Museumdirecteur / Jan Debbaut: Het gaat goed omdat ik streng ben

Vandaag is de laatste werkdag van Jan Debbaut als directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven. Hij gaat naar Londen, waar hij benoemd is als directielid van de Tate Gallery.

door Henny de Lange

De kamer van Jan Debbaut in het Van Abbemuseum oogt wat kaal. Geen kunstwerken aan de muren. Geen opsmuk. Strak gestroomlijnd meubilair. Tegen een wand staat een schilderij met horizontale strepen geleund, alsof het er nog niet van is gekomen om het op te hangen. Of staat het daar met het oog op de aanstaande verhuizing naar Londen? Beide veronderstellingen zijn een misvatting: dit kunstwerk hoort te staan en niet te hangen.

Het is een doek van Daniel Buren, wiens werk gekenmerkt wordt door een afwisseling van witte en gekleurde strepen van 8,7 cm breed. Daarmee wil de kunstenaar de traditionele codes van de schilderkunst en het exposeren aan de orde stellen, legt Debbaut uit. ,,De conventionele manier waarop kunst gepresenteerd wordt, is op ooghoogte aan de muur. Dit schilderij moet op de grond staan, omdat Buren daarmee de fundamentele vraag wil poneren of dit ook nog een schilderij is als het staat en niet hangt.'' Debbaut houdt van dit doek omdat het toont hoe 'subversief' een schilderij kan zijn.

Het vernieuwde Van Abbemuseum is al een half jaar open, maar de bezoekers stromen nog steeds in grote aantallen toe. Debbauts wens om nog voor zijn vertrek _ vandaag is zijn laatste werkdag _ de 100000ste te verwelkomen, is op de valreep uitgekomen. ,,Het is natuurlijk prachtig, zoveel mensen. Maar de organisatie kreunt wel onder de toeloop. We zijn in dit intieme museum met onze kleine staf niet ingesteld op pieken van 2000 bezoekers op een middag. Maar we houden het vol in het besef dat het tijdelijk is.''

Debbaut (1949, Temse, Belgie) bestrijdt dat de mensen alleen voor de spectaculaire nieuwbouw van architect Abel Cahen komen. ,,Natuurlijk komen ze ook uit nieuwsgierigheid, maar als ze zien hoe de collectie nu kan worden gepresenteerd en hoeveel gevarieerder het aanbod is in vergelijking met vroeger, komen ze zeker terug.'' Het oude Van Abbe trok 50000 bezoekers per jaar. De exploitatie van de nieuwbouw is afgestemd op het dubbele aantal. Is dat haalbaar als straks het nieuwtje er af is? Debbaut: ,,Niemand heeft ons opgedragen om die aantallen te halen. Ook het stadsbestuur niet. Maar wij vinden zelf dat er een redelijke verhouding moet zijn tussen de investering van 29 miljoen euro en het rendement. Wij denken dat voor een stad als Eindhoven 100000 bezoekers redelijk is. Als dit museum in Parijs zou staan, zou ik zeggen 700000 bezoekers. En in Mierlo zou ik mikken op 35000.''

Een radicaal ander expositiebeleid is niet nodig om het nieuwe Van Abbe rendabel te exploiteren, meent Debbaut. ,,Vroeger hadden we ruimte voor 60 of 70 werken uit de eigen collectie of een overzichtsexpositie van een nieuwe kunstenaar. Nu kunnen we dat naast elkaar laten zien. En dan blijft er ook nogruimte over voor educatieve activiteiten en is er een bibliotheek bij gekomen. De synergie van al die activiteiten zal ook meer zijn dan de som der delen, daar ben ik van overtuigd. Al die jaren dat we in afwachting van de nieuwbouw in een oud pand van Philips zaten, hebben we ook moeiteloos overleefd en ons bestaansrecht overtuigend aangetoond. Op diezelfde wijze gaan we nu door.''

Maar uitgerekend de tentoonstellingen in die 'oude schuur', zoals Debbaut het tijdelijke onderkomen aan de Vonderweg noemt waar het museum van 1995 tot 2001 was gevestigd in afwachting van de nieuwbouw, werden geroemd omdat ze zo vernieuwend waren. Vooral jonge kunstenaars konden zich in de oude hal uitleven met grote (video)installaties. Is Debbaut niet bang dat de op zich prachtige architectuur van Cahen te dwingend, te concurrerend zal zijn. Debbaut: ,,Toen we in die schuur trokken, zijn we helemaal fout begonnen. We gingen in die grote hal museumpje spelen door de vertrouwde structuren uit de oudbouw van architect Kropholler te kopieren. Weliswaar kwamen er toen ook nog 30000 mensen kijken naar de tentoonstelling van Kandinsky, maar de collectiepresentaties vielen helemaal verkeerd uit. We moeten hier geen pseudo Van Abbe spelen, realiseerden we ons. Hier moet een beleid komen voor een kunsthal met een scherp op de actualiteit toegesneden programma met jonge kunstenaars. We hebben in die schuur alles kunnen doen wat in een marmerenmuseum niet kan. We zijn daar nog meer een auteursmuseum geworden. Ik bedoel daarmee dat we nog meer in de huid van de kunstenaars zijn gekropen en de beleving centraal hebben gesteld, niet de esthetiek.''

De ervaringen aan de Vonderweg zijn ten dele verwerkt in de vormgeving van de nieuwbouw. ,,De torenzaal en de studioruimte in de kelder zijn daar direct uit voortgekomen. In die ruimtes krijgen kunstenaars net als aan de Vonderweg de gelegenheid voor experimenten. Daarom ben ik ook helemaal niet bang dat de nieuwbouw de mogelijkheden voor hedendaagse kunst beperkt.'' Architectuur moet dienend zijn, maar mag ook prikkelen. Architect Cahen heeft volgens Debbaut precies het juiste evenwicht gevonden. Hij ontwierp serene expositiezalen, maar zorgde ook voor prikkelende architectuur met als hoogtepunt de gekantelde toren met daarin de torenzaal, die vanuit de top buitenlicht krijgt. Voor Debbaut is het een van de mooiste, zo niet de allermooiste plek van het nieuwe museum. ,,Er is niet een zo'n zaal in Nederland en dat maakt de uitdaging voor de kunstenaars die daarin exposeren er alleen maar groter op.'' Douglas Gordon mocht als eerste een installatie maken voor deze architecturale ruimte. Deze kunstenaar houdt zich vooral bezig met de vraag welke mechanismen het bewustzijn sturen. In de jaren negentig maakte hij faam met zijn List ofNames, die meer dan 2500 namen omvatte van mensen die Gordon ooit ontmoet heeft en van wie hij de naam heeft onthouden. Voor de torenzaal ontwierp hij ook een werk met teksten. Debbaut: ,,Als je de torenzaal beklimt of erin afdaalt zie je vanaf elk balkon weer andere combinaties van teksten. Als je er echt over begint na te denken, staat er zoveel over bijvoorbeeld menselijke relaties. Gordon heeft aangetoond dat die ongelooflijk mooie architectuur van de torenzaal kunstenaars uitdaagt de grenzen uit te rekken. Ik ben heel benieuwd wat de volgende kunstenaar gaat doet, het mag in ieder geval niet iets met teksten zijn.'' Ook een uitdaging vinden kunstenaars in de studioruimte in de kelder, die in tegenstelling tot de torenzaal niets heeft van een architectonisch hoogstandje. De kelder is niet meer dan een lege doos, een lab, waarvan de kunstenaar de deur kan dichttrekken als hij ongestoord wil werken zonder publiek. Met deze ruimtes borduurt het museum voort op de ervaringen in het oude Philipspand, constateert Debbaut. Maar het is aan zijn opvolger om daar verder invulling aan te geven.

Over zijn opvolging is nog niets bekend. ,,Dat is een zaak voor het gemeentebestuur van Eindhoven. Het is ook niet aan mij om me te bemoeien met de profielschets voor de meest geschikte kandidaat, al hoop ik wel op de benoeming van een algemeen directeur met een artistieke visie, die daarnaast ook de zakelijke kant goed op orde kan houden. Een museum moet naar mijn mening geleid worden door iemand met een kunsthistorische achtergrond en niet door een manager pur sang. Een artistiek directeur kan zich dan altijd nog laten bijstaan door een zakelijke adjunct, wat tegenwoordig veel gebeurt. Ik ben van de grotere musea nog de enige artistieke directeur zonder zo'n rechterhand. Ik ben geen zakelijk genie, maar ik heb me wel altijd willen verdiepen in de zakelijke aspecten. Dat het hier goed is gegaan, komt ook doordat ik vrij streng ben. Mijn mensen mogen niet slordig met de middelen omgaan en moeten alles kunnen verantwoorden. Ik hecht ook veel belang aan goede subsidie-aanvragen. Als die niet kloppen en we subsidie mislopen, kan ik mezelf wel voor de kop slaan. Dan denk ik: wat hadden we niet allemaal voor moois met dat geld kunnen doen.'' Zijn voorganger bij het Van Abbe was Rudi Fuchs, die eerder dit jaar vertrok als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Zonder afscheidsfeest, want er loopt nog een onderzoek van de belastingdienst en het openbaar ministerie naar Fuchs' betrokkenheid bij de invoer van vijf kunstwerken van Karel Appel in Nederland zonder invoerrechten te betalen. Debbaut: ,,Ik weet natuurlijk niet wat er is gebeurd, maar ik ken Rudi goed en een ding weet ikzeker uit de periode dat ik nauw met hem heb samengewerkt bij het Van Abbe: Rudi mag wel eens slordig zijn, hij is niet corrupt.''

Frappant is dat kort na het vertrek van directeur Chris Dercon ook museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam te maken kreeg met een financieel schandaal. Vorige week werd bekend dat daar 3 miljoen euro is verduisterd. Door snel handelen kon de huisbankier 2,2 miljoen euro traceren. Wie er achter deze verduistering zit, willen gemeente en justitie niet zeggen hangende het onderzoek.

Jan Debbaut, de derde in het rijtje van vertrekkende museumdirecteuren, maakt zich in dit opzicht geen zorgen. Lijken in de kast zal zijn opvolger niet aantreffen, zegt hij zelfverzekerd. ,,Ik laat een gezond bedrijf achter.'' Dat neemt overigens niet weg dat als iemand wil frauderen, de mogelijkheden legio zijn in musea. ,,Ik ga ook heus niet elke keer in het depot kijken of een kunstwerk er ook werkelijk is, als ik een handtekening zet. En hier is ook wel eens iets misgegaan, maar dan zoek je dat meteen met de betrokkenen uit. Dat is de normale gang van zaken. Alleen wanneer de dingen niet rond te breien zijn, zoek je het hogerop.''

De Vlaming Debbaut sluit zijn periode bij het Van Abbe niet af met een afscheidstentoonstelling. Zijn laatste bijdrage is de openingsexpositie voor de nieuwbouw met 300 schilderijen die een dwarsdoorsnede zijn van de collectie. Het is aan zijn opvolger om daadwerkelijk de mogelijkheden van de nieuwbouw te verkennen. ,,Als je in een nieuw huis komt, moet je er eerst een tijdje gewoond hebben om te weten waar de eethoek het beste kan staan, waar je het lekkerst kunt lezen en waar de boxen van de geluidsinstallatie moeten komen. Dat proces duurt in een museum gauw twee jaar. Daarom is het goed dat ik nu wegga, ook al vinden sommigen het raar dat ik niet wat langer blijf genieten van de nieuwbouw.''

Maar het werd ook tijd om te vertrekken. ,,Ik zit hier nu 22 jaar, waarvan 13 als directeur. Dat is bijna monopoliserend. Ik ben nu 54 en wil hier niet tot mijn pensioen blijven. Het is tijd voor een nieuwe pittige directeur. Zelf krijg ik een hele andere uitdaging bij de Tate Gallery. Ik ga daar deel uitmaken van het vierkoppige directieteam en krijg daarnaast de collecties van de vier Tate-musea in mijn portefeuille. Dat wil zeggen dat ik verantwoordelijk ben voor aankoop, beheer en research en ontsluiting van de gehele collectie van ruim 60000 kunstwerken.''

Tentoonstellingen zal hij voorlopig niet meer maken, maar dat zal hij beslist niet missen. ,,Ik moet daar even niet meer aan denken na de 150 exposities die ik heb gemaakt en de vele tientallen die ik heb begeleid. Je wordt in Nederlandaltijd beoordeeld op je exposities, nooit op je aankoopbeleid, terwijl daar meer geld naar toe gaat, of op dat mooie collectieboek, waar ook twee jaar werk in zit. De kwaliteit van het Van Abbe wordt evenzeer bepaald door de collectie als door de exposities. Maar politiek en media reduceren musea altijd tot tentoonstellingsfabrieken. Als je als museumdirecteur maar exposities maakt die spraakmakend zijn en volk trekken, is het goed. In deze functie heb je nog zoveel andere belangrijke taken. Maar die spelen nooit een rol, ook niet in de discussies die nu gaande zijn over de kandidaten die al dan niet geschikt zouden zijn voor de vacatures in het Stedelijk, in Boijmans en het Van Abbe.''

De overstap naar de prestigieuze Tate Galleries, een van de rijkste en grootste museumketens ter wereld, trok hem ook omdat hij meer inhoudelijk bezig wilde zijn. ,,Natuurlijk heb ik daar ook managementtaken, maar omdat het zo'n grote organisatie is zal ik daar toch meer tijd kunnen vrijmaken voor de inhoud. Bij een relatief kleine organisatie als het Van Abbe moet je je als directeur overal mee bezighouden, of het nu om de aankoop van een vrachtwagen gaat of een kapot kopieerapparaat. Bij Tate kan ik meer delegeren.''

'Natuurlijk' voelde hij zich gestreeld toen Tate hem benaderde. ,,Dat ik het als jongen uit een arbeidersmilieu schop tot directielid bij Tate, is toch wel bijzonder.'' Zijn moeder van 88 is ook erg trots, vertelt hij. Ze leeft intensmee met de carriere van haar zoon. Zeker twee keer per jaar verschijnt ze in het Van Abbe voor een 'generale inspectie'. Debbaut, schaterend: ,,Van alles en iedereen. Ik vrees dat ik daar ook niet aan ontkom bij de Tate.'' Zijn vader, arbeider op een scheepswerf, is jong overleden. Jan Debbaut was nog maar 10 jaar. Zijn ouders hadden altijd veel belangstelling voor kunst en cultuur. ,,Waarschijnlijk om hun financiele beperkingen te doorbreken en hun horizon te verruimen, lazen ze veel en luisterden ze naar klassieke muziek. Mijn moeder deed ook aan toneel. Mijn vader ging met mij naar exposities van hedendaagse kunst, hoewel hij daar zelf niet van hield. Ook is me altijd bijgebleven mijn bezoek aan de wereldexpositie in Brussel van 1958, een eyeopener voor mij. Ik zag daar een spoetnik en andere dingen die ik nog nooit gezien had. Nu zien kinderen alles op tv, in die tijd was dat niet zo.''

Hij ging kunstgeschiedenis studeren vanuit het romantische idee dat hij na zijn studie naar Mexico zou gaan, op zoek naar archeologische schatten van de Inca's. Maar die liefde ging over toen hij de realiteit meemaakte: jarenlang in een drassig weitje bij Gent ploeteren om vervolgens de daar opgegraven potscherven moeizaam te determineren en aan elkaar te passen. Buiten de universiteit bleek het (nacht)leven ook veel spannender. Daar kwam hij in aanraking met eigentijdse kunstenaars, beginnende verzamelaars en militante galeriehouders. De verhalen van deze mensen 'die rare dingen deden en maakten' boeiden hem mateloos. ,,Zij konden iets wat ik niet kon. Veel mensen in dit vak hadden zelf ook kunstenaar willen zijn. Ik heb dat niet, maar ik wil wel graag doorgeven wat die kunstenaars in mijzelf losmaken. Ik ben heel goed als doorgeefluik. Veel collega's zien alleen het kunstobject en hebben geen oog voor de mens erachter. Maar het gaat mij ook altijd om de kunstenaars. Daarom hebben ze me ook bij Tate aangenomen, vanwege mijn vele persoonlijk contacten met kunstenaars. Daar kan ik niet zonder, dat is mijn voeding. Als die verdwijnt, dan is mijn batterij leeg.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden