Müller en de in het land van melk en honing

Het was dit weekeinde een gedenkwaardig moment op de Vechtsebanen in Utrecht. De coach die de kernploegsprinters tijdens de wedstrijden om de City bokaal begeleidde, spreekt (nog) geen Nederlands. Het betekent een nieuwe dimensie in het personeelsbeleid van de schaatsbond. De man in kwestie, de Amerikaan Peter Müller, is er verguld mee. Hij staat met vlinders in de buik langs de baan.

JOHAN WOLDENDORP

Daardoor kon een geplande training niet doorgaan en is de bondscoach in kwestie onvindbaar. Een medewerkster van de schaatsbond denkt uitkomst te brengen. Een telefoontje naar zijn hotel. Daar kennen ze hem niet. Hij heeft wel zijn spullen op zijn kamer gegooid, maar blijkt - achteraf - uit eten te zijn gegaan met een collega van een concurrerend ochtendblad. Terugkomend op zijn tijdelijke woonadres, verontschuldigt hij zich omstandig, roept 'It's a mess' en stelt voor naar Heerenveen te gaan. De warming up kunnen de dames en de heren zelf wel, maar het is voor hen 'handig' te weten dat het wakende oog van de meester in de buurt is. Het Hollywood-kampement is inmiddels afgetuigd. Buiten kondigen zich voorjaarsachtige temperaturen aan, binnen kan worden geschaatst. Eindelijk, zegt de coach.

Peter Alan Müller, van 27 juli 1954, werd in maart tijdens de wereldkampioenschappen afstand in Hamar benaderd voor de functie van sprintcoach van de KNSB. Vervolgens hoorde de Amerikaan een tijdje niets, tot er in mei in no time spijkers met koppen werden geslagen. Het is een historische benoeming. Nooit eerder in haar meer dan honderdjarige bestaan haalde de KNSB een bondstrainer uit het buitenland. Ofschoon Müller dus al bijna een half jaar in dienst is bij de relgevoelige bond, zet hij op de bewuste donderdag in wezen voor het eerst in die hoedanigheid voet op Nederlandse bodem. De sprintkernploeg heeft op trainingskampen in Calgary en Milwaukee de eerste voorbereidingen voor het pre-Olympische schaatsseizoen getroffen. Daar lag in augustus al ijs, in Thialf pas vanaf 3 oktober.

Met de jetlag valt het wel mee. Voor de rest is het een mess. De agendabewaakster van de KNSB is de sportpers zeer ter wille en heeft op zijn eerste echte werkdag in Nederland maar liefst vijf afspraken gepland. “Vijf interviews op één dag, ik weet niet wat me overkomt. Toen ik voor de Amerikaanse bond werkte, was ik blij dat ik in een heel seizoen vijf verschillende journalisten sprak.” Zegt de trainer, die in 1994 Dan Jansen en Bonnie Blair naar gouden medailles op de Spelen van Lillehammer leidde. Je hoort hem niet klagen over de media-aandacht. Het leven is momenteel één grote, stralende glimlach. “It's exciting, het is opwindend. Ik loop hier met vlinders in mijn buik rond, omdat ik mag werken in een land waar het schaatsen echt een topsport is. Waar het in het seizoen in de belangstelling staat van iedereen. Waar de tribunes vol zitten, waar mensen niet alleen gefascineerd naar sport zitten te kijken, maar met invulschema's ook alles bijhouden. Zoals in de Verenigde Staten gebeurt bij de grote sporten baseball, basketball en American football. De mensen hebben ook echt verstand van schaatsen. Dat stemde me in Milwaukee wel eens moedeloos. Alles weer opnieuw moeten uitleggen aan journalisten die je met een meewarige blik aankeken en nauwelijks bereid waren zich in de materie te verdiepen. Sinds een paar jaar hebben we in West-Allis (een voorstad van Milwaukee - red.) een overdekte ijsbaan. Als het buiten slecht weer was, werd mij steevast gevraagd of de omstandigheden binnen ook zo miserabel waren. Stupid. Maar dit is fun. Hier is het leuk om over schaatsen te praten.”

De tegenwerping dat het sprinten in Nederland de status van melaatse nauwelijks ontgroeit, kan het vuur van het enthousiasme niet doven. “Het allround schaatsen kent een grote traditie”, weet ook Müller. “Dat wil, kan en mag ik niet veranderen. Met de sprintploeg moeten we het respect zelf zien te verdienen, en dat kan maar op één manier: door prestaties te leveren, door met een kampioen te komen. Zodra dat gebeurt, komen de mensen ook naar ons kijken. Traditie in de sport is gebaseerd op winnaars.”

Zelf heeft Müller in ruime mate aan die voorwaarde voldaan. In 1976 won hij Olympisch goud op de duizend meter. In 1980 was hij in Lake Placid vijfde op dezelfde afstand. De Amerikaan begon zijn internationale carrière in 1973 in Assen. Op de WK junioren werd hij dertiende. Het jaar erop werd hij ook losgelaten op het mondiale alltroundtoernooi voor senioren in Inzell. Op de 500 meter haalde hij het podium, maar op de lange afstanden moest hij het licht uitdoen en het hek sluiten. 8.33,11 Reed hij op de vijf kilometer. Nadien liet Müller zich niet meer voor dat soort karretjes spannen. Op sprint-WK's bouwde hij een des te leukere erelijst op: in 1976 derde in West-Berlijn - het toernooi waarin Jos Valentijn door drie valse starts op de laatste duizend meter de zekere wereldtitel verspeelde - en een jaar later in Alkmaar tweede achter Eric Heiden. De specialist op de kilometer sloot zijn loopbaan af in 1980, als negende op de eeuwige wereldranglijst. In Davos had hij die winter zijn persoonlijk record aangescherpt tot 1.15,33. In Nederland zijn er anno 1996 nog geen twintig (ex-)schaatsers die harder hebben gereden.

Die 1.15 klokte Gerard van Velde, het onbetwiste sprinttalent in Nederland, in de zomer al in Milwaukee, en dat noemt Müller goed. Net als de 1.16 van Jakko Jan Leeuwangh. De laatste is de ideale sparring-partner geworden die Van Velde altijd moest ontberen. Müller: “We hebben in de zomer erg hard aan de techniek van Gerard gewerkt. Fysiek is hij sterk genoeg om tot een topschaatser uit te groeien. Mentaal moet hij daarentegen sterker worden. Wat dat betreft zijn er parallellen te trekken met Dan Jansen. Die won wel erg veel, maar pas in de laatste wedstrijd van zijn carrière olympisch goud. Wat in dat opzicht voor Dan gold, geldt ook voor Gerard: je moet een keer een grote wedstrijd winnen. Dan komt de rest er haast vanzelf achteraan.” De vraag of Van Velde ooit in staat moet zijn het wereldrecord op de duizend meter te verbeteren, ontwijkt hij: “Daar wil ik hem niet mee belasten.”

It's a mess. It's fun. Na zijn schaatscarrière was Müller als coach werkzaam in Duitsland, Oostenrijk, zijn vaderland en Frankrijk. Na de geslaagde Spelen van 1994 overwoog hij overigens te kappen met de schaatssport. Hij kickte af als ploegleider van een groepje profwielrenners, onder wie de Nederlandse avonturiers Patrick Eyk en Harm Jansen. “Ik was het gebrek aan erkenning en waardering beu. Goud winnen met Blair en Jansen om vervolgens te constateren dat niemand je ziet staan, dat is deprimerend. Schaatsen is in de Verenigde Staten niet eens een one state-sport, het is de sport van één stad. Niet meer.” Hij schrikt wanneer hem verteld wordt hoe 'wereldberoemd' vijfvoudig olympisch kampioen Eric Heiden is. In al die jaren dat hij als ploegarts van 7 Eleven en Motorola werkzaam was in het wielerpeloton, kon hij in Italië en Frankrijk ongehinderd zijn werk doen. Niemand vroeg hem om een handtekening, geen (niet-Nederlandse) journalist om een interview. “Het is eigenlijk een schande. Eric heeft niet alleen voor het schaatsen, maar ook voor het wielrennen enorm veel betekend. Hij heeft er in de VS voor gezorgd dat er grote sponsors als 7 Eleven en Motorola kwamen. Omdat de marketingmensen hem in zijn schaatscarrière ook bezig zagen op de fiets.”

Daarom wilde Peter Müller ook niet in Frankrijk blijven, waar hij het niveau van Kuentz enorm opkrikte. “Ik had daar niet weg hoeven gaan. IJsbanen zijn er niet in Frankrijk, maar geld en faciliteiten volop. Met een klein groepje kon ik overal naar toereizen om te trainen. Maar ik vond er geen bevrediging.”

Müller breekt met zijn komst naar Nederland een trend. De sprint was altijd een sluitpost. De dienstdoende, maar nooit lang zittende trainer beschouwde de kernploeg (voorzover die iets voorstelde) of als een opstapje of als een niet al te royaal gehonoreerde tijdspassering in dagen vol ledigheid. Müller is bovenal fanatiek. “En extreem,” voegt hij er aan toe. “Wat dat betreft ben ik een echte Amerikaan. Ik leef in extremen. Ik heb een onvoorstelbare geldingsdrang, die pas bevredigd is wanneer ik met mijn beste schaatser aan de top sta. Het talent is aanwezig, de infrastructuur ook. Een goed toernooi rijden is prachtig, maar niet iets om op te teren. De volgende keer moet je jezelf weer bewijzen. Zo leef ik ook. Ik ben zo extreem dat de mensen me de ene dag uit pure vriendschap omhelzen en me de volgende dag tot in de diepste vezels haten. Of ik als schaatser die karaktereigenschappen ook had? Nee, minder. Het is de tijdgeest. De huidige lichting is veel serieuzer met sport bezig. Wij hadden veel meer fun. Dat is minder geworden omdat je nu geld kunt verdienen met schaatsen.”

Peter Müller heeft een contract tot en met de Olympische Winterspelen van Nagano. Al achter een huis aan geweest? “Woonruimte? Ha, ha, dat heeft geen zin. Ik heb uitgerekend dat ik in één contractjaar niet meer dan vijf à zes weken in Nederland ben. Die paar dagen logeer ik gewoon in een hotel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden