Museum, kom in beweging

Musea trokken zich vaak te weinig aan van de bezoekers, vindt Arnoud Odding. In 'Het disruptieve museum' maakt hij de stand van zaken op. Er verandert veel in de museumwereld.

Als er weinig bezoekers kwamen naar een tentoonstelling, lag dat per definitie aan het publiek. En niet aan het museum en de conservator. Die hadden toch echt hun best gedaan om er iets moois van te maken en belangrijke kunstwerken te laten zien. En ook nog eens uitgelegd waarom die werken zo belangrijk waren in kunsthistorisch perspectief. Maar helaas, het publiek liet het afweten.

Arnoud Odding (1961) werd er wel eens nijdig om, als hij weer eens een conservator tegenkwam die vooral vervuld was van zijn eigen kennis en interesse. "De vraag of het publiek wel behoefte had aan zijn tentoonstelling, was niet aan de orde. Het ging om de kunst, die moest centraal staan, niet het publiek."

In 2004 schreef Odding, die toen als museoloog en kunsthistoricus een bureau had voor het organiseren van tentoonstellingen, een pamflet over wat er naar zijn mening zoal mis was in de museumwereld. In zichzelf gekeerd, opgesloten in het eigen vakgebied, overtuigd van het eigen gelijk, maatschappelijk niet relevant: dat waren zoal de kwalificaties in 'Het gedroomde museum'. Odding: "Ik kan me voorstellen dat het publiek in sommige musea haast geïntimideerd is geweest." Het boekje, samen met Tiziana Nespoli geschreven, kon bijna als een aanklacht worden gelezen. Maar ook als een pleidooi om het museum weer een plek van betekenis te geven in de samenleving door het publiek er serieuzer bij te betrekken.

Daarna werd Odding directeur van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam. Daar kon hij zijn ideeën over het ideale museum in de praktijk brengen. Dit voorjaar vertrok hij uit Leerdam om zich te richten op het adviseren van musea. Ook was het tijd voor een vervolg op Het gedroomde museum. Vandaag presenteert Odding in Museum De Lakenhal in Leiden zijn boek 'Het disruptieve museum'. Daarin beschrijft hij aan de hand van gesprekken met vijftien museumdirecteuren en -medewerkers hoe de museumsector er nu voor staat.

Wat is een disruptief museum?
"Het disruptieve museum is het netwerkmuseum. Ik zal dat uitleggen. De wereld is razendsnel veranderd in een netwerksamenleving, waarin mensen met een paar muisklikken overal hun informatie vandaan halen en niet meer klakkeloos de autoriteit accepteren van instituties, of het nu om artsen gaat of rechters. Ook de museumsector ontkomt niet aan de verstoringen, ofwel disrupties die daarvan het gevolg zijn. Het disrupted, het verstoorde museum is in mijn ogen het traditionele museum dat gewoon wil doorgaan op de oude weg en niet snapt dat zijn bestaansrecht ter discussie staat. Het netwerkmuseum daarentegen is het verstorende of disruptieve museum dat begrijpt dat er een wisselwerking moet komen met het publiek. Als het publiek goed wordt bediend, wil dat misschien ook iets terugdoen voor het museum."

Is dat besef al doorgedrongen in de museumwereld?
"Eerlijk gezegd is mijn visie op de museumsector radicaal gewijzigd. Musea zijn écht in beweging gekomen. De museumdirecteuren die ik heb geïnterviewd over hun ideale museum, vormen de voorhoede van een tendens die niet te stoppen is en die nog wordt versterkt door het feit dat musea zelf hun geld moeten gaan verdienen. Dat betekent dat ze producten moeten gaan leveren waar behoefte aan is. En dat is wezenlijk anders dan producten aanbieden die musea zelf belangrijk vinden. Directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum zei me het volgende over deze aardverschuiving in zijn museum: 'Ik wil dat het publiek centraal staat en niet het object. Dat klinkt heel simpel maar dat is een draai van 180 graden.' Bij de inrichting van het museum gaat Pijbes uit van het verwachtingspatroon van de bezoeker die vooral voor de Gouden Eeuw komt. Ook de route door het gebouw is daarop aangepast. Pijbes' voorganger Ronald de Leeuw hield zich nog strikt aan de chronologie."

Als musea er vooral op uit zijn het publiek te behagen, leidt dat dan niet tot vervlakking?
"Dat argument hoor ik vaak van conservatoren die hun eigen visie centraal willen blijven stellen. Maar als daar geen behoefte aan is, houdt het snel op. Musea kunnen op alle mogelijke manieren met hun collecties inhaken op wat er leeft onder de mensen. En een aantal musea is daar al volop mee bezig. Het Stedelijk Museum Kampen heeft bijvoorbeeld een tour ontwikkeld die de stad in gaat. Via gps vind je daar allerlei plekken die met de collectie te maken hebben. Daardoor krijg je een wisselwerking met de bevolking en dat levert ook weer nieuwe perspectieven op. Mensen voelen zich meer betrokken bij het museum, bieden zich aan als vrijwilliger. Museum Rotterdam doet hetzelfde met het project 'De stad als muze' waarbij het de wijken intrekt. Het Van Abbe Museum in Eindhoven doet projecten in de wijken, maar ook in het Rif-gebied in Marokko en Palestina. Directeur Charles Esche ziet het museum niet meer als een gebouw, maar als een 'werkzaam bestanddeel' van de samenleving. Directeur Edwin Jacobs van Centraal Museum Utrecht wil mensen in aanraking brengen met kunst door ze zelf aan het werk te zetten. Tijdens de tentoonstelling van modeontwerper Alexander van Slobbe mochten bezoekers zelf een jurk naaien op basis van een ontwerp van Van Slobbe. Als een museum kiest voor tweerichtingsverkeer, levert dat juist een verrijking op. Het gaat niet alleen meer om de visie van de conservator. Er wordt een rijkdom aan nieuwe dimensies toegevoegd aan de collectie, die daardoor ook veel meer gaat leven bij het publiek."

In uw boek komt het Glasmuseum Leerdam heel summier aan de orde, maar wat hebt u daar voor elkaar gekregen?
"De fusie met de Glasblazerij in 2007 is belangrijk geweest, omdat de glasblazerij toegang kreeg tot het netwerk van kunstenaars en het museum toegang tot de ambachtelijke vaardigheden. In het museum richtten we exposities in van ontwerpers die experimenteerden in de glasblazerij, waardoor we nieuw publiek trokken. Dat leidde weer tot verkooptentoonstellingen. Ook zijn er workshops gekomen voor het publiek. Daar zijn zoveel nieuwe bezoekers op afgekomen, dat dat ook tot een enorme groei van het aantal vrijwilligers heeft geleid: 150 mensen, die zoveel van hun tijd investeren dat dat vijftien betaalde krachten scheelt ofwel 500.000 euro op jaarbasis. Zo is het Glasmuseum een netwerkmuseum geworden dat 80 tot 85 procent van de jaaromzet zelf verdient. Door de betekenis van glas centraal te stellen voor mensen die nu leven en nu werken, heeft het museum zich midden in de samenleving geplaatst."

Maar kun je daarin ook niet doorslaan? Het Wereldmuseum in Rotterdam wil zich nadrukkelijk op de havenelite concentreren als belangrijkste doelgroep, met onder meer een toprestaurant en speciale arrangementen. Met als consequentie dat de Afrika-collectie dreigt te worden verkocht, omdat Afrika niet interessant genoeg is voor de Rotterdamse haven, die vooral op Azië is geconcentreerd.
"In dit boek spreek ik geen waarde-oordelen uit. Elk museum moet voor zich bepalen op welk publiek het zich wil richten en in welke vorm. Ik hoop uiteraard wel dat dit boekje leidt tot pittige debatten in de museumwereld."

Is het ook niet een generatiekwestie? Het zijn toch vooral de jongere museumdirecteuren die op allerlei fronten proberen meer maatschappelijk draagvlak te creëren voor hun museum?
"Ik denk wel dat de nieuwe generatie hier pragmatischer mee omgaat dan de oudere directeuren en conservatoren. De oudere generatie denkt soms nog dat de problemen zijn opgelost als je veel publiek trekt met een spraakmakende expositie. Maar dat middel werkt op een gegeven moment niet meer. Mijn stelling is dat je er als museum ook voor kunt kiezen wat minder bezoekers te trekken, maar dan wel mensen die zo betrokken zijn dat ze ook nog bereid zijn iets terug te doen, bijvoorbeeld als vrijwilliger."

Het boek Het disruptieve museum is tot stand gekomen op initiatief van de Stichting DOEN. Het is te bestellen via www.odd.nl ISBN 978-90-808484-0-5.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden