Interview

Mpho Tutu en haar vrouw vinden het tijd voor #IToo

Marceline van Furth over Mpho Tutu: ‘Ik vind het onbegrijpelijk wat Mpho is overkomen. Ik, als totale atheïst, had dit niet verwacht’. Beeld Maartje Geels

Na #MeToo is het tijd voor #IToo, zeggen hoogleraar Marceline van Furth en anglicaans priester Mpho Tutu. Vrouwen moeten hun plek opeisen aan de top van de wetenschap. En daarbij moeten andere vrouwen hen helpen, vindt het echtpaar.

Marceline Tutu van Furth (58) kijkt verrast als ze de verslaggever en fotograaf ziet verschijnen. “Stom, ik had een mannelijke fotograaf verwacht”, zegt ze. Ze fronst. “Ik ben ontzettend seksistisch. Zet dat maar niet in de krant.”

De hoogleraar kindergeneeskunde geeft dit interview samen met haar vrouw: Mpho Tutu van Furth (55), spreker, publiciste, anglicaans priester en dochter van bisschop Desmond Tutu. Ze vormen in meerdere opzichten een bijzonder stel: de lange, Nederlandse atheïste en de kleinere Zuid-Afrikaanse geestelijke. “We’re not picture perfect”, grapt Tutu bij het poseren. Niet het perfecte plaatje. Zeker voor de anglicaanse kerk in Zuid-Afrika waren ze dat niet. In 2015 moest Tutu tot haar verdriet haar ambt als priester opgeven, vanwege hun huwelijk.

Vrijdag verscheen een speciale editie van het toonaangevende medische tijdschrift The Lancet, over het verbeteren van de positie van vrouwen in de medische wetenschap en geneeskunde. In het blad doet het echtpaar een oproep aan vrouwen om zich op te werpen als mentor. Ze claimen de hashtag #IToo. ‘Ook ik’ ben bereid om jonge vrouwen in mijn vakgebied te steunen, bedoelen ze. Zodat meer vrouwen doordringen tot de hogere regionen van de wetenschap.

Waarom doet u deze oproep samen?

Van Furth: “Omdat ik alles leuker vind als ik het samen met Mpho doe.”

Tutu: “We hebben allebei een brede interesse, zijn altijd met meerdere dingen tegelijk bezig. We gaan vaak in één gesprek de hele wereld over en terug.”

Van Furth: “Dat kan heel vermoeiend zijn voor anderen…”

Tutu: “… als het hen niet lukt om onze sprongen te volgen. Maar wij kunnen elkaar bijhouden. We komen allebei van andere plekken op de wereld, zijn werkzaam in een ander vakgebied, maar we hebben gemeen dat we een leidinggevende positie hebben bereikt in disciplines die vrouwen nou niet bepaald wildenthousiast verwelkomen.”

Hoe is de positie van vrouwen in de ­geneeskunde?

Tutu: “Vooral op het zuidelijk halfrond hangt het glazen plafond heel erg laag. Op veel plaatsen in Afrika en Azië is basisonderwijs voor vrouwen en meisjes praktisch onbereikbaar. Zij zijn wel onderwerp van onderzoek en beleid, maar ze spelen geen rol bij het maken ervan. Dat verandert alleen als je er werk van maakt om vrouwen en meisjes die wereld binnen te halen.”

In Nederland is de situatie anders, toch?

Tutu: “Het probleem is niet hetzelfde, maar wel verwant. Het aantal vrouwelijke studenten neemt hier toe, ook bij geneeskunde. Maar het percentage vrouwen daalt dramatisch als je hoger op de ladder komt.”

Van Furth: “Het begint met vier- tot vijfduizend promovendi en het eindigt met 650 vrouwelijke hoogleraren. Maar één op de vijf hoogleraren is vrouw. De directies van ziekenhuizen zeggen dat het beter gaat. Dat is waar, maar de aantallen zijn nog steeds erg laag. Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren heeft berekend dat het bij iedere carrièrestap voor een vrouwelijke promovendus moeilijker wordt om de volgende stap te zetten. Bij mannen is dat andersom: iedere volgende stap wordt makkelijker.”

Hoe komt dat?

Tutu: “Mentoring is een deel van het antwoord. Voor een man is het makkelijker om een man te vinden die hem dingen vertelt als: solliciteer daar of stuur dat artikel in naar dat tijdschrift. Vrouwen geven dat soort adviezen niet snel. Niet omdat ze het niet willen, maar omdat ze zichzelf niet gekwalificeerd vinden als mentor. Een man zegt: ik bén de kwalificatie. Een vrouw denkt dat ze een cursus nodig heeft. Wij zeggen: gebruik wat je al weet om de volgende vrouw in de rij omhoog te helpen. Houd de deur open. En trek er andere vrouwen doorheen. Want al te vaak lopen vrouwen niet door de deur, zelfs als die al open staat. Jij bent daar een voorbeeld van, Marceline.”

Beeld Maartje Geels

Van Furth: “Ik zat als universitair hoofddocent aan de VU in een bijeenkomst, een vorm van groepsmentoring. De coach – een man – zei tegen mij: ‘Ik snap niet dat jij nog geen professor bent. Weet je wat je moet doen? Je moet erom vragen’. Ik was zeer verbaasd. Ik kom uit een academisch milieu, mijn vader was professor, dus ik dacht: ik weet wel hoe het werkt. Ik heb ik het gevraagd, en mijn afdelingshoofd wilde mij wel promoten bij de commissies die erover gaan. Daarna heeft het nog een aantal jaren geduurd. Maar het begint met vragen.”

Was dat een eyeopener voor u?

Van Furth: “Ja, en dat is een eyeopener voor veel mensen.”

Zijn het vooral vrouwen die dat niet weten?

Tutu: “Mannen hebben mentoren die hen dat vertellen.”

Van Furth: “Het is ook een attitudeverschil. Mannen denken: ik kan dat, ik ben geschikt. Dat moeten ze voor mij regelen. Vrouwen zijn bescheidener.”

Hoe heeft u uw positie als priester ­bereikt?

Tutu: “Ik heb veel mentoren gehad. Een mannelijke priester vertelde me: ‘Als je een bisschop hebt die bereid is je toe te laten tot het proces van priesterwijding, beweeg dan niet tot je tot priester bent gewijd. Beweeg niet!’” Ze lacht.

“Eerder was er een vrouw van in de zestig, heel wijs en pragmatisch, in mijn parochie in de VS die mij naar het seminarie stuurde. Ze gaf advies en vertrouwen. Andere vrouwen vertelden me onderweg wat ze hadden doorgemaakt. Je hebt mensen nodig die je wijzen op de hoepels waar je doorheen moet springen. En als je op verkeersdrempels stuit, helpt het als iemand zegt: dit is niet het einde van de weg.”

Van Furth: “Ik vertel mijn studenten vaak hoe het bij mij ging: dat ik een middelmatig student was. Dat ik het onderwerp hersenvliesontsteking ontdekte, wat ik heel leuk vond en waarop ik promoveerde, waarna ik als een speer omhoogschoot. Ik vertel ze dat er voor iedereen zoiets te vinden is: iets dat je zo leuk vind.”

Tutu: “Voor vrouwen in de anglicaanse kerk hangt veel af van de plek op de wereld waar ze zich bevinden, en van de bisschop. Ook wat er gebeurt na je priesterwijding, hangt van de bisschop af. Veel vrouwen komen niet in volwaardige priesterfuncties terecht.”

Jullie introduceren de hashtag #IToo, in de betekenis ‘ook ik wil mentor zijn’. Waarom die referentie naar #MeToo?

Tutu: “#MeToo liet zien dat vrouwen samen een heel machtige stem kunnen zijn. #MeToo ging over hoe we tot slachtoffer zijn gemaakt. Met #IToo willen we ons eigen verhaal schrijven.”

Van Furth: “Dit moet een positieve tegenbeweging worden. We willen kijken of we een netwerk kunnen opzetten onder de vlag van #IToo en zo echt mentoren en mentees aan elkaar koppelen. We denken nog na over hoe we dat precies gaan doen. Wereldwijd, is onze droom. We beginnen hier.”

Is het voor homoseksuele vrouwen nog moeilijker om carrière te maken?

Van Furth: “Ik denk niet dat het mij ooit dwars heeft gezeten. Iedereen weet dat ik een vrouw heb, ik schaam me er niet voor, maar ik loop er ook niet mee te koop.”

Waarom niet?

Van Furth: “Ik weet het niet zo goed. Ik weet wel dat een van mijn bazen ooit zei: ‘O, jij houdt niet van mannen’, en dat ik dat een semi-bedreigende opmerking vond. Ik wil niet te boek staan als de hoogleraar die niet van mannen houdt, of niet met mannen kan werken. Ik las dat er een netwerk is voor homoseksuele artsen. Daar zou ik me nooit bij aansluiten. Maar door mijn huwelijk met Mpho staan we wel samen in de spotlights. Ik moest wennen aan het idee dat ik nu een rolmodel ben.

“Inmiddels omarm ik het. We waren een keer in een kerk in een kleine gemeenschap in Kaapstad. Mpho werd daar herkend, wij werden naar voren gehaald. Op dat moment dacht ik: oké, dit is wel even bijzonder… Maar voor een meisje in die kerk is het misschien wel het moment dat ze denkt: hé, dat kan dus, twee vrouwen. En dat vind ik prima, dat draag ik graag uit.”

Hoe is het voor homoseksuele vrouwen in de kerk?

Tutu: “Homoseksuelen hebben het zeer, zeer moeilijk. Moeilijker dan vrouwen. En homoseksuele vrouwen hebben het het moeilijkst.”

Wanneer kwam u uit de kast?

Tutu: “Ik heb er nooit in gezeten! Ik beschouwde mezelf als heteroseksueel, totdat ik verliefd werd op Marceline. Maar ik heb altijd al gezien hoe de kerk homoseksuelen behandelde. Ik vond dat oneerlijk en fout. Ik vond homofobie strijdig met christendom.”

Hoe was het om uw positie als priester, toen u die eenmaal had bereikt, kwijt te raken?

Tutu: “Pijnlijk.” Aarzelt. “Ik ben niet de eerste die dit heeft meegemaakt. En ik denk dat mijn ervaring, die zo publiek was, het gesprek flink op gang heeft gebracht in Zuid-Afrika. Dat heeft nog niet verandering gebracht waarop wij hopen, maar die komt eraan.”

Zou u niet naar Amerika willen, waar u als homoseksuele getrouwde vrouw wel als priester kunt werken?

“Ja en nee. Mijn vrouw is hier, dus op dit moment is mijn leven hier.” Ze kijkt schalks naar Van Furth. “Haha, dit is gevaarlijk terrein, hè?”

Van Furth, fel: “Ik vind het onbegrijpelijk wat Mpho is overkomen. Ik, als totale atheïst, had dit niet verwacht. Als je ziet wat een leed zij heeft moeten ondergaan, en nog steeds ondergaat – dat vind ik ongelofelijk. Tegelijkertijd maakt het me bijna emotioneel dat zij bereid is om dat voor mij op te geven. Ik kan nog iedere dag denken: wat ongelofelijk dat zij hier zit.”

Marceline van Furth 

Marceline van Furth werd in 2009 hoogleraar kindergeneeskunde aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc, waar ze sinds 1997 werkt als kinderarts. Haar vader was de Leidse hoogleraar interne geneeskunde en infectieziekten Ralph van Furth. Ook Marceline is gespecialiseerd in infectieziekten, met name hersenvliesontsteking. In 2007 richtte ze Kids2Kids Afrika op, waarin ze samenwerkt met andere kinderartsen van het VUmc en collega’s in Kaapstad. Ze was één van de vijf bekleders van een Desmond Tutu-leerstoel voor jeugd, sport en verzoening aan de VU. In die rol zet ze zich in voor de behandeling hersenvliesontsteking in Zuid-Afrika, en zo ontmoette ze Mpho Tutu. Het echtpaar woont in Amstelveen, met Marcelines dochter Pien (19) en zoon Julius (17) en Mpho’s jongste dochter Onalenna (13). Mpho’s oudste dochter Nyaniso (22) woont in Kaapstad.

Mpho Tutu

De dochter van de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu en zijn vrouw Leah volgde de priesteropleiding van de anglicaanse kerk in de Verenigde Staten, waar ze sinds de jaren tachtig woonde. Mpho Tutu werd in 2004 tot priester gewijd. In 2011 keerde ze terug naar Zuid-Afrika, waar ze tot 2016 directeur was van de Desmond & Leah Tutu Legacy Foundation, die zich inzet voor vrede, sociale rechtvaardigheid en verzoening vanuit de filosofie van haar ouders. De Zuid-Afrikaanse anglicaanse kerk laat, zoals de meeste anglicaanse kerkprovincies, vrouwen toe tot het priesterambt, maar een homohuwelijk bleek een brug te ver. Nadat Tutu in 2015 in Nederland trouwde met Van Furth, dwong de kerk haar het priesterambt neer te leggen. Desmond Tutu, die zich al langer inzet voor de rechten van homoseksuelen in Zuid-Afrika, gaf het huwelijk in Zuid-Afrika zijn vaderlijke zegen.

Lees ook:

De minister die feminist werd, wil dat u het ook wordt

Vroeger was hij niet bepaald een feminist. ‘Te polariserend’ vond hij, ‘te onverdraagzaam’. Nu zegt de Vlaamse minister Alexander De Croo: feminisme zal ook mannen bevrijden. Maar hij begrijpt: ‘Het wordt een opdracht om dat goed uit te leggen.’

Emancipatiemonitor: meer vrouwen zijn zelfstandig, maar er valt nog veel te winnen

Vrouwen werken vaker en meer uren, en het aandeel economisch zelfstandige vrouwen is gestegen van 58 naar 60 procent. Dat melden het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in hun tweejaarlijkse rapport over de stand van de emancipatie van vrouwen in Nederland. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden