Museum verhult Pools oorlogsverleden

Polen worstelt met de huidige vluchtelingenstroom, maar ook nog altijd met zijn 'vreemdelingen' uit het verleden. Zo biedt een nieuw museum een wel heel selecte blik op de 'heldenrol' van inwoners die Joden hebben gered.

Terwijl de Europese leiders bijeenkomen in Brussel, reist de Poolse president Andrzej Duda vandaag naar het dorp Markowa om een museum te openen voor Polen die Joden redden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een opmerkelijk gebouw dat scherp contrasteert met de rommelige boerenomgeving. Een strakke gevel van glas en roestkleurig metaal, half verstopt achter een kunstmatige heuvel die abrupt afloopt in een gedenkmuur met honderden namen. "We passen hetzelfde principe toe als Yad Vashem: alleen namen van diegenen die bewust hulp boden", zegt museum-directeur Mateusz Szpytma.

De verwijzing naar Yad Vashem, het instituut in Jeruzalem dat 'rechtvaardigen' onderscheidt die Joden hielpen overleven, is niet toevallig. Sinds de val van het communisme in 1989 is het aantal bomen voor Poolse 'rechtvaardigen' in Yad Vashem sterk gestegen, tot bijna 6500. Verhalen die decennia achter het IJzeren Gordijn zaten opgesloten, werden wereldkundig.

undefined

Tuindersechtpaar Ulma

Daaronder het verhaal van Wiktoria en Józef Ulma, een tuindersechtpaar uit Markowa. Ze verborgen acht Joodse dorpsgenoten. In maart 1944 werden ze verraden en geëxecuteerd. De acht onderduikers, maar ook Wiktoria en Józef, want in het bezette Polen stond de doodstraf op hulp aan Joden. Ook hun zes kinderen werden ter plekke vermoord. De oudste, Stanislawa was acht jaar, Wiktoria was zwanger van de zesde.

De kindergezichtjes lachen de bezoeker onbevangen toe vanuit een lichtgevende wand. Af en toe klinkt er het geluid van boormachines en het geschraap van stukadoors. Het levenswerk van directeur Szpytma nadert zijn voltooiing. Als historicus, maar ook als 'zoon' van Markowa. "Wiktoria Ulma was de zus van mijn oma", vertelt hij tijdens de rondleiding.

De exposie is onderverdeeld in hoofdstukken. Deze vertellen over hulp aan Joden door 'eenvoudige mensen', wraakacties van de Duitse bezetter, de verschillende soorten onderduikplekken en 'dankbare herinneringen' die Joden en Polen na de oorlog aan elkaar hadden. Het is een verhaal over heldendom en martelaarschap. Slechts één zinnetje in de koppen boven de tentoonstelling verraadt dat dit een deel van de werkelijkheid was: "Slechts weinig Joden ontsnapten uit de getto's en slechts weinig Polen hielpen hen."

Barbara Engelking wil geen oordeel vellen over het museum, want dat heeft ze nog niet gezien. Maar als voorzitter van de Internationale Auschwitzraad en senior onderzoeker bij het Centrum voor Holocauststudies kent ze de thematiek als geen ander. Een van de belangrijkste bronnen voor haar onderzoek zijn naoorlogse processen tegen oorlogsmisdadigers, waarin de Jodenvervolging vaak zijdelings aan bod komt. De voorlopige conclusies zijn niet bemoedigend. Al in 2011 stelde Engelking vast: "Overal in Polen werden Joden vermoord. Zeggen dat dat een marginaal verschijnsel was, is een manier om het geweten te sussen."

Het Centrum voor Holocauststudies krijgt geen cent van de Poolse overheid en is niet betrokken bij het museum in Markowa. Het museum wordt ondersteund vanuit het Instituut van Nationale Herinnering, een overheidsinstelling waar museumdirecteur Szpytma zelf jarenlang werkte. En hoewel ze niet met elkaar aan tafel zitten, klinkt het alsof hier twee versies van de geschiedenis op elkaar botsen.

Szpytma: "Dat onderzoek van het Centrum voor Holocauststudies is nog maar in de beginfase, dus het is moeilijk om op basis daarvan algemene conclusies te trekken."

Engelking: "Precieze getallen zullen we nooit hebben. Maar als we ooit door al die naoorlogse processen ploegen, dan kennen we het minumum aantal mensen dat hielp bij het vermoorden van Joden. Dat zal geen laag getal zijn. We spreken over vele duizenden."

Szpytma: "Wij willen hier de Polen tonen die Joden redden, hun namen, hun gezichten. Het is een eerbetoon. Deze mensen hebben een museum verdiend."

Engelking: "Het is heel goed dat we de mensen eren die hun eigen leven riskeerden om andere mensen te redden. Maar de intentie die erachter schuilt is vaak niet zuiver."

Szpytma: "Ik ben de auteur van dit museum. Het is absoluut niet mijn intentie de geschiedenis wit te wassen. Hoe anderen het beoordelen, is hun zaak."

Engelking: "De 'rechtvaardigen' worden gebruikt om de waarheid over de bezetting te verdoezelen. De waarheid is dat er veel meer mensen waren die Joden tegenwerkten, dan zij die hielpen."

Szpytma: "Iedereen heeft het recht op een mening. Maar dit is een museum over Polen die Joden redden en dus is het logisch dat we ons concentreren op Polen die Joden redden."

undefined

Jedwabne staat symbool

De discussie doet denken aan de Duitse 'Historikerstreit' uit de jaren tachtig. Een discussie waarbij 'links' georiënteerde historici hun 'rechtse' collega's verweten het kwaad van de Tweede Wereldoorlog te relativeren. Natuurlijk zijn er verschillen. Het kwaad dat de Polen aanrichtten was niet te vergelijken met dat van de Duitsers. De politieke lading daarentegen is des te groter. Wie zelf in de oorlog heeft geleden en vervolgens - onder het communisme - is gesterkt in zijn overtuiging onschuldig te zijn, zal moeilijk schuld te bekennen.

Het symbool van dit debat is Jedwabne, een stadje in Noordoost-Polen waar Polen hun Joodse buren vermoordden. Een boek over Jedwabne verscheen in 2001. Voor veel mensen was het de eerste informatie dat Polen actief meehielpen bij de Joden-moord (zie kader). "Wat er nu gebeurt is een verlate reactie op Jedwabne", meent Engelking. "We proberen ons nationale zelfbewustzijn te repareren, door onszelf voor te houden dat we echt niet zo slecht waren. Een treurige poging om dingen te verdoezelen."

Ze doelt op de zogenaamde 'geschiedspolitiek' van de regerende nationalisten. Door bewust positieve kanten van de Poolse geschiedenis te laten zien, willen deze het imago van Polen oppeppen. De leider van de nationalisten, Jaroslaw Kaczynski, zei het zo: "Wij kunnen het funeste imago van Polen veranderen, dat heel bewust wordt gecreëerd, want over de hele wereld bestaat het fenomeen antipolonisme".

En zijn lokale vertegenwoordiger, Bogdan Romaniuk, zegt het zo: "Je hoort over 'Poolse concentratiekampen', dat Polen Jodenverklikkers waren, dat de meeste Polen de Joden niet hielpen, maar Joden aangaven, of ze zelf vermoordden", aldus de vicegouverneur van de provincie Podkarpacie, tijdens een perslunch. "Om ons teweer te stellen tegen die onterechte beweringen, hebben wij besloten dit verhaal aan de wereld te tonen."

Podkarpacie is een bastion van het nationalistische Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Het besluit om een kleine twee miljoen euro uit te trekken voor Markowa werd in 2008 genomen door het lokale PiS-bestuur. De PiS-gouverneur riep Polen op 'zich teweer te stellen tegen pogingen van buitenlandse media om onze geschiedenis te vervalsen'. Dat deed hij bij het leggen van de eerste steen - ingezegend door paus Franciscus.

"De Ulma's zijn niet alleen erkend als 'rechtvaardigen' door Yad Vashem, maar ook zaligverklaard door de katholieke kerk", vertelt vicegouverneur Romaniuk trots. Zijn partij geniet steun van de kerk. In de exposie wordt de kerk nadrukkelijk genoemd: "Hulp kwam vaak van eenvoudige mensen, maar ook van de Poolse ondergrondse en de katholieke kerk."

undefined

De 'afwezige' kerk

Ook dat is volgens Engelking twijfelachtig. Zij noemt de kerk tijdens de oorlog 'de grote afwezige'. "De kerk was voor de oorlog heel antisemitisch." Na het instorten van de Poolse staat bleef de katholieke hiërarchie als enige autoriteit overeind.

Maar oproepen om Joden te helpen waren eerder uitzondering dan regel. Ze geeft een voorbeeld van een pastoor die zijn gelovigen wél opriep hun Joodse buren te helpen. "Mensen gaven daar gehoor aan", aldus Engelking, die waarschuwt voor zwart-witdenken. "Er waren enorme verschillen tussen de regio's in Polen zelf."

Dus misschien viel het in de provincie Podkarpacie allemaal wel mee? Markowa ligt tenslotte zo'n vierhonderd kilometer van Jedwabne, het symbool van Pools daderschap.

Maar op twintig kilometer van Markowa ligt een plaatselijk 'Jedwabne', het dorp Gniewczyna. Decennialang heette het dat hier hitlerowcy - nazi-Duitsers - de lokale Joodse bevolking vermoordden. Dat was de officiële versie, totdat in 2010 Tadeusz Markiel zijn mond opendeed. De laatste daders waren al overleden, toen hij vertelde wat hij als twaalfjarig jongetje in 1942 zag.

"Men joeg op Joodse families uit het dorp. Ze vingen de meeste volwassenen en kinderen van acht gezinnen. Ze zetten deze ongelukkigen op karren als varkens, of kalveren die naar de markt worden gereden en brachten ze naar het huis van Leib en Szangla Trynczer, midden in het dorp, naast de kerk, de pastorie en de school. [...] Ze sloten ze op in een donker hok zonder ramen. [...] Die ongelukkigen wisten niet dat hun vonnis al geveld was, dat ze na te worden verkracht en gemarteld zouden moeten toekijken hoe hun kinderen worden vermoord." Markiel beschrijft hoe hij met de andere dorpskinderen nieuwsgierig om het huis hing, waarin de Joden werden mishandeld. Na drie dagen roven, martelen en verkrachten haalden de dorpsbewoners de Duitsers om het karwei af te maken.

De Joden van Markowa en Gniewczyna liggen naast elkaar begraven. Een dorp verderop.

undefined

Joodse professor verdient geen Poolse onderscheiding meer

De Poolse president Andrzej Duda overweegt de Pools-Joods-Amerikaanse hoogleraar Tomasz Gross zijn ridderorde af te nemen. Directe aanleiding was Gross' bewering in een Duitse krant dat de Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog meer Joden dan Duitsers doodden. Gross kreeg het kavalierskruis van verdienste in 1996. Vier jaar later werd hij bekend door zijn boek 'De buren'. Daarin beschreef hij hoe Polen in het stadje Jedwabne hun Joodse buren vermoordden. Vervolgens publiceerde hij twee boeken over de manier waarop Polen zich verrijkten met het bezit van vermoorde Joden. Polen leerden tijdens het communisme weinig of niets over het Poolse aandeel in de Jodenvervolging. Het boek 'De buren' leidde tot een felle discussie, met als uitkomst een gepolariseerde publieke opinie.

undefined

Met Oscar bekroonde film is nu 'anti-Pools'

44 Poolse regisseurs protesteerden onlangs bij de staatstelevisie tegen "het opleggen van de enige juiste interpretatie" van de film 'Ida'. Deze film van de Poolse regisseur Pawel Pawlikowski won vorig jaar een Oscar voor de beste niet-Engelstalige film. Hij vertelt het verhaal van een jonge vrouw die in het naoorlogse Polen ontdekt Joods te zijn en die op zoek gaat naar haar verdwenen familie. Voor de uitzending werd de film becommentarieerd door studiogasten verbonden aan nationalistische media waar de film geldt als 'anti-Pools'. "Veel Polen verborgen Joden", vermeldde de boodschap van TVP voorafgaand aan de uitzending. "Duizenden gaven hun leven voor hun (Joodse, red.) buren." De regering bestuurt sinds januari rechtstreeks staatstelevisie TVP. Sindsdien werden ruim zestig journalisten ontslagen. De leider van de nationalisten, Jaroslaw Kaczynski, beloofde voor de verkiezingen te ijveren voor Hollywoodproducties die Polen in een goed daglicht zullen stellen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden