Multimediaal zoeken naar de tijd

Of je onbevangen naar een toneelbewerking van 'Op zoek naar de verloren tijd' ('A la recherche du temps perdu') kunt gaan kijken, schijnt voor tallozen een probleem te zijn. Niet voor mij: ik heb Proust niet gelezen.

Liever dit bekennen dan de mensen de kost geven die beweren van wel. Enkel om bij de selecte club fijnproevers te kunnen horen? Het schijnt zo ongeveer een culturele doodzonde te zijn, maar ik kon er niet doorheen komen en heb later nooit meer de moed gehad nog eens te beginnen aan dit literaire meesterwerk van de twintigste eeuw met z'n duizenden pagina's en meterslange zinnen. Marcel Proust (1871 - 1922) deed er zijn halve leven over om in minutieuze beschrijvingen vat te krijgen op zijn eigen verleden, zijn eigen tijd op het breukvlak van twee eeuwen, waar enorme omwentelingen plaatsvonden, alleen al op technisch gebied. Je dat realiserend, begrijp je zo wel hoe moeilijk het moet zijn zo'n lijvige, vijftiendelige romancyclus naar toneel te vertalen. Guy Cassiers, artistiek leider van het Ro Theater, waagt het - in vier delen - in de overtuiging dat hij met het gebruik van verschillende media de gelaagdheid van de roman een eigen theatrale vorm kan geven. Vier jaar geleden verrast door Cassiers' 'Anna Karenina' (naar Tolstoi) als 'een bijzonder verbond tussen een negentiende- en een twintigste-eeuwse werkelijkheid', was mijn nieuwsgierigheid gewekt.

Het begin van 'Proust 1: De kant van Swann' is briljant. Terwijl op een lamellengordijn teksten worden geprojecteerd als 1890, zomer, avond, pianomuziek, ontlokt een live-kwartet (Quatuor Danel) links op het toneel de eerste voorzichtige tonen aan vioolsnaren. Een volwassen Proust steekt zijn hoofd tussen twee lamellen en begint zijn overpeinzingen: 'Lange tijd ben ik vroeg naar bed gegaan.' We zien hem op de rug. Het is of hij door die spleet naar z'n verleden tuurt. Een camera daarachter registreert intussen zijn pratende hoofd, dat reuzegroot op het scherm wordt geprojecteerd, zodat het publiek toch direct met zijn persoon wordt geconfronteerd. Zijn verhaal en beeltenis worden gecombineerd of afgewisseld met filmbeelden van zijn ouders in hun ontvangkamer, of met bewegingen op de speelvloer. De moeder, naar wiens nachtkus hij zo kan smachten, loopt met ruisende rokken langs hem heen. Zo wordt een wonderschone sfeer van een dooreenschuivend heden en verleden gecreëerd, van herinnering en verbeelding, van voorbije tijden en nog altijd gevoelde verlangens.

Die sfeer wordt doorbroken op het moment dat de jonge versie van Proust opkomt. Het zal vast recht doen aan de intentie van de roman om enerzijds de volwassen schrijver zijn jeugd te laten beschouwen, en anderzijds de jonge Marcel verwachtingsvol op zijn wereld en toekomst te laten reageren. Dat kan en wil ik niet beoordelen, maar op toneel werkt het niet. Speelse momenten zijn er nog wel als zijn jeugdliefde Gilberte letterlijk zijn wereldje binnenstapt. Voor de rest is zijn aanwezigheid op de vloer gekunsteld en stijfjes, terwijl de geprojecteerde beelden steeds meer illustraties uit een fraai prentenboek lijken. Die wonderlijke atmosfeer van het begin, waar je als het ware naast Proust in zijn jongensbedje belandt en je je met hem voorstelt hoe zijn ouders beneden met elkaar en hun gasten converseren, komt niet meer terug.

Het tweede bedrijf gaat jaren terug, naar voor Marcels tijd. Het is het begin van de liefdesgeschiedenis van Gilberte's ouders: Swann, aan wie Proust zich als kunstenaar spiegelde, en Odette, voor wie hij later erotische gevoelens koesterde. Het speelt voor een deel in de salon van Mme. de Verdurin. Op toneel, waar de 'tuur'-lamellen zijn opgetrokken, ontwikkelt zich een prachtig stemmenspel. In een traag ritme bewegen de personages zich langs rechte lijnen en diagonalen. Gesprekken verschuiven door van microfoon te wisselen. Op een videoscherm verschijnen hun hoofden in wisselende perspectieven. Mooi is hoe Swann hun prille liefde als een kloppend hart laat horen: een op de microfoon tikkende vinger.

Cassiers is een meester in het beeldend verweven van vooral multimediale middelen tot een zintuigelijke theatervorm, die Prousts talige karakter behoudt, maar veel minder woorden nodig heeft. Hij zuigt je in een wereld van verbeelding, maar laat je er met een smak uit los, zodra hij er een andere realiteit aan toevoegt. Net als de 'echte' Marcel in het eerste bedrijf, is het hier de opeens zonder microfoon gesproken 'echte' (ruzie)toon tussen Swann en Odette die de suggestie om zeep helpt, die plots erg kunstmatig klinkt. Volstrekt overbodige ingrepen, die je uit de ban van de voorstelling halen. Ik krijg dan sterk het gevoel dat Cas siers het zich te moeilijk heeft gemaakt. Dat hij zich toch te weinig los heeft kunnen maken van de perspectivische verschuivingen in de roman om zijn eigen visie op een verloren tijd vorm te geven.

In de toch al ondankbare rollen krijgen de spelers weinig houvast, zoals Marlies Heuer en Herman Gilis wat vaag om elkaar heen zweven als Odette en Swann. Het is daarnaast een wonder hoeveel taalgevoel Paul R. Kooij als schrijver Proust in zijn lange monologen laat doorklinken. Het meest overtuigend is Jacqueline Blom als moeder en vooral Mme. de Verdurin. In haar eentje weet zij de arrogante roddelsfeer van de salons op te roepen met precies de juiste toon en mimiek. Zij raakt wat Cassiers inzet was. Hijzelf haalt dat niet, hoe esthetische verantwoord 'Proust 1' ook oogt.

'Proust 1: De kant van Swann' door Ro Theater in Rotterdamse Schouwburg t/m 15-3 (beh zo/ma); Belg. tournee in mrt, apr en mei; info: 010-4046888.

Zigeunerkinderen aan het werk op een lagere school bij Bogacs. FOTO EPA

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden