Musea verdeeld over nieuw aankoopbeleid

Van onze kunstredactie AMSTERDAM - Bovenaan de verlanglijst van de Stadsgalerij in Heerlen staat nieuw werk van Marlene Dumas en Rob Birza. Over twee jaar waarschijnlijk nóg, want dankzij het nieuwe aankoopbeleid van de Mondriaanstichting verliest de Stadsgalerij bijna een ton aan subsidie.

“Van alle kunstmusea worden wij het zwaarst getroffen”, zegt directeur Anke van der Laan over de regeling waardoor musea steun kunnen krijgen bij hun aankopen van moderne kunst en vormgeving. “Ik had nooit verwacht dat het beleid zo extreem zou veranderen.”

De Heerlense reactie valt een dag nadat de musea zijn geïnformeerd in de categorie 'wij zijn geschokt'. Maar er zijn ook reacties in de trant van 'wij zijn enthousiast'. De scheidslijn loopt ergens tussen de grote en de kleine kunstmusea.

De meningen lopen zo sterk uiteen, dat directeur Manus Brinkman van de Nederlandse Museumvereniging zich niet waagt aan een standpunt. Want: “Het is niet aan mij om groepen voor het hoofd te stoten.” Het bestuur van zijn vereniging buigt zich volgende week over het aankoopbeleid van de Mondriaanstichting, het nieuwe stimuleringsfonds voor beeldende kunst, vormgeving en museale activiteiten.

De regeling wijkt op een aantal punten drastisch af van het oude WVC-beleid. Zo is het aantal musea dat een beroep kan doen op financiële steun bij de aankoop van moderne kunst teruggebracht van 32 naar ongeveer 20. De overblijvers krijgen ieder ongeveer een ton per jaar.

Het Stedelijk Museum in Amsterdam is erg blij met de beperking van de groep gesubsidieerden. Volgens woordvoerder Martijn van Nieuwenhuijzen gaat de Mondriaanstichting hiermee de versnippering in museale aankopen te lijf en dat komt de kwaliteit van de kunstcollecties alleen maar ten goede.

Eer en glorie

Het museum onderschrijft de gedachte dat 'de sterken sterker moeten worden'. Vooral omdat de grotere musea hun collecties niet alleen uitbreiden ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Kleinere kunstinstellingen kunnen de aangekochte werken immers in bruikleen nemen. Het Stedelijk honoreert jaarlijks honderden aanvragen op dat gebied.

Een voordeel van het nieuwe beleid is volgens Van Nieuwenhuijzen ook de grotere vrijheid bij aankopen. De oude WVC-regeling beperkte zich tot Nederlandse kunst van de laatste vijftien jaar, maar nu komt de gehele twintigste eeuwse kunst en voor een deel ook buitenlandse kunst en vormgeving in aanmerking.

“Via de achterdeur sluipt er echter weer een andere onvrijheid naar binnen”, zegt Lisette Pelsers, conservator moderne kunst van het Rijksmuseum Twenthe - een van de twintig uitverkorenen. “Als wij subsidie willen, moeten we zelf minimaal een ton per jaar opzij zetten voor aankopen op het gebied van moderne kunst. Dat betekent dat er een forse ingreep wordt gedaan op ons totale aankoopbudget. De oude kunst komt zo in het gedrang.”

De aankoopregeling treft volgens Pelsers alle musea met gemengde collecties. Zij moeten nu nóg langer sparen voor een achttiende eeuws schilderij of een porseleinen vaas. Of ze moeten andere middelen zien te vinden om hun aankoopbeleid te handhaven.

Het museum in Enschede heeft ook bezwaren tegen de bepaling dat de inkomensvorming voor Nederlandse kunstenaars niet langer een expliciet doel is van de subsidie. Pelsers: “Het is prima dat musea meer keuzevrijheid krijgen. We zijn alleen bang dat de nadruk komt te liggen op retrospectieven en buitenlandse kunstenaars. Daar worden Nederlandse kunstenaars de dupe van, zeker nu de Rijksdienst beeldende kunst geen werken meer aankoopt.”

Het Stedelijk Museum voert daar tegenin dat het Fonds voor beeldende kunsten dit jaar juist in het leven is geroepen voor de inkomensvorming van kunstenaars. Bovendien stelt de Mondriaanstichting twee miljoen gulden beschikbaar voor aankopen ten behoeve van buitenlandse presentaties. “De nieuwe regeling stimuleert ons om extra moeite te doen voor Nederlandse kunstenaars.”

Maar de maatregel is wel onduidelijk, vindt directeur Brinkman van de Nederlandse Museumvereniging - op persoonlijke titel. “De aankoopregeling wordt nu gebruikt om presentaties in het buitenland te promoten, maar volgens mij kun je daar beter een apart potje voor hebben. De Mondriaanstichting gooit appels en peren op één hoop.”

Cobra's

Directeur Van der Laan van de Stadsgalerij in Heerlen heeft andere zorgen: tot dit jaar had het moderne museum nog een riant budget voor de uitbreiding van de collectie Cobra's, post-Cobra's en jonge Nederlandse schilders. Dat kwam doordat het was ingedeeld bij de middelgrote musea 'van nationaal belang'.

Die naam moet het nu hoog zien te houden met de overgebleven veertienduizend gulden. “Van dat bedrag kan ik hoogstens één keer in de twee jaar een kwalitatief goede aankoop doen. Dat is toch geen verzamelen meer.”

Van der Laan pleit er alsnog voor dat een advies van de Raad voor de Kunst wordt opgevolgd. Daarin isvoorgesteld om kleine en middelgrote musea jaarlijks dertigduizend gulden te geven voor hun aankoopbeleid. Als dat plan geen steun krijgt van de museumvereniging, zal het toch zeker gehoor moeten vinden bij de negentien subsidieloze lotgenoten, zoals het Penningen- en Prentenkabinet in Leiden, het Frans Halsmuseum in Haarlem en het Van Reekummuseum in Apeldoorn. “We moeten gezamenlijk protest aantekenen, anders hebben we geen kans.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden