Motoren in Guggenheim

Parkeer de laatste Ducati, Harley-Davidson, Honda of BMW op een hoek van de straat en er vormt zich een menigte. De motorfiets is immers niet alleen vervoermiddel maar vooral snelheids- en sekssymbool. Ook kunstvoorwerp? Thomas Krens vindt van wel. De Amerikaanse smaakmaker van het Guggenheim-imperium heeft het museum in de Noord-Spaanse havenstad Bilbao gevuld met zoveel oude, beroemde, traditionele, excentrieke en moderne motoren, dat een BMW-vertegenwoordiger zowaar een Freudiaanse vergissing maakte. Hij sprak tijdens de inauguratie over 'de jaarbeurshal' terwijl hij uiteraard het museum bedoelde. Illustratief is het wel, want de tentoonstelling van glimmende motoren roept opnieuw de vraag op of alles wat in een museum staat automatisch kunst is.

Natuurlijk zijn er raakvlakken met kunst en cultuur zodra het gaat om het design van motoren, wasmachines of scheerapparaten. Diverse musea hebben de laatste jaren exposities in huis gehad die aan het industriële ontwerp waren besteed. Maar dan? Een wasmachine uit de jaren zestig met uitpuilende vuile was en een gezandstraald kruis op het email en daaronder de naam Tapies is kunst. Maar hoe zit het met 150 wasmachines? Zou Jan Hoet die ook in zijn Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent willen plaatsen? Ervaart de museumschuwe mens het interieur van een kruidenierswinkel uit Oost-Duitsland aan het begin van deze eeuw, aangevuld met portretten van de bourgeoisie uit de tijd van Marx en Lenin - een compositie van Josep Beuys die ook te vinden is in Gent - als kunst?

Motoren mogen een publiekstrekker zijn, echt nodig is het niet voor Guggenheim in Bilbao, want het vrij nieuwe museum is nu al een kassucces. Toen eind vorig jaar de balans werd opgemaakt, werd vastgesteld dat meer dan tweeënhalf miljoen mensen de kassa's waren gepasseerd. Veel meer dan was verwacht en genoeg om een uitbreiding van het museum te rechtvaardigen. Als decor boert het museum ook al goed. De golvende architectuur van Frank Gehry is inmiddels in menig videoclip en film (onder meer de laatste James Bond) te zien. Dat bracht nog een paar miljoen gulden extra in het laatje.

Aan belangstelling ligt het dus niet. Er moeten daarom andere redenen zijn om het museum met motoren te vullen. Uiteraard heeft Krens een fantastisch verhaal om zijn keus te rechtvaardigen. In een voorwoord in de bijbehorende catalogus noemt hij de motorfiets een perfecte metafoor van deze tijd. ,,Ontworpen in het begin van het industriële tijdperk volgt haar evolutie de hoofdstromingen van de moderniteit. Als object en met zo'n geschiedenis vertegenwoordigt de motorfiets de thema's van technologie, innovatie, ontwerp, mobiliteit, snelheid, rebellie, verlangen, vrijheid, liefde, seks en dood.''

Prachtig. Elke beginnende directeur van een jaarbeurs had het kunnen bedenken. Wie tegen die achtergrond de oorspronkelijke missie van het museum wil interpreteren als een mandaat om schilderijen en tekeningen te tonen, heeft volgens Thomas Krens gelijk als hij beweert dat er dan geen plaats is voor motorfietsen is in het museum. ,,Maar het hedendaagse museum is niet langer een heiligdom voor sacrale objecten'', fulmineert Krens vervolgens. ,,Wat nieuw is, is het door video verspreide gevoel dat de omgeving is veranderd, dat de traditionele modellen voor culturele communicatie niet langer adequaat zijn en dat nieuwe, oneindig complexe culturele vormen and instituten in de maak zijn. In dat proces heeft het museum de unieke mogelijkheid een leidersrol te spelen.''

Daarom ziet Krens in 'The art of the motorcycle' een tentoonstellingsproject dat is georganiseerd als een culturele gebeurtenis. De expositie is in zijn ogen het begin van een transformatie van de culturele superstructuur. Krens: ,,Als instituut heeft Guggenheim de missie de rijkdom van hedendaagse cultuur te exploiteren Deze tentoonstelling maakt deel uit van het traject van nieuwe exposities in Guggenheim die de culturele reikwijdte van het museum zullen verbreden en die een actieve deelname in de interpretatie van eigentijdse kunst en cultuur zullen verwekken.''

Met andere woorden: door motoren in het museum te zetten vervult Thomas Krens de door hem en aan hem gezonden heilige opdracht om de cultuur te verbreden. Dat wil zeggen: de Amerikaanse cultuur. In Europa mag je je afvragen of wij op dat Amerikaanse globaliseringseffect in de cultuur zitten te wachten. Is de gemiddelde smaak in New York, waar de motoren vorig jaar met denderend succes werden geëxposeerd, identiek aan die in tentoonstellingssteden als Bilbao of Venetië? Het is te hopen van niet. Toch lijkt deze expositie het voorportaal te zijn van de disneylandisering van de kunst. Met andere woorden: we hebben al te maken met het McDonalds-effect in de kunst, precies datgene waarvoor gevreesd werd toen Krens jaren geleden zijn plannen bekendmaakte voor een netwerk van Guggenheim-musea in de wereld.

De Spaanse media reageerden verdeeld. Werden de motoren in een tijdschrift geëtaleerd als 'authentieke kunstvoorwerpen', de kwaliteitskrant El Pais negeerde de motoren-expositie volledig. In het Catalaanse dagblad La Vanguardia werden vraagtekens gezet achter de vermeende heiligschennis. Thomas Krens werd geciteerd als een klagende penningmeester die zijn verwondering uit over het feit dat er alleen maar kritiek is op het beleid en nooit euforie wordt getoond over de economische resultaten. 'Wellicht is het een kwestie van jaloezie', aldus Krens.

De motoren-expositie heeft een strikt chronologisch karakter, beginnend met de eerste stoomcreatie van Michaux-Perraux uit 1868 en eindigend met een 750 cc MV Agusta F4 die afkomstig is uit de stallen van koning Juan Carlos. De 121 motoren blijven tot 23 april in het Guggenheim Museum in Bilbao. In voorbereiding zijn tentoonstellingen van werk van o.a. Picasso, Degas en Mapplethorpe en mode-ontwerper Giorgi Armani.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden