Museum de Pont

Een theatraal-operateske achtergrond. Plaats van handeling niet die van Kniertje, eerder zuidelijker: het kan het achterstraatje van de Barbier van Sevilla zijn. Op de achtergrond staan twee schimmen geheimzinnig te doen. Eén schim verdwijnt, keert terug en lijkt de andere schim een vuurtje te geven. Op de voorgrond ontmoeten twee vrouwen elkaar, een zwangere vrouw voegt zich bij hen. Ze praten, luisteren, handgebaren en nemen afscheid. Duur van de voorstelling: tien minuten. Stichting voor Hedendaagse Kunst De Pont, Wilhelminapark 1 in Tilburg, di t/m zo 11 tot 17 uur.

Maar het geheim van 'De begroeting' is de vertraging. De werkelijke begroeting van de vrouwen duurde 45 seconden. Viola vergrootte die 45 seconden tot tien minuten en bracht de ontmoeting daarmee bijna tot stolling als in een ansichthologram. Uiterst loom handgebaren de vrouwen, een knip met de wimpers duurt eeuwen; het werkwoord wapperen is vrijwel blasfemisch voor het heen en weer ruisen van hun gedrapeerde sjaals en kleren. De vrouwen spreken maar je hoort ze niet; alleen een donkere, licht-dreigende onderwatertoon begeleidt hun ontmoeting. Wanneer de derde vrouw, als een zwangere en verrukkelijke Maria ten tonele verschijnt, deinst de tweede vrouw monumentaal terug. Door de mahleriaanse tempovoering ('In ruhig fliessender Bewegung') schuiven er in die tien minuten voortdurend nieuwe schilderijen over min of meer hetzelfde tableau heen.

Het is een intieme ontmoeting, daar in dat zaaltje van de oude wolspinnerij. Directeur Hendrik Driessen van De Pont weet z'n trots over de aanwinst elegant te verbergen. Maar in het hart van het museum wacht een nog intiemere installatie, net als 'De begroeting' eerder theatraal dan sculpturaal: de raadselachtig summier oplichtende donkere kamer 'Wedgework III' van James Turrell. Eerst zie je niet wat je ziet, je raakt je oriëntatie en evenwicht even kwijt, totdat je ogen langzaam greep op de lege witte doos krijgen. Het lijkt heftig te misten, er lijkt een wit gaasgordijn in de ruimte te hangen - maar nee: het zijn allebei typische kwesties van schone schijn.

Eenmaal weer uit Turrells 'donkere' kamer, sta je pontificaal in het daglicht dat zo overvloedig het museum De Pont binnenvalt, op een bewolkte dag vrijwel neerdaalt, zo licht dat kan. Dankzij het zogeheten shed-dak, de rijenlange driehoeken van glas, baadden de wolspinners in het licht. Voor een museum valt er 's zomers eigenlijk wat al te veel licht naar binnen. Directeur Driessen zou wel gordijnen of luxaflex willen hebben, maar met dat geld doet De Pont liever aankopen.

De Pont, jaarlijks door zo'n 40 000 mensen bezocht, is een particulier museum dat geen subsidie nodig heeft dankzij het legaat dat de Tilburgse zakenman Jan de Pont (1915 - 1987) 'ter stimulering van hedendaagse kunst' schonk. De Pont ging vijf jaar geleden open en vanaf den beginne besloot het museum 'niet naar het vullen van lacunes in de openbare collecties in het land' te zoeken, evenmin naar het 'opzoeken en aanleggen van de ontbrekende stukjes van een puzzel'. Hoewel De Pont geen specialistisch museum is, zoals bijvoorbeeld het Amstelveense Cobramuseum, groeide die eerste vijf jaar een even verfijnde als eigenzinnige collectie die van Richard Serra tot Marien Schouten, Thierry de Cordier, Jan Dibbets, Richard Long, Anish Kapoor, Marc Mulders, Marlène Dumas en Wolfgang Laib voert. De collectie moet zich hooguit gestadig uitbreiden, want De Pont wil de eigen verzameling liefst 'permanent laten zien' en het depot zo leeg mogelijk houden.

Het museumgebouw zelf is al van elegante schoonheid: een voormalige wolspinnerij, nu één grote tentoonstellingsruimte, met daarachter een aantal kleine tot piepkleine vertrekken waar de wol werd opgeslagen. Voor de metamorfose van wolspinnerij tot museum zorgde het architectenbureau Benthem Crouwel, dat adviseerde van vloerkeuze (beton met zachtgrijs pigment) via strakke, chromen deurknoppen van het toilet, tot aan de bakstenen en toch transparante tuinmuur toe.

Voor de tuin zelf - door Driessen de-zaal-zonder-dak gedoopt - wordt om de twee jaar een kunstenaar aangezocht die sculpturaal mag ingrijpen. Na Jeroen Doorneweerd is dat dit jaar John Körmeling, met zijn kooiachtige, glazen automobielen, waarvan de nieuwste, die in Tilburg gebouwd wordt, op waterstof kan rijden. De zandstroken die Körmeling als testbanen voor zijn automobielen liet aanleggen, dienen tijdelijk ook als wandelpaden. In de voormalige spinnerijkantine is nu een bescheiden bibliotheek, toegespitst op het werk en de kunstenaars van de verzameling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden