Moulijn was een man om van te houden

rotterdam – Coen Moulijn (73), die gisternacht aan de gevolgen van een herseninfarct overleed, was Feyenoorder en vooral Rotterdamser dan Rotterdam. Bescheiden en rechttoe rechtaan was hij. Zeker in zijn jonge jaren soms ronduit grappig. Later, ingegeven door zijn aanhoudende persoonlijke zorgen, meestal aandoenlijk.

Hij was een man om, ook na zijn voetbalcarrière, van te houden. Dat deed Rotterdam dan ook intens. Alleen al gisteren stroomden op de diverse websites duizenden reacties op zijn overlijden binnen. Bij zijn standbeeld op het voorplein van het Stadion Feijenoord werden bloemen gelegd. De intentie van al dit eerbetoon was en is eenduidig: Rotterdam huilt letterlijk tranen bij het heengaan van een van zijn beste, trouwste vrienden. De rest van Nederland leeft mee.

Nadat Coen Moulijn op 9 juni 1972 in de Kuip, in een te ruwe wedstrijd tegen Uruguay, actief afscheid van Feyenoord had genomen, bleef hij, tegen wil en dank, een idool in eigen stad. Twaalf jaar geleden werd dit aanhoudende gevoel nog eens herbevestigd toen hij – Feyenoordicoon – door een hartinfarct werd getroffen. Ontelbare bloemstukken, fruitmanden en beterschapskaarten van even ontelbare onbekenden stroomden bij hem de ziekenafdeling op en Coen keek er verbouwereerd naar.

De bescheiden en vaak teruggetrokken Moulijn hield niet van ophemelen, van mensen die hem even wilden zien, aanraken of de hand wilden schudden, alleen omdat hij in andermans ogen toch de ’grote Moulijn’ was. Liever verbleef hij in de schaduw van zijn vele (voetbal)vrienden, of, zelfs tot aan zijn laatste dagen, in zijn exclusieve modezaak aan de Langenhorst in Zuidwijk, een paar kilometer van de Kuip.

Tegelijkertijd waardeerde hij de liefde en de zorg van al die hem onbekende mensen uit Rotterdam, en vaak ook van daarbuiten. Want dat is altijd het fenomenale, of het bijzondere aan Moulijn geweest. Zonder dat je ook maar een kop koffie met hem had gedronken, voelde je enige verwantschap met hem. Deels had dit te maken met zijn lijf en zijn voetbalkwaliteiten, met name zijn fantastische dribbels. Hiervoor ging je in de jaren vijftig, zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw naar het voetbal, om naar hém te kijken. Eerst nog voorbehouden aan de relatief kleine schare Xerxes-supporters, maar vanaf de zomer van 1955 jonglerend in de immens grote Kuip, van Feyenoord.

Wie het geluk had ’Coentje’ in die jaren met eigen ogen te zien schitteren, is hem oneindig dankbaar. Alles aan hem was echt. Zelf wist hij niet wat ’nep’ was. Hij had een frêle postuur, prachtige voetbalbenen die de grofste aanslagen heel gracieus ontweken en – bezien vanaf Vak Z op de toenmalige Maastribune – armen zo dun als stopnaalden. Dan stroopte hij ondanks die lucifertjes zijn mouwen op als een havenwerker en bracht het Legioen – niet zelden 63.000 man sterk – in vervoering door er een dribbel uit te gooien die, meende je iedere keer opnieuw, zijn weerga niet kende.

Arme tegenstander, arme rechtsback. Arme Theo van den Burgh, de kalende verdediger van ADO die door Moulijn zo werd dolgedraaid dat hij er wel eens als een scheermes wilde invliegen. Nou, je moest in die dagen in Rotterdam niet aan Coentje komen, van hem bleef je met je poten af. En dus zong het ganse stadion bij ieder contact dat Theo had met bal of Coen: ’Kale, kale’, en zag je de back ineenkrimpen. Op 8 september 1965, met op bezoek in de Kuip het Real Madrid van Ferenc Puskas, was het de Spaanse verdediger Miera die het waagde een aanslag te plegen op Coen. Het tafereel dat erop volgde – Miera werd door Feyenoorders achterna gezeten en onderuit geschopt – was tekenend voor de ’bescherming’ en de vriendschap die hij in de Kuip, en ver daarbuiten, genoot.

Zo simpel als dit lag op het voetbalveld, en elders in het publieke leven, zo moeilijk was dat binnen zijn privédomein. Op 6 februari 1963 speelde Feyenoord in Frankrijk tegen Stade de Reims en juist tijdens het verblijf daar werd de zoon van Moulijn, Raymond, geboren. Het jongetje kwam ongelukkig ter wereld, met een open ruggetje. Decennia later stond Coen een nier af voor zijn gehandicapte zoon en toen deze donatie niet het gewenste effect had, kreeg Raymond een nier van een vriendin van de familie. Naar omstandigheden ging het een aantal jaren goed met Raymond, tot hij augustus vorig jaar overleed.

Coen Moulijn heeft deze voor hem geweldige klap niet of onvoldoende kunnen verwerken. In de luxe unit van Het Oude Noorden van grote vriend en zakenman Willem van ’t Wout stond Coen de afgelopen tijd bij thuiswedstrijden in de Kuip enigszins afgezonderd. Dat was niet vanwege het slechte spel van Feyenoord, daarover uit de mond van Moulijn nooit een onvertogen woord. Het was veeleer de heimwee naar zijn zoon die aan hem knaagde en waarmee hij de buitenwereld, bescheiden als hij nu eenmaal was, niet wilde en kon vermoeien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden