Motieven brandstichting blijven onduidelijk

DEN HAAG - Zijn de daders van het politieke 'kattekwaad' in de Schilderswijk ook de plegers van de gruwelijke moord op het Turks-Koerdische gezin Kösedag? Dat is de grote vraag die de Haagse Turkse gemeenschap bezig houdt sinds de arrestatie van zes Turks-Koerdische jongeren die zijn aangehouden wegens brandstichtingen in de Haagse volksbuurten Transvaal en Schilderswijk, op 25 maart.

Bij een daarvan lieten zes leden van de familie Kösedag het leven. De twee andere aanslagen waren minder ernstig van aard. Het ging om aanvallen met brandbommen tegen twee rechtse Turkse instellingen, waarbij geen gewonden vielen en alleen beperkte materiële schade werd aangericht.

Zulke aanslagen hebben geregeld plaats binnen de sterk gepolitiseerde Turkse gemeenschap, ze gelden min of meer als 'politiek kattekwaad', veelal uitgevoerd door losgeslagen jongelui, die hun leven richting proberen te geven met politieke actie.

Van de zes aangehouden personen, allen met een Koerdische achtergrond, hebben er tot nu toe twee een gedeeltelijke bekentenis afgelegd. Ze geven toe dat ze molotovcocktails hebben gegooid naar een Azerbeidzjaans koffiehuis en een ontmoetingscentrum van een stichting die nauw verbonden is met de rechtse beweging van de Grijze Wolven. Maar ze ontkennen de belangrijkste beschuldiging, de moord op het gezin Kösedag.

Als bewijsstukken heeft justitie op dit moment onder meer een mapje in handen met pasjes van een van de verdachten, dat in de buurt van het huis van de familie Kösedag de ochtend na de brand zou zijn gevonden. Twee van de arrestanten zijn bovendien te zien op een videofilm - overigens van slechte kwaliteit - waaruit blijkt dat ze vlak voor de aanslagen bij een tankstation in de buurt benzine in jerrycans hebben gekocht.

Het is onduidelijk of dit alle bewijsmateriaal is, waarover justitie beschikt, ook de advocaten hebben nog geen inzage gekregen in het volledige dossier, in het belang van het onderzoek.

Terwijl de twee andere aanslagen vallen onder het hoofdje 'dagelijkse routine', is de aanval op de familie Kösedag veel raadselachtiger. De Turkse gemeenschap binnen en buiten Turkije kent veel vormen van geweld, maar een zo gerichte poging om een compleet gezin te vermoorden is, althans in Nederland, niet eerder voorgekomen. Noch van de PKK, noch van de Grijze Wolven, noch van andere politieke of criminele groepen.

In het Koerdische oosten van Turkije heeft de PKK in de tweede helft van de jaren '80 wel hele gezinnen in hun slaap vermoord. Het ging daarbij om Koerden die de zijde van het Turkse leger hadden gekozen.

Vetes

Turkije kent ook zeer bloedige, niet-politieke vetes tussen grote familieclans. Die zullen in het verleden ook wel hun uitlopers naar Nederland hebben gehad, maar nooit in een zo extreme vorm. Als mogelijke achtergrond is verder genoemd de afwijzing door de familie Kösedag van een bewonderaar van de oudste dochter. Maar ook zulke gevallen zijn vaker voorgekomen zonder een zo dramatische afloop.

Het probleem zit dus niet zozeer in de kracht of de zwakte van de bewijzen die justitie in handen heeft - en gedeeltelijk nog achterhoudt - maar in het aannemelijk maken van het motief van de vermeende daders.

Kwalitatief hebben de twee aanslagen op de Turkse instellingen en de moord op de familie Kösedag niets met elkaar gemeen, het gaat om gebeurtenissen van een totaal verschillende orde.

Dat de politie de drie daden nu toch aan dezelfde personen toeschrijft, lijkt vooral te zijn gebaseerd op de verklaring van een anonieme getuige. Die zou aan vader Kösedag uit gewetenswroeging pas kort geleden hebben verteld dat hij gesprekken tussen de arrestanten kort voor en kort na de aanslagen toevallig had afgeluisterd, in een Turks koffiehuis en restaurant in de buurt van de woning van de familie.

De arrestaties hebben de tongen bepaald niet los gemaakt in de Schilderswijk. In de emotie van het moment waren de mensen twee maanden geleden bepaald spraakzamer en buitelden in de koffiehuizen de theorieën over het hoe, wie, wat en waarom over elkaar heen.

Turkse kranten plaatsten meteen na de aanslag de Koerdische guerrilla-organisatie PKK in de verdachtenbank. De officiële reactie van de PKK op de arrestaties luidt dat er niets is bewezen en dat er alleen sprake is van verdenkingen tegen personen. Maar volgens een ambtsbericht van de BVD kende de PKK wel een van de nu opgepakte verdachten.

Aanhangers van de PKK op het kantoor van de organisatie in Den Haag blijken bij een onaangekondigd bezoek gul met de thee, maar verwijzen voor een officieel commentaar consequent door naar het Koerdisch Informatiecentrum (KIC) in Amsterdam. Op één na verlaten de aanwezigen opvallend snel de vergaderruimte, ook een tolk, die uit drie vlot uit de mond van de bezoekers rollende Turkse beleefdheidsformules overijld en opgelucht concludeert dat hij overbodig is.

Ook de enig overgebleven persoon heeft het driekwart van de tijd over het KIC, maar is niet-officieel nog wel bereid om de beschuldigingen aan het adres van de Turkse geheime dienst, die in deze kringen de ronde deden na de aanslag, op te poetsen, zonder overigens harde aanwijzingen te leveren. Motief: de betrekkelijk goede verhoudingen tussen Nederland en de PKK schade toebrengen. De Kösedags beschrijft hij als een a-politieke clan, niet het soort mensen dat in aanmerking komt om te worden vermoord.

A-politiek is niet de moskee die de familie Kösedag bezoekt. Ze gaat uit van de vereniging Milli Görüs, een organisatie die is verbonden met de fundamentalistische Refah-partij van de Turkse premier Necmettin Erbakan. Milli Görüs is de op een na grootste Turkse moskee-organisatie in Nederland. De grootste is Diyanet, die verbonden is met het Turkse ministerie van godsdienstzaken. Zowel Milli Görüs als Diyanet betrekken hun voorgangers uit Turkije. Milli Görüs is bepaald niet de lieveling van de Turkse overheid, maar al evenmin van de PKK. Milli Görüs denkt de tegenstelling tussen de Koerden en de Turken te kunnen overbruggen met de islam en ondergraaft daarmee het bestaansrecht van de PKK. Twee maanden na het drama tonen de moskeegangers na het middaggebed geen animo om in te gaan op dit soort zaken.

Na het drama hebben mensen van de moskee, aan de buitenkant nauwelijks te onderscheiden van een woonhuis en lijkend op de oude Nederlandse schuilkerken, 100 000 gulden bijeengebracht voor de getroffen familie. Ook hebben ze met succes hun best gedaan om heetgebakerde jongeren na de moord op de familie Kösedag af te houden van onberaden acties. Uiterlijk is alles weer routine. Vier meisjes krijgen op zondagmiddag, zittend op de grond, godsdienstonderricht. Ze willen niet worden gestoord en vragen vriendelijk om de conversatie over de familie Kösedag op straat voort te zetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden