'Muntunies: allemaal vallen ze vroeg of laat uit elkaar'

25 oktober 1929, Zwarte Vrijdag op de beurs in New York. ©AP

DE CRISIS TE LIJF - De eurocrisis lijkt opvallend veel op die vorige grote crisis, de Grote Depressie van de jaren dertig. Toen zijn er fouten gemaakt die de ellende groter maakten. De meeste valkuilen van destijds zijn tot dusver ontweken. Maar: de belangrijkste les is niet geleerd.

'Er kan ellende aankomen', kopte het Britse weekblad The Economist onlangs dreigend. De Grote Depressie die Amerika en Europa teisterde in de jaren dertig, kan zich herhalen, was de waarschuwing. Het hoeft niet, als politici en centrale bankiers niet dezelfde fouten maken als toen. Nu nog, tachtig jaar later, zijn er lessen te trekken uit die angstaanjagende periode in de geschiedenis. Maar gebeurt dat ook?

De parallellen met de jaren dertig zijn groot. Het is dé crisis waarmee de huidige schuldencrisis valt te vergelijken. Ook toen ontploften ballonnen vol met veel te riskante leningen, vielen banken om, kromp de economie en verspreidde de crisis zich als een besmettelijk virus van het ene naar het andere continent. Uiteindelijk gebeurde wat iedereen voor onmogelijk hield: de Gouden Standaard, het systeem van aan elkaar gekoppelde munten, viel uit elkaar.

Dood en verderf
De prijs voor de uit de hand gelopen crisis was hoog: diepe armoede, oorlog, dood en verderf. Zo bezien lijkt teruggrijpen op de historie vergezocht. De geschiedenis herhaalt zich tenslotte nooit op dezelfde manier. Europa heeft nu geen opkomende Hitler en de levensstandaard ligt veel hoger dan voorafgaand aan die vorige grote crisis. Daar staat tegenover dat net als toen de wereldleiders de besmetting maar niet onder controle krijgen en er gespeculeerd wordt op het tot voor kort ondenkbare: het uit elkaar vallen van de Europese muntunie.

Daarom is het volgens economisch historicus Jan Luiten van Zanden (56) toch zinnig de jaren dertig als leerschool te gebruiken. In de oude binnenstad van Utrecht ontleedt de hoogleraar een voor een wat de internationale gemeenschap heeft opgestoken van de geschiedenis.

"De eerste les uit de jaren dertig betreft het bankwezen. Dat is zo'n cruciale schakel, als het daar fout gaat, zakt alles als een plumpudding in elkaar. In de jaren dertig liet men dat helemaal uit de hand lopen. Centrale banken hielden zich afzijdig. Dat infecteerde het hele systeem en veroorzaakte een verdieping van de crisis. Wat begon als een tamelijk onschuldige beurskrach, ging over in een massieve crisis. Na het omvallen van Lehman Brothers in 2008 is de les getrokken dat we zulke banken niet failliet moeten laten gaan. Het systeem kon het niet hebben, er ontstond wilde paniek. We hebben op het randje gehangen. Toen zijn we alles gaan redden wat er te redden viel. Alle banken van enig belang. Daardoor is de crisis niet gierend uit de hand gelopen. Met deze les zijn we op de goede koers. Het kost veel geld en levert veel problemen op voor overheden die miljarden in de banken moeten steken. Maar het werkt wel. We hebben nu niet die massawerkloosheid van de jaren dertig."

Ook over les nummer twee is Van Zanden, verbonden aan de Universiteit Utrecht, positief: het huidige gebrek aan protectionisme. "Die tendens was in de jaren dertig heel erg groot. En zeer contraproductief. Dat doen we nu niet. Het 'eigen volk eerst' in de buitenlandse handel is vrijwel afwezig. Aan de neiging je af te schermen in tijden van crisis geven we ons niet over. Dat is wonderbaarlijk goed nieuws. Daarin speelt de Europese Unie een heel constructieve rol. We kunnen nu ook niet zomaar protectionistisch zijn. We zijn gebonden aan allerlei verdragen."

Goud

De derde les is een lastiger verhaal. De Gouden Standaard, de internationale koppeling van munten aan een vaste prijs van goud, leverde grote problemen op in de jaren twintig. Centrale banken waakten over de werking van het systeem, onder meer met behulp van de rentestand. De aangesloten landen hadden beloofd hun begrotingstekorten niet te hoog te laten oplopen en schulden niet te financieren door de geldpers aan te zetten. Maar door de economische crisis kwam het systeem onder grote druk te staan. In 1931 ontplofte het grotendeels toen eerst Duitsland en daarna Engeland eruit stapte.

"De Europese muntunie is in feite nog onbeweeglijker dan de Gouden Standaard", constateert Van Zanden. "Landen hebben hun eigen munt opgegeven. Er zijn geen scenario's om eruit te stappen, wat toen wel kon. Voor de hand liggende oplossingen om uit de problemen te komen, zijn er nu niet. Er is een crisis in de overheidsfinanciën van verschillende landen. Die treft de hele Europese Unie. Bij een muntunie hoort eigenlijk een centrale bank, maar de Europese Centrale Bank (ECB) mag die rol niet spelen van bondskanselier Merkel. De begrotingsregels hebben niet gewerkt, daar is een rommeltje van gemaakt. Een politieke unie zal er niet zomaar komen. Dat zal niet geaccepteerd worden."

En zo dringt een vierde parallel uit de jaren dertig zich op: de ondermijning van de democratische verhoudingen. "Om alles democratisch via de geëigende kanalen op te lossen, duurt lang. De financiële markten hebben daar weinig geduld voor. Daardoor ontstaat de roep om sterke mannen. In de jaren dertig was dat veel sterker met bij onze oosterburen de komst van Hitler en, in Nederland, Colijn.

Maar je ziet ook nu een groeiend wantrouwen in politieke besluitvorming. Er komen zakenkabinetten, zoals in Griekenland en in Italië. Dat kan niet te lang duren. Als in het oude Romeinse Rijk de senaat niet werkte door een oorlog, werd er voor een jaar een dictator aangesteld. Niet dat je dat in Europa nu zou moeten willen, maar de gedachte is dat je na een bepaalde periode terugkeert naar het parlementaire proces."

Voortbestaan van de euro
Problemen genoeg, maar dus niet de jaren dertig all over again, valt te concluderen uit de lessen van tachtig jaar geleden. Daarvoor heeft de internationale gemeenschap genoeg geleerd van het verleden. Toch is Van Zanden uiteindelijk pessimistisch over het voortbestaan van de euro. De allerbelangrijkste les uit de geschiedenis omtrent muntunies is namelijk deze: allemaal vallen ze vroeg of laat uit elkaar. Die les is bij het bedenken van de euro volstrekt genegeerd. "Voor alle historische voorbeelden geldt: Het gaat even goed, misschien twintig, dertig jaar en dan houdt het op."

Of het nu de Latijnse Unie was, met België, Frankrijk en Italië. Het Bretton Woods-systeem dat munten koppelde aan de dollar. Of de voorlopers van de euro zoals het Europees Monetair Systeem en de 'slang' waarin valuta met een bandbreedte aan elkaar vastzaten. "Voor een muntunie als de onze is erg veel discipline nodig. Hebben we die en kunnen we het aan? Daarvoor zijn we niet voldoende Europees. Dat betekent dat de Europese muntunie op termijn niet succesvol kan zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden