Motor van duurzame economie

Wie cijfers over de handel in ’eerlijke’ producten bestudeert, kan niet om de waarheid heen: het aandeel neemt wereldwijd toe, maar blijft klein. Eerlijke handel blijkt wel de motor te zijn van een duurzame economie.

Eerlijke handel is een zegen voor de kleine boer en de arbeider op de plantage. Zijn familie krijgt een kans op een betere toekomst. Dat roept tenminste de voorstander van het fenomeen. Eerlijke handel, met een gegarandeerde prijs voor de boer, leidt alleen maar tot overproductie en de creatie van kleine eilandjes van relatieve welvaart in woestijnen van armoede. Zie daar het tegengeluid.

Voor- en tegenstanders van eerlijke handel waren jarenlang vijanden van elkaar. De laatste jaren echter worden de grenzen tussen dogmatische eerlijke-handelsadepten en vrije-marktfundamentalisten een stuk vager. De tinten grijs nemen toe in de nu twintig jaar jonge wereld van de eerlijke handel.

De aandacht voor eerlijke handel staat eigenlijk niet in verhouding tot de omvang van die eerlijke handel. Eerlijke handel uitdrukken als percentage van de totale wereldhandel is zinloos, het komt bij lange na niet boven één procent uit. Iets zinniger is het om van drie afzonderlijke producten de getallen eens te bekijken. Het gaat dan om koffie, bananen en katoen; landbouwproducten die enig volume hebben als het gaat om de handel. Het zijn bovendien geen onbelangrijke producten als wordt gelet op hun positieve impact op armoede. Het overgrote deel van de arme Afrikaanse bevolking is namelijk werkzaam in de landbouw. Onderzoek wijst uit dat één procent economische groei in die sector leidt tot 2,5 procent groei in het inkomen van de armsten.

Wereldwijd worden er 110 miljoen zakken (van 60 kg) koffie verhandeld. Koffie is het eerste product dat werd verkocht tegen een eerlijke prijs, met het keurmerk van Max Havelaar op de verpakking. Twintig jaar heeft de eerlijke-handelsbeweging zich op dit fundament kunnen ontwikkelen. Van dat handelsvolume van 110 miljoen zakken zijn 1,5 miljoen zakken voor de eerlijke handel. Het cijfer omvat ook biologische koffie. De verhouding eerlijke koffie en biologische koffie is ongeveer 50-50 procent. Voor nog eens 1,5 miljoen zakken zijn standaarden van toepassing – zoals Utz Kapeh, tegenwoordig Utz Certified genaamd – die minder ver reiken dan die van de eerlijke handel. Die koffie voldoet wel aan eisen die zijn opgesteld voor bijvoorbeeld de arbeidsomstandigheden – geen kinderarbeid of slavenarbeid – of het gebruik van pesticiden. Alleen wordt daarbij geen prijsafspraak gemaakt. De boer, de producent, wordt betaald op basis van de prijsvorming op de markt. Hij krijgt niet, zoals bij eerlijke koffie, een extra bonus om zijn leefomstandigheden te verbeteren of op peil te houden als de wereldmarktprijs daalt.

Volgens cijfers die worden gebruikt door ontwikkelingsorganisaties als Solidaridad zijn er 7,5 miljoen zakken gecertificeerde koffie in de aanbieding waarvoor nog geen koper is gevonden die een wat hogere prijs wenst te betalen. Deze koffie, die dus wel al volgens bepaalde standaarden is geproduceerd (gecertificeerd), bevindt zich als het ware op de reservebank om te worden opgenomen in het circuit van de eerlijke of de biologische koffie. De bulk van de koffie, 95 miljoen zakken, is nog in het geheel niet aan sociale of milieustandaarden gekoppeld.

De koffiemarkt is zeer sterk in beweging. Koffieketens aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, zoals Starbucks, willen alleen nog koffie verkopen die is geteeld onder goede sociale omstandigheden en met zo min mogelijk negatieve impact op het milieu. Grote koffieverkopers/branders als Migros in Zwitserland en Sara Lee (Douwe Egberts) in Nederland willen hun complete koffielijn onder de voorwaarden van Utz Certified gaan verkopen. In die voorwaarden zit geen minimumprijs, maar zijn wel sociale en milieuvoorwaarden opgenomen.

De eerlijke-handelsadept die streng is in de leer zal dit segment overigens niet van het predicaat eerlijk voorzien, maar louter en alleen van de kwalificatie duurzaam. De boer krijgt immers nog geen prijs die uitzicht biedt op een redelijk leven. De meer pragmatisch ingestelde armoedebestrijders zullen denken dat er eindelijk een compromis is bereikt tussen de dogmatici van de eerlijke handel en het grote bedrijfsleven. Zo werd Sara Lee/Douwe Egberts (DE) jarenlang bestreden om het gebrek aan oog voor de noden van de koffieboeren. Echter, sinds Albert Heijn zijn Perla-koffie (geen eerlijke koffie, wel Utz Certified) aan een label hielp, moest ook Douwe Egberts volgen. Tot die tijd bestond bij DE maatschappelijk verantwoord ondernemen uit het steunen van zeilscholen op de Friese meren, of het begeleiden van projecten van koffieboeren in Afrika. Met Utz Certified is duurzaam ondernemen pas echt in de bedrijfsvoering opgenomen.

Een vergelijkbare trend is ook waar te nemen bij de handel in bananen. Tussen de bananen die op de oude voorwaarden worden geteeld (weinig oog voor milieu en geen vaste eerlijke prijs) en de eerlijke Oké-bananen (met Max Havelaar-keurmerk) heeft zich een nieuwe stroming genesteld. Zo teelt Chiquita bananen onder de condities van de Rainforest Alliantie. Het gaat om een bescheiden half miljoen ton bananen. Dole zou op een kwart miljoen ton bananen zitten op basis van SA8000. Dat zijn regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen die vooral in de industriesector worden gebruikt. Op een totale export van veertien miljoen ton bananen gaat het hier om bescheiden aantallen. Dat gaat ook op voor de echte eerlijke bananen (200.000 ton), biologische bananen (100.000 ton) en bananen die zowel biologisch als eerlijk zijn (50.000 ton).

Nog bescheidener is het aandeel eerlijke en biologische katoen in de 60 miljoen ton katoen die wordt verkocht. Geschat wordt dat minder dan 100.000 ton biologisch/eerlijk wordt verhandeld. In de katoenwereld speelt vooral de vraag of katoen genetisch veranderd is. Wel worden en zijn inmiddels kledinglijnen opgezet onder het toezicht (arbeidsrechten) van Fair Wear.

Naast koffie, bananen en katoen is er nog een grote groep producten die met (onder meer) het Max Havelaar keurmerk worden verkocht. Die verkoop vindt vooral in Europa plaats. Het gaat daarbij om eerlijke thee, rijst, suiker en vruchten als citroen, grapefruits, druiven en mango’s. Maar ook om sauzen en serviezen. Wordt gekeken naar de volumes dan is de eerlijke handelsstroom zonder betekenis. Echte eerlijke handel, dus met een bonus op de wereldmarktprijs, zal zich altijd in een niche van de markt blijven afspelen. Mainstreamen, daarmee wordt bedoeld maatschappelijk verantwoord ondernemen in de bedrijfsstrategie opnemen, is dan ook het parool. In de discussie over een eerlijke beloning voor de producten speelt Fairtrade (met het Max Havelaar-keurmerk) de rol van geweten. Het keurmerk EKO vervult die rol in de sector van de biologische producten en FSC doet dat in de houthandel.

Daaronder bewegen zich bedrijven als Starbucks, dat het label van de Rainforest Alliantie heeft omarmd. Of ACC, de koffiebrander van Albert Heijn die zich nu heeft gecommitteerd aan de regels van Utz Certified en en passant Douwe Egberts heeft meegezogen in de dynamiek van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Tot enkele jaren geleden kon de markt verdeeld worden in drie segmenten. Het topsegment wordt gevormd door de eerlijke handel. Daaronder de sector die wordt beheerst door bijvoorbeeld de afspraken van Utz Certified. En daaronder de handelsstroom waar simpelweg de wetten van vraag en aanbod worden toegepast. Dat beeld is echter niet meer correct. Er heeft zich inmiddels een vierde stroming in de discussie gemeld. Die vierde laag in het denken over eisen die aan handel en produceren worden gesteld, bestaat uit overleg in sectoren, het fenomeen van de ’ronde tafels’. Per sector schuiven de belangrijkste deelnemers aan tafel. Zo zitten de Braziliaanse suikerproducenten aan tafel met Coca-Cola, maar ook met ontwikkelingsorganisaties als het Nederlandse Solidaridad. Dergelijk ’rondetafeloverleg’ is er ook voor palmolie, voor soja en voor het nietgecertificeerde deel van de koffiemarkt. In dat laatste overleg wordt aan een code voor de koffiewereld gesleuteld.

De tijden dat eerlijke handel en de grote concerns absoluut niet met elkaar spraken zijn voorbij. Zelfs grote vijanden van de eerlijke-handelsbeweging als de soja-multinationals Cargill en Bunge zitten nu met voedingsconcerns als Nutreco en Unilever aan tafel en praten met ontwikkelingsorganisaties over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Geen eerlijke handel, zegt de pessimist. Maar wel een mooi begin, roept de optimist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden