Museum tussen bouten en schroeven

Een openbaar kunstmuseum in een bedrijfspand? Dat zeven dagen per week geopend is en gratis toegankelijk? Op bedrijvenpark De Brand bij Den Bosch bevindt zich de Kunstlocatie Würth.

Er staan vier bronzen beelden van de kunstenaar Armando op een plek waar je dat helemaal niet verwacht: op een bedrijvenpark bij Den Bosch, voor de ingang van Würth, een handelsonderneming op het gebied van bevestigings- en montagetechniek. Wat hebben bouten en schroeven te maken met kunst? Wie nieuwsgierig naar binnen stapt wordt door de receptioniste welkom geheten in de Kunstlocatie Würth: een inpandig museum dat gratis toegankelijk is. En als je meer wilt weten van de werken die er worden tentoongesteld, kan een vrijwilliger uitleg geven.

De Kunstlocatie Würth is niet echt bekend bij het publiek, al weten wel steeds meer mensen de weg te vinden naar dit bijzondere ’bedrijfsmuseum’. „Maar we willen veel meer aan de weg timmeren”, zegt Karl-Heinz Bardmann, hoofd marketing en communicatie van het bedrijf. Deze zomer worden er schilderijen en beelden van Armando geëxposeerd. Na een verbouwing – het museum wordt flink uitgebreid – is dit najaar een expositie te zien van het kunstenaarspaar Christo en Jeanne-Claude. Na de verbouwing mogen bezoekers van de kunstlocatie ook gebruikmaken van het bedrijfsrestaurant.

Een openbaar kunstmuseum in een bedrijfspand dat ook nog eens zeven dagen per week gratis open is, bestaat voorzover bekend nergens in de wereld. Het idee is bedacht door de grondlegger van het Würth-concern, Reinhold Würth, die in de jaren zestig begon met het verzamelen van kunst. Zijn hobby liep zo uit de hand dat hij zijn medewerkers mee wilde laten genieten. Hij organiseerde exposities in het moederbedrijf in het Zuid-Duitse Künzelsau. Later nodigde hij ook de inwoners van Künzelsau uit om zijn kunstwerken te bekijken.

Inmiddels omvat de collectie-Würth ruim tienduizend beelden, schilderijen en tekeningen uit de 20ste en 21ste eeuw en is daarmee één van de grootste particuliere kunstcollecties van Europa. Toen in 1991 een nieuw hoofdkantoor in Künzelsau moest worden gebouwd, gaf Würth de architect opdracht ook een volwaardig museum binnen de muren van het gebouw te ontwerpen. Tien jaar later kwam er nog een museum bij, op 20 kilometer van het hoofdkantoor. Weer een jaar later werd de opening van een nieuw pand voor de Nederlandse vestiging aangegrepen om ook daar een bescheiden kunstlocatie in onder te brengen. Ook acht andere Europese vestigingen van het concern hebben inmiddels een expositieruimte waar werken uit de collectie-Würth worden getoond. Bardmann: „Binnenkort komt er het eerste Würth-museum buiten Europa, op een industriepark met fabrieken dat we aan het bouwen zijn in China.”

Voor de medewerkers van Würth is het inmiddels de gewoonste zaak van de wereld dat ze zo vanuit de kantine of vanachter hun bureau tegen een schilderij van een beroemde kunstenaar aanlopen. In Den Bosch grenst het museum aan het praktijklokaal waar medewerkers worden opgeleid. Van de talloze soorten schroeven, bouten en tubes met lijm en kit die in het cursuslokaal zijn uitgestald, is het maar een paar stappen naar een imposant zwart doek van Armando. In het cursuslokaal hangt geen kunst, wel een kalender met afbeeldingen van topmodellen als Naomi Campbell. Elk jaar laat Würth zo’n kalender maken, vertelt Bardmann, in een oplage van 900.000. „Maar we geven ook een kunstkalender uit, al is de oplage daarvan wel wat bescheidener.”

Mensen functioneren beter in een aangename omgeving en kunst kan daar aan bijdragen, is de overtuiging van Reinhold Würth. Dat bevordert niet alleen de prestaties maar is ook goed voor de uitstraling van het bedrijf. Dat is in een notendop de bedrijfsfilosofie van Würth, waarin niet alleen veel aandacht is voor het arbeidsklimaat, maar ook voor de omgangsvormen op de werkvloer. Voor de werknemers die dat nog eens willen nalezen, hangt in het bedrijfsrestaurant een poster aan de muur met daarop de basisprincipes van Reinhold Würth. Eén ervan luidt: Hoe groter het succes, hoe groter de mate van vrijheid. En een ander: Het belangrijkste woord in de omgang met elkaar is ’Bedankt’.

Adolf Würth, de vader van Reinhold, begon in 1945 een schroevenfabriekje in Künzelsau. Toen hij in 1954 overleed, zette zijn 19-jarige zoon de zaak voort. Onder zijn leiding groeide het bedrijf uit tot wereldleider. In de Bossche vestiging hangt een foto van Reinhold Wurth die is gemaakt in 2005, toen hij vanwege zijn bijdrage aan de verspreiding van kunst en cultuur in Nederland werd benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau. Würth geldt als een van de grootste mecenassen van Europa. Behalve kunst en cultuur sponsort hij ook sportactiviteiten, waaronder autosport en de kwalificatiewedstrijden voor het EK voetbal. Vorig jaar trok het concern zich terug als sponsor van de Astana-wielerploeg voor de Tour de France, toen verhalen over dopinggebruik de kop opstaken. Dat zou het imago kunnen schaden. Ook op andere maatschappelijke terreinen is Würth actief. Onlangs werd in Duitsland een hotel-restaurant geopend waar gehandicapten werkzaam zijn.

Belangrijk principe voor het bedrijf als het om kunstsponsoring gaat is dat deze voor een breed publiek toegankelijk moet zijn. Daarom zijn er altijd vrijwilligers beschikbaar die uitleg kunnen geven. Opmerkelijk is dat het concern zelf alle kennis in huis heeft om de kunstcollectie te beheren. Würth beschikt over eigen kunstdepots, een staf van conservatoren en wetenschappers. Bovendien voldoen de omstandigheden in de kunstlocaties aan de voorwaarden die gelden voor musea.

Het zijn niet de minste kunstenaars die vertegenwoordigd zijn in de collectie-Würth. Om maar een greep te doen: Picasso, Max Ernst, Hans Arp, Arnulf Rainer, Christo en Jeanne-Claude, Robert Jacobsen, Roy Lichtenstein, Marc Chagall, Pisarro, Andy Warhol, Jörg Immendorff en Fernando Botero. Würth richt zich niet specifiek op een bepaalde stijl, wel streeft hij naar een aantal zwaartepunten in de collectie. Van Picasso, Ernst, Arp, Christo en Jeanne-Claude is zo veel aangekocht, dat alle facetten van deze kunstenaars kunnen worden belicht. Dat geldt ook voor het werk van de Deense beeldhouwer Jacobsen, waarvan Würth de grootste collectie buiten Denemarken bezit.

Het Duitse expressionisme is een ander zwaartepunt, met werk van onder meer Emil Nolde, Max Beckmann en Max Liebermann. Ook architectuur speelt een belangrijke rol in het kunstbeleid. Bij de bouw van nieuwe vestigingen wordt altijd een prijsvraag uitgeschreven voor architecten.

Dat de Nederlandse vestiging nu nadrukkelijker de aandacht van het publiek gaat zoeken, past niet alleen in het streven van Reinhold Würth om zijn verzameling met zoveel mogelijk mensen te delen. Bardmann: „Het kan ook doordat we nu meer expositieruimte krijgen en de mensen beter kunnen ontvangen met een museumwinkel en toegang tot het bedrijfsrestaurant. Daarnaast springen we ook een beetje in een gat. In deze regio is er op het gebied van kunst uit de 20ste en 21ste eeuw niet zo veel aanbod. Eigenlijk zijn alleen De Pont in Tilburg en het Van Abbemuseum in Eindhoven onze concurrenten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden