Multimediaal ballet

Dansvernieuwer William Forsythe staat centraal in het Holland Festival, dat zondag opent. Verwacht grootse multimediacollages barstensvol beweging, geluid en beeld.

William Forsythe dankt zijn bekendheid en zijn succes aan het oprekken van de grenzen van dans. „Als dans zich houdt aan wat we ervan verwachten, heeft het als kunstvorm zijn langste tijd gehad.”

De choreograaf staat centraal in het Holland Festival met het tweeluik ’Kammer/Kammer’ en ’Decreation’. Twee stukken die het einde van zijn bloeitijd bij Ballett Frankfurt markeren, maar die tegelijk de stap zijn naar zijn in 2005 geformeerde Forsythe Company. „Het zijn de twee laatste stukken die ik bij Ballett Frankfurt maakte, maar ze worden nu bij het nieuwe gezelschap door exact dezelfde cast gedanst. Het grote verschil met vroeger is dan ook dat ik nu gedwongen ben kleinschaliger te werken. Maar dat vind ik eigenlijk wel zo prettig.”

In 2004 vindt de gemeenteraad van Frankfurt dat het werk van Forsythe te radicaal is geworden. Zijn subsidie als stadsgezelschap in het Frankfurter operahuis wordt stopgezet. De internationale kunstwereld komt massaal in het geweer: met een ongekende culturele e-mailactie van 16.000 protesten wordt de verontwaardiging over de subsidiestop over het Frankfurter stadhuis uitgestort.

Forsythe besluit van de nood een deugd te maken, want als leider van het grote gezelschap Ballett Frankfurt frustreert het hem al langer dat hij niet met ieder van zijn veertig dansers een persoonlijk contact kon hebben om daarmee tot nieuwe artistieke kernen door te kunnen dringen. Met minder financiële middelen en een ’prettig’ afgeslankt danserstableau van achttien dansers, richt hij in 2005 The Forsythe Company op, dat nu tijdens het Holland Festival voor het eerst in Nederland is te zien.

Met het formeren van zijn nieuwe gezelschap lijkt de aandacht te liggen op het maken van multimediacollages van beweging, geluid, beeld en gesproken woord. Maar pin Forsythe daar niet op vast. „Elk stuk is precies wat ik op dat moment moet maken, is uniek en staat op zichzelf. Ik categoriseer mijn werk niet.”

In elk geval lijkt de tijd van de zinnenstrelende balletvernieuwing, de krachtige, atletische en fraai gepolijste (her)groepering van balletpassen, definitief voorbij. Zoals de warme beslotenheid van het stadsgezelschap verleden tijd is, lijkt Forsythe nu ook voorkeur te geven aan locaties die búiten het theater liggen. Tegenwoordig plooit Forsythe zijn ideeën dan ook regelmatig in multimedia-installaties in bibliotheken of musea. Zijn stukken in het Holland Festival worden in de Zuiveringshal op het Amsterdamse Westergasfabrieksterrein opgevoerd. Ver weg van het comfortabele theaterpluche. Forsythe: „In het theater is er sprake van ’ons’, de dansers, en ’zij’, het publiek. Wat is er mogelijk als we andere manieren van samenkomen verzinnen?”

Forsythe speelt aan het einde van de 20ste eeuw een cruciale rol in hoe er wordt gedacht over de mogelijkheden van het klassieke ballet. In tegenstelling tot de (post)moderne dansmakers die zich tégen het ballet keren, heeft Forsythe de balletkunst nooit bekritiseerd vanuit het idee dat er iets mis mee zou zijn. Wél onderwerpt hij het ballet aan een voortdurende analyse. Forsythe: „Kan uit ballet, iets dat we kennen, iets ontstaan dat we níet kennen? Hoe ontwikkelt een arabesk zich als je de hoek verplaatst, welke vorm ontstaat er en wat zegt dat dan?”

Al vroeg in zijn choreografische carrière wordt Forsythe bejubeld als de missing link die het ballet, door velen op sterven na dood geacht, in één klap naar de 21ste eeuw katapulteert. Hij vertaalt het klassieke balletidioom naar een moderne bewegingsstijl vol complex partnerwerk, uitgesponnen extensies en acrobatische lichaamsconstructies: constructivistische karakteristieken die alle aanwezig zijn in ’Artifact’, het eerste ballet dat hij bij zijn aantreden in Frankfurt maakt en waarmee hij zijn artistieke handtekening plaatst.

William Forsythe (1949) groeit op in New York en danst kort bij het Joffrey Ballet, voordat hij in 1973 naar Europa vertrekt om bij het Stuttgart Ballett als danser, en later als choreograaf, in dienst te komen. In 1984 wordt hij artistiek leider en choreograaf van het Ballett Frankfurt en krijgt hij de beschikking over een grote zaal en een groot ensemble. Hiermee wordt het mogelijk om grootschalige producties te maken die de wereld verrassen – en soms schokken – door een complexe, intuïtieve, altijd naar de lurven grijpende theatraliteit.

Forsythe houdt zelf een stevige grip op de scenografie: de door hem ontworpen belichting en aankleding zijn net zo belangrijk in het theatrale concept als de beweging. Voor de muziek gaat de choreograaf een samenwerking aan met de hedendaagse Nederlandse componist Thom Willems. Forsyth experimenteert met gesproken tekst, geeft zijn dansers live aanwijzingen of deelt ze pas vlak voor de voorstelling mee welk stuk er die avond wordt gedanst.

Ondanks zijn experimenteerdrift zijn het vooral zijn neoklassieke stukken die internationaal waardering oogsten. Zo zijn balletten als ’In the Middle Somewhat Elevated’, als onderdeel van het magum opus ’Impressing the Czar’, te vinden op het repertoire van gezelschappen als het Parijse Opéra Ballet, Royal Ballet, Het Nationale Ballet, Kirov en Nederlands Dans Theater. Bij dit laatste gezelschap maakte hij in de periode 1980-1995 als gastchoreograaf een vijftal werken.

In navolging van de postmoderne dansmeester Merce Cunningham zet Forsythe computertechnologie in om het ballet – ’die oneindige verzameling parameters van beweging’ – verder te bevragen. Zijn toonaangevende improvisatietechniek, die hij op cd-rom zet, groeit mede daardoor uit tot een wereldwijd gehanteerde methode. Naarmate zijn werkwijze duidelijker wordt gespecificeerd, evolueert ook de rol van de Forsythe-danser: „Ik geef mijn dansers mijn gedachten, en niet het resultaat van mijn denken.”

Zijn nieuwe Forsythe Company wordt daarom niet bevolkt door ’ballet-balletdansers’, maar door oorspronkelijke persoonlijkheden die zijn theatrale weerbarstigheid kunnen aanvoelen. Bij Ballett Frankfurt hield hij al geen audities, zijn nieuwe gezelschap draait geheel op common grounds. „Dansers die bij de groep willen komen, daar werk ik eerst mee. Als het klikt, gaan we door. Als het niet klikt, dan niet. Mijn dansers moeten kunstenaars zijn.”

In ’Kammer/Kammer’ (2003), openingsstuk van het Forsythe-tweeluik, wordt aan de hand van twee disfunctionele liefdesgeschiedenissen (onder andere gebaseerd op teksten van de Canadese dichteres Anne Carson) gespeeld met visuele publieksverleiding en -ontgoocheling in de vorm van verglijdende muren en een mobiele camera. Dansers worden soms geheel aan het zicht van het publiek onttrokken, hun actie op schermen geprojecteerd: kijken we naar een theaterstuk of vormt de danser en toeschouwer gezamenlijk een filmset?

In ’Decreation’ werkt Forsythe vooral met auditieve impulsen: elektronische vervormde woorden vervlochten met vervormde lichamen – een caleidoscopische weerklank van menselijk verval, maar ook een multimediaal gelaagde roep om oprechte liefde.

Gaan multimedia het in zijn toekomstige werk winnen van de dans? Daar wil Forsythe niets van weten: „In mijn werk is beweging altijd het beginpunt en dat zal ook altijd zo blijven. Choreograferen gaat over het organiseren van beweging, maar net zo goed over het doen bewegen van het brein rond een bepaald idee.” Volgens Forsythe is zijn manier van werken eigenlijk heel simpel: „Mijn balletmeester zei: ’Jij maakt gewoon wat je leuk vindt.’ En inderdaad: ik maak wat ik zelf het liefst in het theater wil zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden