Museumplein wil nu ècht van zijn geboortefout af

AMSTERDAM - Het Museumplein - met het Rijksmuseum, het Concertgebouw, het Stedelijk museum, het Van Goghmuseum aan zijn boorden de culturele navel van Amsterdam en Nederland - zal een drastische gedaanteverwisseling ondergaan. Als althans het 'Masterplan' van de Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson ongehavend de bezwaarschriften, eigenwijze aanwonende musea en mogelijke bodemverontreiniging overleeft.

Niemand durft het ooit te zeggen, maar het lijkt te spoken op het Museumplein. Al ruim 125 jaar worden er plannen gesmeed om een van de gezichtsbepalende plekken van de stad voor eens en altijd af te maken. Maar zelfs grootheden als de ontwerper van het Rijksmuseum P. J. H. Cuypers en de grondlegger van de Amsterdamse School H. P. Berlage gleden op het Museumplein onderuit.

Niet zonder enige vorm van enig zelfsarcasme gaf de Amsterdamse Dienst ruimtelijke ordening in 1988 zelfs een boekje uit met een overzicht van alle plannen die sinds 1866 voor het Museumplein waren ontworpen. In het voorwoord gaf de directeur ruimtelijke ordening ir. A. W. Oskam ook de toekomstige plein-inrichters weinig hoop: “Het Museumplein heeft alle kenmerken van een geboortefout en het is maar de vraag of we er ooit in zullen slagen die te overwinnen”.

Die fout schuilt in het uitbreidingsplan van stadsingenieur J. G. van Niftrik voor de Binnendijksche Buitenveldertse Polder. Hij trok de nieuwe straten evenwijdig aan het Vondelpark en de Boerenwetering, die aan weerszijden de polder afgrenzen. Maar de Boerenwetering en het Vondelpark waaieren zuidwaarts uiteen, dus er bleef in het midden een driehoek over. Van Niftrik kwam met de gelegenheidsoplossing van een een soort rad: een groot rond plein waarop twaalf radiaalwegen uitkwamen. Het plan werd prompt door de gemeenteraad afgestemd. Sindsdien heeft Amsterdam haar eigen Bermuda-driehoek. De latere bouw van het Rijksmuseum en het Concertgebouw versterkten dat driehoekseffect nog eens.

De meest wilde plannen zijn sindsdien bedacht om het Museumplein de aanblik te geven alsof het allemaal ooit zo bedoeld was: een grote weg in het midden die uitloopt op een universiteitsgebouw en een Romeins badhuis; een groot rond plein voor festiviteiten; een paleisje voor de jonge koningin Wilhelmina ter vervanging van het 'massieve' Paleis op de Dam; flaneerboulevards in soorten en maten; een ovale vijver in de as van het Rijksmuseum; een stationsgebouw voor de tramlijn tussen Amsterdam-Zuid en Haarlem; een Operagebouw; een park annex muziekmuseum met ondergrondse fietsenstalling; en een optische afsluiting van het Museumplein door een grote uitbreiding van het Stedelijk museum met er tegenover ook een groot cultureel gebouw. Geen van deze plannen kwam verder dan de tekentafel. De bedenker van het laatstgenoemde plan, C. van Eesteren, wist in 1952 wel de eerste fase van zijn plan te realiseren: een twintig meter brede verkeersweg in de as van het Rijksmuseum, die het snelverkeer uit de richting Den Haag naar het stadscentrum moest loodsen. Tot op de dag van vandaag geldt deze Museumstraat onder Amsterdammers als 'de kortste snelweg van Nederland'.

Andersson zet in zijn ontwerp resoluut een streep door de Museumstraat. Het Museumplein moet weer één geheel worden; één groene grasvlakte waar het open veld en de lucht ervaren kunnen worden. In het verlengde van het Rijksmuseum komt een langwerpige vijver, waar in de winter geschaatst kan worden. De vele toeristenbussen die nu het Museumplein ontsieren, komen in een parkeergarage onder de grond. Voor personenauto's komt er een aparte parkeergarage. Het Van Goghmuseum en het Stedelijk museum mogen fors uitbreiden, op voorwaarde dat de nieuwbouw het landschappelijk karakter van het plein versterkt door een zo abstract mogelijke bouw. Zo zou de uitbreiding van het Stedelijk museum bedekt moeten worden met een reep gras.

In plaats van de Museumweg komt er een Museumpad dat de vier cultuurpaleizen met elkaar verbindt. De fietsers worden omgeleid aan de overzijde, langs het Amerikaanse consulaat. En dwars over de nieuwe grasvlakte zal een Lightline kringelen die overdag een streep daglicht doorlaat tot de parkeergarage en 's nachts als een roodverlichte lijn door het gras snijdt.

Maar het Museumplein zou het Museumplein niet zijn als er niet haken en ogen aan het plan zitten. Eer de parkeergarage voor personenwagens gebouwd kan worden moet eerst het riool verlegd en een Duitse bunker uit de oorlog worden opgegraven. Die grond is bovendien hoogstwaarschijnlijk vervuild. Als de bodemsanering meer dan vijf miljoen gulden gaat kosten, staan de parkeergarages ter discussie, hebben het stadsdeel Zuid en de gemeente afgesproken. Er is een comité van omwonenden opgestaan dat de bouw van de parkeergarages overbodig vindt gezien het succes van het betaald parkeren en gelijk daarmee de linden op het Museumplein redt, die Andersson wil verplaatsen naar voor het Concertgebouw. Het Stedelijk museum brak vorige week vrijdag met de Amerikaanse architect Robert Venturi, die het al helemaal eens was geworden met Andersson over de uitbreiding, en gaf de opdracht aan de Portugese architect Alvaro Siza Vieira.

Deze week haalde het Rijksmuseum een oud plan uit de kast om de onderdoorgang te sluiten voor fietsers. En het is nog maar zeer de vraag of diezelfde fietsers zich rechtsom de Museumpleintuin laten leiden. Gewoonlijk kennen de anarchistische Amsterdamse fietsers maar één route, namelijk de snelste: rechtdoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden