Een moeizame tocht, uitputtend in de muffe lucht van het trappenhuis. Boven is het mooie uitzicht de beloning voor alle inspanning. In de verte liggen Oegstgeest en Scheveningen.

Nog drukker is het in het Nationaal Natuurhistorisch museum in Leiden. Het blijkt aan het eind van het weekend, met ruim 5700 bezoekers, de absolute topper. Het skelet van een onlangs aangespoelde potvis doet niet alleen de kinderen de neus dicht knijpen. Als gevolg van een regenbui is het gaan stinken. Medewerkers vertellen hoe ze met behulp van bacteriën het vlees lieten verrotten en hoe de grote schedel speciaal voor het Museumweekend met een kraan over het dak naar de binnenplaats is getild. Daarna gaat het schoonmaken verder. Met waterstofperoxide worden de botten schoongemaakt: een bubbelende oplossing, stank. De begeleidende videofilm is beter te verteren, ondanks gruwelijke beelden van ontspekken en ontvlezen.

In Utrecht zoeken kinderen in het statige Penningenkabinet van het Nederlands Muntenmuseum naar de sporen van sprookjes. Vooral jonge gezinnen lijken het Nationaal Museumweekend te benutten om gratis of met korting een nieuw museum te bezoeken. Ze behoren tot de 800 000 die zaterdag en zondag de vierhonderd musea binnengingen, 150 000 minder dan vorig jaar.

Ondanks de stralende zon buiten speuren kinderen in het museum naar de broodkruimels van Klein Duimpje of turen door een telefoon naar oude munten. Na een eenvoudige druk op de knop slaat de machine met een flinke dreun een speciale herdenkingsmunt. De voorlichter verwacht net als vorig jaar tweeëneenhalfduizend bezoekers. Geen gering aantal, als je bedenkt dat zijn museum per jaar tienmaal dat aantal bezoekers ontvangt. Toch moppert hij op de Stichting Museumjaarkaart die het Museumweekend organiseert. “Ze geven alleen informatie over musea die met de kaart gratis toegankelijk zijn. Maar voor een museum als het onze waar iedereen gratis binnen mag, doen ze niets.”

In een ander opzicht hoort het Muntenmuseum er echter beslist bij. Ook hier is een expositie opgezet rond het thema 'Vijftig jaar bevrijding': het geld kort voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Het Waterleidingmuseum, gevestigd in een 39 meter hoge watertoren in het centrum van Utrecht, heeft voor een luchtiger aanpak gekozen. Elk uur brengt het theaterkoor Vinger in je Oor er een liedjesprogramma over het thema water. Gehuld in regenjassen zetten de koorleden een - naar eigen zeggen spetterende - medley in met onder meer 'Alle eendjes zwemmen in het water' en 'Twee emmertjes water halen'. Zingend en emmertjes doorgevend, beklimmen de zangers de houten trap naar de verdieping waar onder meer wastobbes en een machientje voor het opstijven van boorden staan opgesteld. Daar blijkt het koor ook moderne 'gouwe ouwe' op het repertoire te hebben, zoals Pussycat's 'Mississippi' en 'The Rivers of Babylon' van Boney M. Plus een heuse paraplu-wave.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden