Multiculturele misdaad in kaart gebracht

Het lag al bij de drukker, maar het ministerie van binnenlandse zaken blokkeerde de persen. Het rapport van de dienst Nationale Recherche Informatie zou te gevoelig zijn. Volgens de dienst blijkt uit de criminaliteitscijfers dat allochtonen veel vaker van een misdrijf worden verdacht dan autochtonen. Maar de verschillen tussen allochtone groepen zijn groot. Chris Rutenfrans bespreekt de inhoud van het ongedrukte rapport.

De hogere criminaliteit onder allochtone groepen wordt voor de helft verklaard door hun sociaal-economische omstandigheden. En voor de andere helft door andere factoren, bijvoorbeeld hun culturele achtergrond.

Met die conclusie sluit de dienst Nationale Recherche Informatie zich aan bij de stelling die criminoloog Ed. Leuw in 1997 poneerde. Een uitgebreide analyse van de achterliggende oorzaken maakt de dienst in het rapport 'Allochtone verdachten in 1998' echter niet. Aangezien het rapport vooral werd vervaardigd ten behoeve van het Korps Landelijke Politiediensten, hebben de onderzoekers zich beperkt tot een feitelijke beschrijving van de allochtone criminaliteit. Uit hun cijfers komt naar voren dat de criminaliteit niet alleen hoog is onder Marokkanen en Antillianen, maar ook onder allochtonen uit asielzoekersregio's, met name Afrika, ex-Joe goslavië en het Midden-Oosten.

Het rapport is gebaseerd op de politiegegevens van personen van 12 jaar en ouder die in 1998 zijn geverbaliseerd wegens een misdrijf. Daarbij gaat het om 'gewone' criminaliteit, niet om georganiseerde misdaad. Van de 181 529 verdachten die de politie in 1998 regi streerde blijkt bijna een derde (31,4 procent) van buitenlandse herkomst.

Buitenlandse herkomst wil in dit geval zeggen: buiten Nederland geboren of van een andere nationaliteit dan de Nederlandse. Het gaat in de politiecijfers vooral om allochtonen van de eerste generatie. De politie vraagt alleen naar nationaliteit en geboorteland van de verdachte, niet naar het geboorteland van diens ouders. In Nederland geboren allochtonen - de tweede generatie - komen in de politiecijfers terecht in de categorie 'autochtoon', tenzij zij bij hun arrestatie een andere nationaliteit opgeven dan de Nederlandse. Het aandeel van 31,4 procent van het totaal aantal misdrijven is daarmee eerder een onder- dan een overschatting van de allochtone criminaliteit.

Allochtonen van de eerste generatie maken 10 procent uit van de Nederlandse bevolking. In de verdachtenpopulatie van 1998 waren zij dus oververtegenwoordigd met een factor 3. Het rapport van de recherchedienst maakt echter duidelijk dat er grote verschillen zijn tussen de verschillende allochtone groepen (zie tabel).

Van de totale bevolking van 12 jaar en ouder, autochtoon en allochtoon, werd in 1998 1,3 procent geverbaliseerd wegens een misdrijf. Antillianen werden in dat jaar 6,5 maal zo vaak verdacht van een misdrijf. Van de bijna 600 000 in Nederland verblijvende Antillianen van de eerste generatie werd in 1998 8,4 procent geverbaliseerd wegens een misdrijf: ruim 5 000 personen. Daarmee voeren de Antillianen de ranglijst aan.

Op de tweede plaats staan de Afrikanen afkomstig uit andere landen dan Marokko, die met een factor 4,8 oververtegenwoordigd zijn onder de verdachten; het percentage verdachten onder Afrikanen is dus 4,8 maal het landelijke gemiddelde. Zij worden gevolgd door de Marokkanen die 4,1 maal meer scoren dan het landelijk gemiddelde en de voormalig-Joegoslaven (4 maal het landelijk gemiddelde).

In de verdachtenpopulatie van 1998 was de oververtegenwoordiging van Turken, en van mensen uit landen in het Verre Oosten en Zuid- en Midden-Amerika, minder, met respectievelijk 2,2, 2 en 1,7 maal het landelijk gemiddelde. Het aandeel van allochtonen uit West-Europa, Oceanië en Noord-Amerika kwam nagenoeg overeen met het landelijk gemiddelde. Nederlanders waren in de verdachtenpopulatie van 1998 licht ondervertegenwoordigd: het aantal autochtone verdachten bedroeg 0,8 maal het landelijk gemiddelde. Wellicht de grootste verrassing vormen de Indonesiërs die, met 0,1 maal het landelijk gemiddelde, nauwelijks voorkwamen onder de verdachten van 1998.

In het rapport van de recherchedienst wordt ook gekeken naar de aard van de misdrijven. Terwijl autochtone Nederlanders relatief hoog scoren op delicten tegen de openbare orde, verkeersdelicten en vernieling, zijn Marokkanen, Antillianen, Afrikanen en Surinamers oververtegenwoordigd bij geweldsdelicten en de laatste drie groepen bovendien in de categorie seksuele geweldsdelicten. Allochtonen uit Midden- en Oost-Europa en ex-Joegoslaven - die in het rapport een aparte categorie vormen - scoren hoog in de categorie vermogensdelicten.

Tekenend voor de ernst van de criminaliteit onder allochtonen is, volgens de recherchedienst, dat zij op jongere leeftijd beginnen met het plegen van delicten en dat zij tussen hun twaalfde en vierentwintigste jaar vaker in aanraking komen met de politie dan autochtone Nederlanders.

Omdat in de politieregistratie doorgaans alleen allochtonen van de eerste generatie als zodanig worden aangemerkt, hebben de cijfers in het rapport betrekking op die groep. De recherchedienst heeft de criminaliteit onder de tweede generatie gedeeltelijk in kaart kunnen brengen, namelijk voorzover het verdachten betreft die bij hun arrestatie een andere nationaliteit hebben opgegeven dan de Nederlandse. Het gaat hier vooral om Turken en Marokkanen. Surinamers en Antillianen hebben immers gewoonlijk de Nederlandse nationaliteit en vallen dus in de categorie autochtoon. En onder de groepen die recent naar Nederland zijn gekomen - zoals mensen uit Afrika en het Midden-Oosten - is het aandeel van de tweede generatie nog klein.

Volgens het rapport gaat het met de Marokkanen en Turken van de tweede generatie slechter dan met hun groepsgenoten van de eerste generatie. Dat blijkt uit het aandeel 'jonge starters' onder twintigjarige verdachten. Jonge starters zijn verdachten die voor hun vijftiende al eens in aanraking kwamen met de politie. In de totale verdachtenpopulatie van 1998 is het aandeel jonge starters 12 procent. Onder twintigjarige Marokkanen en Turken van de eerste generatie is het aandeel jonge starters respectievelijk 28 en 18 procent. Onder twintigjarige Marokkanen en Turken van de tweede generatie bedraagt dat aandeel respectievelijk 33 en 26 procent.

De onderzoekers verklaren het verschil tussen eerste en tweede generatie deel uit 'instroomonzuiverheid'; de eerste generatie allochtoon is op latere leeftijd naar Nederland gekomen en heeft dus minder kans gehad op jonge leeftijd in aanraking te komen met de Nederlandse politie.

Een laatste opmerkelijk onderzoeksresultaat betreft de criminaliteit onder allochtone vrouwen. Marokkaanse en Turkse vrouwen waren onder de verdachten in 1998 wel oververtegenwoordigd, maar minder sterk dan Marokkaanse en Turkse mannen. Het extreemste beeld vertonen de Antilliaanse vrouwen. Van elke duizend Antilliaanse vrouwen kwamen er in 1998 41 met de politie in aanraking. Onder Nederlandse vrouwen is dat 3 per duizend, onder Nederlandse mannen 18 per duizend.

De onderzoekers tonen zich verontrust over hun bevindingen, zeker gezien het relatief grote aandeel in de criminaliteit van allochtone groepen die zich recent in Nederland hebben gevestigd. De recherchedienst pleit ervoor de registratie van verdachten naar herkomst uit te breiden. Het antidiscriminatiebeleid van de Nederlandse overheid ontmoedigt dat; de politie vraagt alleen naar nationaliteit en geboorteland, niet naar het geboorteland van de ouders. In de statistieken worden daardoor tweede en latere generaties allochtonen onzichtbaar.

Dat zal tot gevolg hebben dat het zicht op het maatschappelijk functioneren van de verschillende groepen allochtonen verloren gaat, aldus het rapport van recherchedienst. Bovendien dreigt criminaliteit door allochtonen over één kam geschoren te worden, wat gezien de verschillen tussen de verschillende groepen niet bepaald terecht zou zijn, aldus de recherchedienst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden