Mozambique wordt met rekolonisatie bedreigd

De auteur werkt sinds 1975 in Mozambique en was o.a. provinciaal directeur van onderwijs in de provincies Maputo en Zambezia).

Droogte en oorlogen, onrust en onveiligheid, teisteren dit werelddeel. Elk jaar zijn er wel weer nieuwe gebieden waar de regens uitblijven of waar een oorlog uitbreekt. Daaraan kan geen enkele actie wat verhelpen. Afrika is momenteel het tafereel van eindeloze oorlogen en oorlogjes tussen stammen, gebieden, provincies, landen.

Mozambique is daarop geen uitzondering. Er zijn allerlei oorzaken voor aan te wijzen die op dit moment minder belangrijk zijn dan de gevolgen: massale volksverhuizingen, sociale ontwrichting en een onnatuurlijk versnelde groei van de steden, waar noch werkgelegenheid noch voedsel voorhanden is.

Slechts weinig gebieden zijn veilig genoeg om rustig te kunnen produceren; miljoenen plattelanders zijn gevlucht en moeten gevoed worden in plaats van zelf voedsel te kunnen produceren.

Donormoeheid

Sinds 1987 komt er op grote schaal voedsel het land binnen in de vorm van giften, waarvan een deel in de steden blijft hangen en een ander deel over de ontheemdenkampen, die over het hele land verspreid zijn, verdeeld wordt. Maar er is een soort 'donormoeheid' ontstaan; de hoeveelheid gegeven voedsel neemt langzaam af en is beslist onvoldoende.

Maar de grondoorzaken van de problemen liggen dieper en hebben heel veel met Europa en het rijke Westen te maken.

Het is bekend uit reisverslagen van David Livingstone en andere 'ontdekkingsreizigers' dat veel gebieden waar nu regelmatig of voortdurend honger wordt geleden, in de vorige eeuw welvarend waren en een grote verscheidenheid aan voedingsgewassen produceerden.

De praktijk van de slavenhandel bijvoorbeeld veroorzaakte in grote gebieden onrust en onveiligheid, waardoor er van normaal produceren weinig kwam. Later, na de historische conferentie van Berlijn (1895/'96) werd Afrika op een volstrekt onnatuurlijke manier opgedeeld in kolonien, die nog steeds in grote mate de huidige grenzen bepalen.

De koloniale bezetting die er op volgde, hield onder andere het verplicht verbouwen van exportgewassen in, in plaats van het verbouwen van voedsel voor eigen gebruik. Grote stukken goede landbouwgrond werd de bevolking met geweld afgenomen om er thee-, koffie-, suiker-, kopraplantages te vestigen. Diezelfde bevolking werd vervolgens min of meer gedwongen op die plantages te gaan werken. Daarmee verdiende men dan wel een beetje, maar er werd geen voedsel geproduceerd.

Bovendien was er sprake van grondverarming door overgebruik en het systeem van monoculturen.

Armste land

In zijn vorig jaar verschenen boek 'Maldevelopment - Anatomy of a global failure' stelt de Egyptische econoom Samir Amin, dat bijna alle pogingen om de economische ontwikkeling van de Derde Wereld op gang te brengen, mislukt zijn. Hij meent dat de volkeren van de Derde Wereld veroordeeld zijn tot uitbuiting en die van de Vierde Wereld, waartoe ook Mozambique behoort, tot uitroeiing.

Wie zo'n boek leest, heeft moeite niet vast te lopen in gevoelens van hopeloosheid en uitzichtloosheid. In officiele documenten wordt het afgelopen decennium ook wel een 'verloren decennium' genoemd. Het boek 'In Afrika' van Adriaan van Dis geeft het gevoel dat Mozambique een soort hel op aarde is.

Voor ons en voor veel anderen, in Mozambique en daarbuiten, is het niet eenvoudig alle mislukkingen te verwerken, te begrijpen waarom het allemaal zo gegaan is en het spoor te hervinden.

Tweedeling

Een klein groepje mensen is zich onder het motto 'ikke, ikke en de rest kan stikken' snel aan het verrijken. De meeste mensen worden, als ze al niet direct slachtoffer zijn van de oorlog, snel armer. Een gemiddelde onderwijzer op een lagere school verdient nu 54 000 meticais per maand, waar je 200 sinaasappels voor kunt kopen of 54 broden of 40 liter benzine. Kinderbijslag bestaat niet en de meeste mensen hebben grote gezinnen. Voor het merendeel is het dan ook het eerste en grootste probleem om in leven te blijven.

Bedelaars

Onlangs maakte ik een wandeling door het winkelcentrum van Maputo. Het was vrijdag, aalmoezendag, en de stad puilde uit van de bedelaars. Wie op straat in elkaar zakt, blijft vaak liggen, zonder dat een mens naar hem omkijkt. Zoiets was een paar jaar geleden ondenkbaar. Veel mensen, mannen en vrouwen, oud en jong, trekken dagelijks op straat van vuilnisvat naar vuinisvat, op zoek naar etensrestjes of ander afval dat voor hen nog bruikbaar is.

De situatie is in een paar jaar tijd ongelooflijk verslechterd. In die omstandigheden valt het niet mee, om naast het onmiddellijke probleem hoe te overleven, nieuwe, zinvolle wegen te vinden.

Het land is de laatste jaren vooral door de oorlog in zo'n moeilijke economische en financiele situatie terechtgekomen, dat het volstrekt afhankelijk is geworden van buitenlandse hulp. Aan instellingen als Wereldbank, Internationaal Monetair Fonds, Verenigde Naties, Overheids- en niet-gouvernementele organisaties geen gebrek. Die hebben allemaal een kleine of een grote vinger of een hele hand in de pap. Ministers en andere belangrijke functionarissen zijn tot ja-knikkers geworden.

Er is natuurlijk wel enige speelruimte, maar de belangrijkste beslissingen worden feitelijk genomen door de geldschieters en de hulpverleners. Wij zeggen wel eens dat de minister van onderwijs in New York zit (op het kantoor van de Wereldbank) en zijn ondergeschikte op het ministerskantoor in Maputo.

Multinationals

In de landbouw zijn momenteel tegengestelde ontwikkelingen gaande. Het grote punt is: wie gaat er wat verbouwen en voor wie. Door de oorlog zijn miljoenen plattelanders van hun grond verdreven en zijn grote delen vruchtbare landbouwgrond braak komen te liggen. Nu het einde van de oorlog steeds meer in zicht komt (en in sommige delen van het land al een realiteit wordt), is er een ware jacht op goede grond uitgebroken.

Grote multinationale ondernemingen krijgen vergunningen om hele plantages en grote bedrijven over te nemen en vooral exportgewassen te verbouwen. In het zuiden van het land is een soort invasie van Zuidafrikanen die, vaak in vennootschap met invloedrijke Mozambiquanen, landbouwbedrijven opzetten in nieuw geopende irrigatiegebieden.

'Settlers'

In het midden van het land gebeurt hetzelfde, maar dan met Zimbabwaanse boeren. Vaak zijn dat blanke 'settlers' uit het vroegere Rhodesie, die het in het onafhankelijke Zimbabwe, waar door de regering-Mugabe grond wordt opgekocht en uitgedeeld aan de zwarte bevolking, niet naar hun zin hebben. Zij hopen in het toekomstige Mozambique meer speelruimte te hebben, ook al vanwege de veel lagere lonen.

En dan zijn er nog zo'n miljoen plattelanders dat naar omringende landen gevlucht is - Malawi, Zimbabwe, Zwaziland en Zuid-Afrika - en een paar miljoen die naar veiliger streken in Mozambique zijn gevlucht en hopen naar hun verwoeste dorpjes en akkers terug te keren, alles weer op te bouwen en opnieuw te beginnen.

Het is van het grootste belang deze laatste groep te helpen waar dit mogelijk is. In de eerste plaats omdat het hier gaat om het lot van miljoenen mensen, de grote meerderheid van de bevolking. In de tweede plaats omdat ze grote hoeveelheden voedsel voor zichzelf en voor verkoop aan de stadsbewoners produceert en de grootste bijdrage kan leveren aan het bestrijden en voorkomen van hongersnoden. In de derde plaats omdat een economische ontwikkeling van het land toch daar begint. In de vierde plaats omdat alles wat ze produceert in het land blijft, dit in tegenstelling tot wat buitenlandse en multinationale bedrijven doen, die altijd een deel van hun winst wegslepen en/of het grootste deel van hun voor export bestemde produktie.

Voor zover de grond niet wordt toegekend aan grote bedrijven, wordt hij over het algemeen lokaal en zo goed mogelijk verdeeld over de boeren.

Veiligheid

Wat deze miljoenen kleine boeren het meest ontberen is: veiligheid, grond, gereedschap en zaden, voldoende regen, goede prijzen voor de verkoop.

Het belangrijkste is op dit moment niet om de produktiviteit te verhogen, maar gewoon de produktie weer op gang te krijgen. In tegenstelling tot sommige vooroordelen, die misschien nog steeds levend zijn in Nederland, produceren de boeren hier het beste als ze met rust gelaten worden. Als ze maar grond hebben en goede prijzen voor de verkoop, gaat de rest vanzelf.

In sommige streken is wat de veiligheid betreft de situatie een stuk verbeterd en zijn veel mensen teruggegaan naar hun eigen plekje. In veel andere gebieden worden nog steeds overvallen gepleegd. De vredesbesprekingen tussen de Mozambiquaanse regering en het Renamo lopen nu al meer dan een jaar, maar worden steeds door het Renamo gesaboteerd, ondanks de druk die er van allerlei kanten op haar wordt uitgeoefend. Men is niet geinteresseerd in een vredesakkoord, omdat het Renamo politiek nauwelijks wat te betekenen heeft en niet geliefd is.

Mozambique kent tegenwoordig een meerpartijenstelsel, maar het Renamo ziet niets in verkiezingen die weinig stemmen zullen opleveren. Het wil zo lang doorvechten, dat het de macht kan verwerven, zonder verkiezingen.

In zijn boek 'Mozambique - who calls the Shots?' schrijft de Engelse journalist Joseph Hanlon, die jaren in Maputo gewoond heeft, dat er in Mozambique sprake is van een rekolonisatie. "Mozambique" , aldus de schrijver, "is volgens de Wereldbank het armste, meest hongerige, het diepst onder schulden gebukt gaande land ter wereld."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden