Interview

Musea, geef die koloniale kunst terug

Rechtsfilosoof Jos van Beurden (1946) promoveerde eind 2016 op een studie naar kunstschatten met een dubieuze herkomst in Europese musea. Hij pleit voor teruggave aan bijvoorbeeld oud-koloniën. Beeld Patrick Post

Kunstschatten in westerse musea zijn vaak door roof verworven. Ze horen thuis in de ‘bronlanden’, zegt Jos van Beurden, ook al hebben de musea zo hun bedenkingen tegen teruggave.

De wandelstok van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt. Stel je eens voor dat die niet in het Rijksmuseum in Amsterdam zou liggen. Maar dat het beroemde ‘stokske’ waarop hij steunde toen hij op 13 mei 1619 het schavot beklom, ooit was meegenomen naar het buitenland. En dat het daar nu nog steeds in een museum zou liggen, dat het niet wil teruggeven aan Nederland.

Onbestaanbaar toch, zegt onderzoeker Jos van Beurden. “Zo’n stuk uit ons cultureel erfgoed hoort hier.” Het omgekeerde is wel geaccepteerd. In Nederlandse musea bevinden zich duizenden culturele objecten die op vaak dubieuze wijze uit de voormalige koloniën zijn gehaald. Verzoeken om teruggave door de landen van herkomst zijn zelden gehonoreerd; toezeggingen niet nagekomen, ontdekte Van Beurden. Hij schreef er een boek over. Daarin pleit hij ervoor dat bezitters van betwiste koloniale objecten een voorbeeld nemen aan de manier waarop met nazi-roofkunst is omgegaan.

Onbekommerd door een westers museum lopen kan Van Beurden niet meer. Altijd is hij gespitst op koloniaal erfgoed uit Azië, Afrika of Zuid-Amerika. Ook de tekstbordjes bij deze voorwerpen hebben zijn speciale belangstelling. Het valt hem op dat de informatie over de herkomst, zeker als het om oorlogsbuit gaat of roof, vaak summier is of zelfs versluierd wordt. Laat staan dat officiële verzoeken van Indonesië, Sri Lanka of een andere voormalige kolonie tot teruggave vermeld worden. Om alvast één aansprekend voorbeeld te noemen: het met zilver en robijnen versierde bronzen kanon van de koning van Kandy op Ceylon (tegenwoordig Sri Lanka), een van de pronkstukken van het Rijksmuseum. Volgens het tekstbordje hebben de Nederlanders dit kanon, waarmee saluutschoten werden gelost om bezoekers van de koning te verwelkomen, in 1765 buitgemaakt tijdens een militaire campagne. Oorlogsbuit dus, maar onvermeld blijft dat Sri Lanka het kanon al in 1980 heeft teruggevraagd.

Jarenlang deed Van Beurden onderzoek naar de omgang van Nederland en andere Europese landen met culturele schatten uit hun voormalige koloniën. Hij ontdekte dat er nauwelijks voorwerpen zijn teruggestuurd tijdens en na de dekolonisatie. Bij Van Beurden thuis, in Utrecht, springt meteen zijn collectie uitheemse beelden in het oog. “Allemaal nieuw”, verzekert hij. “Ik wil pertinent geen oude beelden.” Hij pakt een verweerd grafbeeldje uit Mali. “Dit is ook een kopie. Ze stoppen deze nieuwe beeldjes twee jaar onder de grond en dan lijkt het alsof ze eeuwenoud zijn.”

Vanwaar die belangstelling voor koloniaal erfgoed?

“In 1973 ging ik op wereldreis met mijn toenmalige vriendin. Over land naar Bangladesh, omdat ik belangstelling had voor ontwikkelingslanden. We zijn daar onderzoek gaan doen naar de machtsverhoudingen in een dorp. We zater er een jaar en leerden er Bengaals, zodat we geen tolk nodig hadden. Wat me bij gebleven is, is hoeveel respect er over en weer was. Dat heeft veel invloed op mij gehad.”

“We reisden ook door India, waar je stukjes steen van de Taj Mahal kon kopen, die jongetjes er ’s nachts af hadden gehakt. Ik was me er toen nog niet zo van bewust dat dat kunstroof was. Dat besef begon te dagen in Mali, waar ik begin jaren negentig een ravage aantrof op archeologische vindplaatsen. Een Italiaanse antiquair had daar in een dorp mannen in dienst die voorwerpen voor hem opgroeven, in ruil voor eten en drinken, het was tijdens die verschrikkelijke Sahel-droogte. Ik was daar ook in het Nationaal museum, dat enorme gaten in de collectie heeft.

“Waar ik ook kwam, overal hoorde ik verhalen over cultureel erfgoed dat in de koloniale tijd was verdwenen en dat daar sterk wordt gemist. En dan gaat het ook ineens opvallen hoeveel van die beelden, maskers en wapens in westerse musea staan. Ik ben erover gaan publiceren. Na mijn pensionering, vier jaar geleden, besloot ik er een promotie-onderzoek van te maken. Ik had zoveel materiaal verzameld. Met dit onderzoek wil ik een duw geven aan het debat over de mogelijkheden van teruggave van objecten met een culturele en historische waarde aan de bronlanden.”

Allereerst: over welke periode praten we?

“Eigenlijk is het weghalen van cultureel erfgoed al begonnen in de eerste periode van het Europese kolonialisme. De Portugezen gingen in 1415 naar Ceuta in Noord-Marokko, waar ze moskeeën verwoestten om er kerken neer te zetten. >> De Spanjaarden hebben vanaf 1492 in Amerika enorme roofpartijen gehouden. Er zijn oude teksten gevonden van Azteken over wat er allemaal van hen is afgepakt. De Azteken wilden de vreemdelingen ontvangen met geschenken, maar ze zijn gewoon uitgemoord en hun cultuur is vernietigd.

“Nederland heeft in de 17de eeuw al handelsposten geopend in Indonesië, voor het twee eeuwen later onderdeel werd van het Koninkrijk. Dat de VOC naast specerijen en andere handelsproducten ook kostbare voorwerpen meenam, zie je op Rembrandts schilderij ‘Het offer van Abraham’ (Hermitage, Sint-Petersburg). Een engel weerhoudt Abraham ervan diens enige zoon Isaak te offeren met een kris. Die kris moet meegekomen zijn op een VOC-schip.”

Dat wapen kan toch ook gekocht zijn?

“Met heel veel objecten is natuurlijk niets mis, die zijn inderdaad gewoon gekocht. Dat was een win-winsituatie. In 1899 bestelde Nederland voor de Wereldexpositie in Parijs houten beelden uit Bali. Het was voor een deel gewoon business. Maar daarnaast ontdek ik steeds meer over de grote stroom van culturele voorwerpen die als oorlogsbuit of na gedwongen bekeringen naar Europa kwamen. Vlak de rol van missionarissen en zendelingen niet uit. Die hebben tot het begin van de twintigste eeuw behoorlijk huisgehouden, vooral in Afrika en Zuid-Amerika. Overigens ook vaak met steun van dorpshoofden die wilden moderniseren.”

Waren er toen helemaal geen regels voor de invoer van culturele voorwerpen?

“Na de nederlaag van Napoleon begonnen de Europese landen de teruggave van oorlogsbuit te regelen. Maar dat pasten ze niet toe in hun koloniale bezittingen. Er kwamen wel regels. Zo mocht je vanaf 1840 niet zomaar oude beelden en andere spullen van culturele waarde uit Nederlands-Indië meenemen. Maar die regels beschermden de belangen van de kolonisator. Bovendien werd ermee gesjoemeld. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd André Malraux, later nota bene minister van cultuur van Frankrijk, gearresteerd wegens kunstroof. Hij wilde zonder exportvergunning beelden uit Cambodja meenemen.”

De Britse cultuursociologe Tiffany Jenkins betoogt in ‘Keeping their Marbles’ (2016) dat westerse musea, vanwege hun cosmopolitische rol, geroofde kunstschatten (zoals de marmeren beelden uit Athene) mogen houden; teruggeven zou ‘historisch onjuist en sociaal onwenselijk’ zijn (Letter& Geest, 8 april 2017). Van Beurden staat daar diametraal tegenover. Hij beschrijft tientallen voorbeelden van roof van culturele erfgoederen, die wij nu nog steeds kunnen bewonderen in musea, van het Louvre in Parijs tot het British Museum in Londen, en van het Welt Museum in Wenen tot het Rijksmuseum en de volkenkundige musea (tegenwoordig Musea van Wereldculturen) in Nederland. Verzoeken om teruggave zijn nauwelijks gehonoreerd.

Van Beurden: “Indonesië heeft in 1975 een lijst ingediend met tienduizend voorwerpen die het terug wilde. Daarop stond ook een topstuk van het Museum Volkenkunde in Leiden: een tempelbeeld van Ganesha van Singasari, de olifantengod. Uiteindelijk hebben ze maar een paar honderd voorwerpen teruggekregen, maar niet dat beeld.”

Eind vorig jaar gaf minister Rutte toch nog een kostbare kris terug tijdens een handelsbezoek aan Indonesië?

“Dat heette een bijzonder gebaar te zijn, maar het ging niet om de beroemde kris die prins Diponegoro in 1830 moest afgeven aan generaal De Kock. Die wil Indonesië dolgraag terug, maar Nederland is nooit zijn belofte nagekomen om uit te zoeken waar die is gebleven. Deze kris-van-Rutte was over van de collectie van Museum Nusantara in Delft dat in 2013 moest sluiten.”

Vindt u dat al het koloniale erfgoed terug moet naar de bronlanden, met als consequentie lege museumzalen?

“Dat bepaal ik niet, maar de betrokkenen. Ik bepleit wel veel meer openheid over alles wat ooit geroofd of onder dwang verkregen is. We hoeven niet bang te zijn dat de musea hier leeg raken. In de landen van herkomst zitten ze niet te wachten op al die duizenden voorwerpen. Waar moeten ze die laten? Maar de kunstschatten die echt belangrijk zijn, horen toch eerder daar dan hier?”

Hoe reëel is het dat het British Museum zijn topstuk Parthenon Marbles, beelden van de Atheense Akropolis, terug gaat geven?

“Daar wordt al heel lang over onderhandeld en steeds zijn de meningen sterk verdeeld geweest. Maar hoe erg is het als in Londen een goede kopie staat en in Athene het origineel? Ik kan er begrip voor opbrengen dat een herkomstland zelf het origineel wil hebben.”

Juridisch gezien is alles verjaard.

“Dat klopt. Het heeft zich allemaal afgespeeld voordat de Unesco in de jaren zeventig een richtlijn uitvaardigde dat cultureel erfgoed in het land van herkomst moet blijven. Nederland heeft die overigens als een van de laatste landen pas in 2009 ondertekend. Maar er moet wel, net als bij nazi roofkunst, een eerlijke en rechtvaardige oplossing komen. Het debat daarover wil ik aanzwengelen.”

Hoe stelt u zich die oplossing voor?

“Ik heb een model ontwikkeld in de lijn van de ‘fair and just solution’ gedachte uit de ‘Washington Conference Principles’ voor de teruggave van door de nazi’s geroofde kunst in de Tweede Wereldoorlog. Die principes heb ik ‘vertaald’ naar grondregels voor het omgaan met koloniale kunstschatten.

Wilt u de Rudi Ekkart van de koloniale roofkunst worden? (Ekkart is de ‘architect’ van een eerlijk en rechtvaardig restitutiebeleid voor roofkunst uit de oorlog, red.)

“Dat is uw benaming. Maar westerse regeringen kunnen wel leren van de manier waarop met nazi-roofkunst is omgegaan. Doe onderzoek, zowel in musea als particuliere collecties, naar voorwerpen uit voormalige koloniën. Leg openbare registers aan. Kom dan in overleg op basis van gelijkwaardigheid tot een oplossing voor al die kunstschatten die geroofd zijn of op een betwistbare manier verkregen. Het is ook een bewustwordingsproces. Het zou al heel wat zijn als musea om te beginnen in de tekstbordjes de herkomstgeschiedenis vermelden. Maar op den duur zal er ook evenwicht moeten komen tussen de rijke collecties in het Westen en de schrale verzamelingen in de herkomstlanden.”

Is dat niet een te optimistische gedachte?

“De tijd is er rijp voor., want de verhoudingen op wereldniveau veranderen. De verkleuring van de Nederlandse samenleving is ontegenzeggelijk van invloed. En in gesprekken met museumconservatoren in Europa merk ik ook een toenemende gêne over de scheve verdeling. Er is een museum, waarvan ik de naam nog niet wil noemen, dat al werkt aan repatriëring van koloniale kunstschatten.”

Veelgehoord argument: de omstandigheden in niet-westerse musea zijn niet optimaal voor kwetsbare voorwerpen, daarom kunnen ze beter hier blijven.

“Dat vind ik zo betuttelend. Er is daar al heel veel verbeterd en ze zien het zelf ook als probleem. Als je werkelijk vindt dat het daar beter moet, kun je ook geld geven aan hun plannen voor verbeteringen.”

Griekenland zal best veilig zijn voor de Parthenon Marbles en Jakarta voor de kris van prins Diponegoro. Maar hoe zit dat met landen als Libië, Irak, Syrië, Afghanistan?

“De veiligheid van de objecten moet onderdeel zijn van de onderhandelingen over teruggave. Als die niet gegarandeerd kan worden, zal er een oplossing gevonden moeten worden. Want je zou wel gek zijn om spullen terug te geven, als je weet dat ze de volgende dag weg zijn of vernield worden. Maar in die instabiele landen, Congo is daar ook een voorbeeld van, begrijpen ze zelf ook wel dat ze eerst moeten zorgen voor goede depots en veilige musea. Belangrijk is dat wij in het Westen daar ook anders in gaan staan. Congo is nu niet veilig, maar binnen tien jaar misschien wel. Laten we ons daar op richten en in gezamenlijk overleg alvast nadenken over oplossingen. Westerse musea gebruiken soms wel erg gemakkelijk het argument van veiligheid om hun onwil te camoufleren.” 

Maandag 29 mei presenteert Jos van Beurden zijn boek ‘Treasures in Trusted Hands’ in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Hij debatteert erover met museumdirecteuren uit Nederland, Duitsland, Oostenrijk, België en Groot-Brittannië. Er zijn geen kaarten meer beschikbaar voor dit evenement.

Treasures in Trusted HandsBeeld RV

Jos van Beurden

Treasures in Trusted Hands, Negotiating

the Future of Colonial Cultural Objects

Sidestone Press;

290 blz. 29,95

Tekst loopt door onder afbeelding 

Kanon van koning Kandy

Kanon van koning KandyBeeld RV

Een van de topstukken van het Rijksmuseum in Amsterdam is het kanon (vóór 1745) van de koning van Kandy in Ceylon (nu Sri Lanka). Met saluutschoten verwelkomde hij zijn gasten. Op de loop staan zijn symbolen: een zon, een halve maan en de Singalese leeuw. De Nederlanders maakten het kanon in 1765 buit tijdens een militaire campagne. Ze schonken het aan stadhouder prins Willem V voor diens rariteitenkabinet in Den Haag. Sri Lanka vroeg in 1980 om teruggave van dit culturele erfgoed.

Ganesha uit Indonesië

Museum Volkenkunde LeidenBeeld RV

Deze olifantengod Ganesha behoort tot de mooiste beelden uit de Indonesische kunstgeschiedenis en is (met drie andere beelden) meegenomen uit het tempelcomplex van Singasari in Indonesië. Het staat op de lijst van 10.000 voorwerpen die Indonesië in 1975 terugvroeg. Een paar honderd voorwerpen zijn geretourneerd, maar dit beeld staat nog altijd in het Museum van Volkenkunde te Leiden. Daar is het de blikvanger bij de ingang.

Nefertiti

NefertitiBeeld RV

De iconische buste van Nefertiti, vrouw van farao Akhnaton (veertiende eeuw voor Christus) werd in 1912 uitgegraven door de Duitse archeoloog Ludwig Borchardt, die de Egyptische autoriteiten misleidde over de waarde van de vondst. Hij verscheepte de buste naar Duitsland. De buste is dé trekpleister van het Ägyptisches Museum in Berlin.

Een van de argumenten tegen teruggave aan Egypte luidt dat dat land nu eenmaal islamitisch is, en dat de inwoners geen erfgenamen zijn van de antieke Egyptische cultuur en religie - die moslims zouden verafschuwen.

Vondsten uit de graftombe van haar stiefzoon Toetanchamon, in het bezit van het Moma in New York, werden in 2011 teruggestuurd naar Egypte.

Benin Bronzes

Benin BronzeBeeld RV

Geen kunstschat is zó verstrooid over de wereld als de ‘Benin Bronzes’. De bronzen plaquettes en hoofden van koningen, edelen en strijders, stonden in het paleis van het koninkrijk Benin (in huidig Nigeria). Dat werd in 1897 leeggeroofd door soldaten van een Britse strafexpeditie. Schattingen over de omvang van de collectie lopen uiteen van 2400 tot 4000 werken, die hun weg vonden naar musea in Londen, Oxford, Glasgow, Berlijn, Keulen, Hamburg, Dresden, Leipzig, Stuttgart, München, Mannheim, Wenen, Parijs, Sint-Petersburg, New York, Washington, Boston, Chicago en Leiden.

In de discussie over teruggave speelt Nigeria’s slechte reputatie als bewaker van de eigen cultuur een grote rol. Ter tafel ligt een idee om de werken in Nigeria ten toon te stellen in musea onder buitenlands beheer.

Parthenon beelden

Parthenon beeldenBeeld Reuters

Zeg niet ‘Elgin marbles’, zoals de Britten doen, naar Lord Elgin die begin negentiende eeuw de fries van het Parthenon sloopte en de beelden naar zijn vaderland verscheepte. De 75 meter lange beeldenrij is sinds 1823 te zien in het British Museum te Londen. Griekenland eist teruggave, Unesco wil bemiddelen, maar het museum verwijst naar de Britse regering, en die verwijst op haar beurt naar het museumbestuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden