Museum vol dans

Variatie staat centraal bij de tentoonstelling ’Dansen!’ in het Theatermuseum: van klassiek ballet tot paaldansen.

Een beeldje van Terpsichoré, de muze van de danskunst, houdt de wacht. De naam van Apollo’s kunstzinnige zuster betekent ’zij die graag danst’ en haar ’esprit’ staat centraal in de tentoonstelling ’Dansen!’ in het Theatermuseum van Theater Instituut Nederland (TIN) in Amsterdam. Haar attribuut, de lier, komt overal in kleine verwijzingen terug in een tentoonstelling die, volgens curator Joost Groeneboer, „de persoonlijke beleving van dans centraal stelt.”

Na het Rembrandtjaar 2006 dat in het teken stond van beeldende kunst, richt het Nederlands Bureau voor Toerisme en Recreatie in 2007 zich op de disciplines dans en muziek. Doel: het extra onder de aandacht brengen van het ’veelzijdige en hoogwaardige aanbod’. Groeneboer: „En het was alweer een tijdje geleden dat in het TIN een echte danstentoonstelling werd gepresenteerd, dus vormde dit ’jaar van de dans’ een prachtige aanleiding het Theatermuseum in dans onder te dompelen.”

De tentoonstelling ’Dansen!’ toont hoe geweldig gevarieerd dans is. „Maar het is onmogelijk om compleet te zijn”, aldus Groeneboer. „Bovendien is dans een vluchtige discipline, van de uitvoering blijft weinig bewaard. Dus wat laat je zien? Binnen drie thema’s – volks- en werelddans, ballet en moderne dans, show- en uitgaansdans – die elk in een eigen zaal gestalte worden gegeven, zijn we op zoek gegaan naar de meest ’levendige’ bronnen: film- en videomateriaal, ondersteund door schilderijen, beelden, kostuums, rekwisieten en foto’s. In historische, maar ook heel recente videofragmenten komen zowel profs als amateurs aan het woord over wat dansen met ze doet. Dat vormt de lijn die door de tentoonstelling heen loopt: waarom dansen mensen?”

Al bij de entree van ’Dansen!’ wordt de bezoeker tot zelf bewegen aangespoord. In een interactieve straat, ontworpen door industrieel ontwerpster Jildw Albeda als afstudeerproject aan de Technische Universiteit Delft, produceert elke stoeptegel geluid. Afhankelijk van de gekozen tegels ontstaat een compositie van klokgebeier, startende motors en overige stadsgeluiden.

Groeneboer, die eerder tekende voor de succesvolle tentoonstelling ’Dansen, dansen, dansen’ in het Amsterdams Historisch Museum: „De tentoonstelling gaat niet alleen over dansen, je moet het ook dóen. Voor scholieren worden ’gedanste’ rondleidingen gegeven en in workshops kunnen de allerkleintjes een mini-dansvoorstelling voor hun ouders maken. Hopelijk werkt alles zo aanstekelijk dat het ook na het bezoek aan de tentoonstelling resulteert in actieve dansbeoefening.”

Geen gewichtige brochure met ernstige teksten die de bezoeker door de tentoonstelling heen moet loodsen, er wordt een ludiek waaierboekje met streepjescodes uitgereikt. De bezoeker kan videofragmenten kiezen door deze voor de scanner te houden bij de her en der opgestelde monitoren.

Als opwarmertje op weg naar de eerste tentoonstellingszaal ’zap’ je van tapdanseres Marije Nie die haar hart aan tapdans heeft verpand („Ik voel me door tapdans danser en musicus ineen.”) naar de aandoenlijke grootmoeder van prima ballerina Igone de Jongh („Van wie ze dat talent heeft? Nou niet van mij!”). In vitrines illustreren Nie’s kaalgedanste tapschoenen haar gepassioneerde woorden; een beeldje als herdenking aan Igone’s optreden in Moskou op vijftienjarige leeftijd, zet de trotse woorden van haar oma kracht bij.

De eerste zaal staat in het teken van volks- en werelddans. Groeneboer: „Werelddans is universeel, dus daar wilden we mee beginnen. Je kunt hier zien hoe deze dansen door alle tijden heen identiteit en verbondenheid hebben uitgedrukt. De stola en de castagnetten van de Spaanse danseres Taïta Moro hangen naast twee flessen cognac die de vorm hebben van een toreador en een flamencodanseres – zo zie je hoe bepalend dans is voor een nationale identiteit en op alle mogelijke manieren weerslag vindt in het gewone leven.”

Van werelddans worden we naar ballet en moderne dans geleid. Ontroerend is het tentoongestelde balletschoentje van Anna Pavlova, waar zij haar laatste voorstelling op danste en dat na haar dood in 1931 in Hotel Des Indes achterbleef. Meer balletgeschiedenis wordt tastbaar gemaakt door de reiskist die het bekendste Nederlandse balletkoppel Han Ebbelaar en Alexandra Radius in de jaren zeventig meenam op tournee. De kist herbergt nu lovende recensies en kostuums waarin het balletduo furore maakte. Maar ook zien we hier hoe een aangeslagen Han Ebbelaar in een gefingeerd videofragment vertelt over het verdriet toen hij met dansen moest stoppen. Groeneboer: „Voor de meeste professionals is het na hun veertigste voorbij. Niet alleen de romantiek van ballet – de successen, het applaus – ook de tragiek van het dansvak wilden we laten zien”.

De uitdrukking ’dansen is de verticale expressie van een horizontaal verlangen’ toont aan hoezeer dans altijd met onzedelijkheid is geassocieerd. Een tijdsbalk voert ons terug in de geschiedenis waarin de Duitse expressionistische Ausdrucktünz uit de jaren twintig alleen in aanwezigheid van een politieagent mocht worden uitgevoerd (als controle op een eventueel teveel aan been of borst), tot de recente politieke roep om het verbod op dancefeesten waar ’seksuele handelingen’ zouden worden verricht.

Groeneboer: „Dans is ook bijna synoniem aan emancipatie en bevrijding. Paaldansen heeft zich ook van een wat ranzige nachtclubact ontwikkeld tot een serieuze dansvorm.” Als de tentoonstellingsbezoeker een ’gewaagd’ dansje wil doen, kan dat. Er is een paal aanwezig om zelf een paaldansje op te wagen. En de alom aanwezige Terpsichoré..? Die kijkt toe en zag dat het goed was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden