Multi-talent Gerard Fieret (79) / Grenzenloos, oeverloos, mateloos

In twee Albert Heijn-tassen, de een in de andere, zit zijn leven - of in elk geval: zijn werk. Of in elk geval: het deel dat niet gejat is. Want (79) is ervan overtuigd: het grootste deel van zijn werk is gestolen. Vervolgens is het ofwel zoek gemaakt - door de kunstmaffia, de hoge ambtenaren, de witteboordencriminaliteit - ofwel onder eigen naam gepubliceerd door jaloerse collega's. Maar gelukkig heeft hij een oeverloos karakter en is hij dus niet te stoppen.

Dat dichten, dat gaat de hele dag door. Een tekenblok met zwarte kaft, hier en daar met duivenpoep bevlekt, dient als notitieboek. Zojuist, terwijl hij op de verslaggeefster zat te wachten, schreef hij nog een gedicht: over de ontmoeting die nog moest plaatsvinden. ,,Hier, lees maar'', zegt hij. Maar dan bedenkt hij zich, trekt het blok naar zich toe en declameert in de stationsrestauratie met de schallende stem van een ouderwetse acteur:

Zij sprak:

ik ben een spons en vul mij met elke letter van je verhaal.

Ik ben tot op het bot verbaal.

In het stadsbeeld van Den Haag is Gerard Fieret al decennia een begrip. Het is de man met die emmers duivenvoer aan het stuur van zijn fiets, die dagelijks op het Plein - en op dertig andere plekken in de stad - de duiven komt voeren. Duiven die iets mankeren gaan met hem mee naar huis, naar de caravan in Wassenaar, bij de lama-weide. Daar, in een volière maar ook in de caravan zelf, heeft hij een duif of tachtig.

Die duiven, dat is al jaren geleden begonnen - op een nacht vol drank en sigaretten. Opeens trof hem het inzicht dat je van het geld dat hij daaraan uitgaf een heleboel duiven te eten kon geven. Sindsdien rookt en drinkt hij niet meer, maar sjouwt hij met duivenvoer door de stad.

En onderwijl dicht hij. Onlangs verscheen een nieuwe bundel: 'Lied van de hardstenen engel'. De bundel is niet in de winkel te koop en heeft geen ISBN-nummer. Kwamen eerdere dichtbundels van zijn hand uit bij 'echte' uitgevers als Nijgh en Van Ditmar (De lasso van de minnaar, 1980) of Bert Bakker (De trommel van de vrijbuiter, 1973), dit is alweer de derde keer dat een bundel met Fierets werk verschijnt bij Wieteke van Dort Productions.

Van Dort is een van de Haagse kunstenaars die zich sinds jaren het lot van Fieret aantrekt. Toen hij in 1996 nog in een garage van de Gemeentereiniging woonde, in de uiterst keurige Benoordenhoutse Weissenbruchstraat, en het daar vanwege de duiven aan de stok kreeg met zijn straatgenoten, zette Van Dort samen met andere Haagse kunstenaars - Helga Ruebsamen, Paul van Vliet - een comité op dat hem aan andere woonruimte hielp. Sindsdien woont Fieret op fietsafstand van Den Haag-Centrum, maar toch voldoende ver buiten de bewoonde wereld om, met zijn poepende duiven, geen hinder te veroorzaken.

Fieret is dichter, maar niet alleen met woorden. In 'Lied van de hardstenen engel' zitten ook tekeningen. Die maakt hij op bierviltjes, want die zijn goedkoop, alom aanwezig en lekker klein. Fieret is zowel dichter als schilder als fotograaf. In elk van die drie is hij mateloos. Hij schrijft poëzie terwijl hij op iemand wacht, verandert een bierviltje in een schilderij terwijl hij ergens een flesje Fanta drinkt, en fotografeerde decennia achtereen alles en iedereen.

Maar waar al dat werk nu, tegen het einde van zijn leven, allemaal is gebleven, daarover heeft hij een grote woede onder de leden. Jawel, in de kelders van Boijmans, van het Haags Gemeentemuseum en in het Prentenkabinet van de Leidse universiteit liggen ontelbare dozen met zijn foto's. Ze zijn daar veilig voor het verval dat ze in een omgeving vol vocht en duivenpoep beschoren zou zijn. Wie een afspraak maakt, krijgt in Leiden een paar handschoentjes aan en mag een kar vol fotomappen doorneuzen - die nog maar een fractie is van wat er in de kelders ligt. De foto's bieden een fascinerende blik op het Den Haag van de jaren vijftig, zestig en zeventig: het kunstenaarswereldje van toen, afbraakbuurten die inmiddels niet meer bestaan, straattaferelen, vrouwenportretten, winkelpuien, zelfportretten.

Maar Fieret zelf weet het zeker: zijn oeuvre is aanzienlijk groter en belangrijker dan wat er nu nog van over is. Nee echt, dat zijn geen paranoïde constructies van een oude man, zegt hij er maar meteen bij. Dat is de harde waarheid.

Neem zijn gedichten. Zat hij, in de eerste jaren na de oorlog, in café De Posthoorn op het Lange Voorhout aan een gedicht te werken - waar het toen nog bruiste van kunstzinnigheid. Ging hij eventjes naar de wc. Liet hij zijn schriften dus op de leestafel liggen. Zat verderop aan die leestafel een jongeman, zo'n Brylcreem-boy, met een lucht om zich heen van hier naar Groningen. Komt Fieret terug van de wc. Is die jongen weg, maar Fierets stapel gedichten ook. Gaat Fieret naar de barman: weet die waar zijn schriften zijn gebleven? Je moet zelf op je spullen letten, zegt de barman. Verschijnt een tijdje later een bundel gedichten die 'Het innerlijk behang' heet. Waren die zogenaamd geschreven door een of ander miljonairszoontje uit Wassenaar, Hans Lodeizen. Terwijl dat dus gewoon Fierets werk is.

Of neem anders zijn foto's. Fieret was een van de eersten die, op de kunstacademie van Den Haag, fotografie-als-kunstvorm beoefende; het is natuurlijk net zo'n serieuze kunstvorm als schilderen of beeldhouwen, maar toen was dat nog een vrij nieuw inzicht. Fieret kreeg het al snel aan de stok met wat hij 'het convent' noemt: de tak van de fotografie waar het niet om autonomie gaat, maar om 'de commerce'. Wat jij doet is zondigen tegen alle regels, zeiden die vakbroeders tegen hem. En de andere kunstzinnige fotografen, dat leger van aculturele asocialen, hebben een gigantische roof op zijn fotowerk gepleegd. ,,Als ik andermans foto's zie, zie ik mijn werk terug'', zegt hij vol overtuiging.

Hoe dat dan kan? Roof-infiltraties! Meestal uitgevoerd door een leuke, knappe meid. Zoals die doctoranda in de kunstgeschiedenis, die hem een brief schreef dat ze met hem wilde komen praten. En die kwam - en vertrok met al zijn negatieven. Zo'n pak was het, wijst hij - maar hij had het niet in de gaten gehad. ,,De gewone burger is zich er misschien niet zo van bewust'', zegt Fieret, ,,maar er is een heel netwerk, van de kunst naar de hogere regionen van de ambtenarij, dat het werk van de echte kunstenaars steelt.'' En dat is, weet Fieret, van alle tijden. Als je het ook es van een ander wilt horen, dan moet je 'De literaire onderwereld tijdens het Ancien Régime' maar lezen, van Robert Darnton. In die tijd had je dat ook. Dat saletjonkers zich uitgaven voor dichters, en goede sier maakten met werk dat ze gewoonweg gestolen hadden.

,,Ik ben van plan om vóór mijn dood nog een heel lang rapport te maken waar het allemaal in staat'', zegt hij. Daar komt dus ook het relaas in hoe het deel van zijn fotowerk dat in het Prentenkabinet ligt, in de loop der jaren almaar kleiner is geworden. Met de eerste directeur van de foto-afdeling, Hans van de Waal, kon Fieret het uitstekend vinden. Daarom vertrouwde Fieret het Prentenkabinet negen meter van zijn werk toe. Maar jaren na Van de Waals dood is er, weet Fieret, nog maar een fractie van over. Want....

,,Mijn verhalen zijn óók zo grenzenloos omdat mijn bet-overgrootvader een gerussificeerde Fransman was'', onderbreekt hij zichzelf dan, voor zijn volgende complot-geschiedenis uitverteld is. ,,Mijn werk is zo oeverloos omdat Rusland zo grenzenloos groot is. Bovendien heeft mijn overgrootmoeder gewerkt op Huis ten Bosch, ten tijde van Koning Willem III, de zoon van Anna Pauwlona. Mijn overgrootmoeder is zwanger geraakt van Willem III, dus ook langs die weg heb ik russisch bloed. Nou ja russisch - de Romanovs kwamen eigenlijk uit Silezië. Laatst had ik er nog een droom over. In die droom was ik in een blauwe kamer, maar ik wist niet waar ik was. Een paar dagen later zit ik ergens een tijdschrift te lezen. En wat zie ik op een foto staan: die kamer. Was het de slaapkamer van de tsaar.''

De bundel 'Lied van de hardstenen engel' is te bestellen bij Wieteke van Dort Productions, tel. 070 324 64 56.

Angstig ga ik

In het waaien hoor ik mijn stem

op de hoven langs het murwe pad

wat verlang ik naar de ochtend

naar de warmte van de zon

tijd, wat ben ik angstig, wie

helpt mij

angstig ga ik om en om

(Gedicht van Gerard Fieret)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden