Münster draagt het buitenbeeld ten grave

Wie heeft de mooiste beelden van het ommeland: Kassel (Documenta), Venetië (Biennale) of Münster (Skulptur Projekte)?

Net als in de 18de en 19de eeuw het geval was, bestaat deze zomer weer de aardige gewoonte om een culturele Grand Tour te maken waarbij op de terugweg vanuit het zuiden een spannend kunstprogramma kan worden doorlopen.

Aanleiding voor het laten herleven van deze bijzondere gebeurtenis is de samenloop van de drie belangrijkste kunstevenementen in Europa: de Biennale di Venezia, die tegenwoordig in de oneven jaren wordt gehouden, de Documenta in Kassel (normaal gesproken om de vijf jaar) en Skulptur Projekte in Münster (eens in de tien jaar).

Wie alle drie de evenementen op een rijtje bezoekt, krijgt er als bonus een paar prachtige historische binnensteden bij (waarbij je het moderne hart van Kassel maar snel moet verruilen voor de nog steeds fraaie Wilhelmshöhe), wat de reis danig kan verlengen. Bovendien biedt deze Grand Tour de zeldzame kans om in een luttel aantal dagen volledig op de hoogte te raken van de stand van zaken in de hedendaagse kunst.

De manifestaties vertellen elk hun historisch zo gegroeide, eigen verhaal en weten ondanks de deelname van honderden uitgenodigde kunstenaars voor opvallend weinig overlappingen te zorgen.

Ook ten aanzien van hun anciënniteit zijn er onderling grote verschillen te constateren. Venetië is een hoogbejaarde dame die nu alweer voor de 52ste keer haar poorten rond de Giardini en het Arsenale openstelt. De Serenissima is dubbel zo oud als de Documenta, die als een vorm van culturele Wiedergutmachung kort na de Tweede Wereldoorlog hedendaagse kunst inzette. Het gevolg was dat het zwaar gehavende Kassel tot een kunstzinnige metropool kon uitgroeien.

Münster tot slot ontstond in de jaren zeventig, toen de formule van het uitnodigen van gastconservatoren die het decor van een hele stad mochten gebruiken (denk aan Jan Hoet in Gent, maar ook Sonsbeek in Arnhem) tot een ware rage was uitgegroeid. Münster is daarmee de jongste megamanifestatie in dit gezelschap en ontbeert nog enigszins de roem die al decennia van Venetië en Kassel uitgaat.

Dat heeft ook zijn voordelen: de kritiek is Münster altijd welgevallig geweest (in tegenstelling tot Kassel en Venetië, die het in de ogen van de critici nooit goed doen) en ook bij aantoonbare twijfel werd het voortbestaan van Münster niet ter discussie gesteld.

Het is de vraag of deze vierde editie de niet ver van Enschede gelegen stad eindelijk de onversaagde reputatie geeft waar ze gezien de vorige afleveringen wel recht op heeft. Zeker in vergelijking met de almaar uitdijende Biennale (die nu al meer paviljoens buiten de Giardini telt dan erbinnen) is Skulptur Projekte afgezakt tot een kleinschalige manifestatie. Dat leidt niet tot meer overzichtelijkheid: deze zomer worden ook de omliggende landerijen bij de Open-Air-Kunst betrokken.

Niet dat dit zoveel meer spektakel oplevert. Als Pawel Althamer, toch niet de eerste de beste in dit gezelschap, een onbestemd pad door een korenveld maait, geeft dat een informatie die door het loutere zien niet meer wordt versterkt. Land art is trouwens helemaal een fenomeen uit de jaren zeventig (denk aan de eerste openluchtinstallatie van Albert Waalkens op het Hogeland in Groningen of de bomenkathedraal van Marinus Boezem in Flevoland) dat nu in Münster als een volstrekt nieuwe ontwikkeling wordt gepresenteerd. Maar het voornaamste manco dat aan Münster kleeft, is het ontbreken van driedimensionale sculptuur. En de terugkeer (of zo men wil de bestendiging ervan) van het buitenbeeld was toch de voornaamste reden om deze manifestatie in het leven te roepen.

Er zit in de naam van het evenement nog een tweede begrip en dat krijgt dit keer veel meer aandacht. Münster staat bol van de projecten. Op een paar openluchtinstallaties na, hebben de meeste projecten letterlijk onderdak gevonden. Dat varieert van een fris ingericht openbaar toilet (Hans-Peter Feldmann laat zien dat hij net als Atelier Van Lieshout de grenzen van kunst en vormgeving kan doorbreken) tot een Streichel Zoo (te omschrijven als een kinderboerderij waar de bezoekers hun handen over de levende have mogen laten glijden) van Mike Kelley.

In het assortiment zitten ook heel wat films, in enkele kantoorgebouwen en in een speciaal daarvoor opnieuw geopende cinema waar doorlopend art movies worden geprojecteerd. Een theatrale setting wordt ook in de toneelzaal van het Westfülisches Landesmuseum beoogd, waar het Scandinavische duo Michael Elmgreen en Ingar Dragset met beeldhouwwerken een statische performance creëren.

Münster maakt nu voor het eerst duidelijk wat in Kassel en Venetië al sinds de jaren zeventig werd aangetoond, namelijk dat het buitenbeeld ten dode is opgeschreven. Staat in Venetië de maatschappelijke betrokkenheid van de kunstenaar centraal (waarbij deze een knieval voor de media maakt) en stelt Kassel vooral de uiterlijke verschijning van de kunst, met de nadruk op de gegeven vorm, ter discussie (nog nooit zijn er in de tentoonstellingsruimten in deze stad zoveel gesprekshoeken ingericht), Münster biedt slechts een grafschrift voor een kunstdiscipline die op sterven na dood lijkt te zijn.

Veelzeggend is dat de aankoop van een buitenbeeld van Thomas Schütte van de vorige Skulptur Projekte, inmiddels op een permanente plek neergezet, het belang van de buitenbeeldkunst mag verdedigen.

Schütte vervaardigde twee smakelijk ogende kersen, met elkaar verbonden door een elegant steeltje, neergezet op een wat lomp ogende sokkel. Verleidelijk ogend en helder rood glimmend laat het beeld zien dat de kunst allang niet meer inhoud hoeft te hebben. Alleen de vormgeving is al goed genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden