Mossel, oester en rog varen wel bij windmolenpark

Aalscholvers in het windmolenpark in Egmond. Ze rusten er en drogen hun vleugels FOTO © IMARES Beeld
Aalscholvers in het windmolenpark in Egmond. Ze rusten er en drogen hun vleugels FOTO © IMARES

Windmolenparken op zee kunnen gunstig zijn voor de natuur. Voor veel dieren, waaronder kabeljauw en aalscholver, bieden de palen een goede nieuwe leefomgeving. Grote parken kunnen zelfs de rog doen terugkeren in de Nederlandse Noordzee. Voorwaarde is wel dat het park zoveel mogelijk buiten belangrijke vogelgebieden ligt.

Natuur en mens lijken een haat-liefdeverhouding te hebben met windmolens en windmolenparken op zee. De mens worstelt met de aantasting van het landschap, maar ziet ook de goede milieueffecten. Ook in de natuur leveren windmolens verliezers én winnaars op. Het 'menselijk' dilemma is veelal psychologisch en daarmee moeilijk op te lossen. De effecten op de natuur zijn beter te kwantificeren. Omdat er plannen zijn om ook voor de kust van IJmuiden, bij Zeeland en in het noorden nog meer parken te bouwen is in opdracht van de overheid onderzoek gedaan naar de gevolgen voor de natuur van het experimentele windmolenpark voor de kust van Egmond aan Zee. Dit park is sinds 2007 in gebruik.

Een consortium van onderzoeksinstituut Imares (onderdeel van Wageningen Universiteit), Bureau Waardenburg en het Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ), onderzocht de afgelopen jaren de effecten van het park op bodemdieren, vissen, vogels en zeezoogdieren. In 2003 werd een nulmeting gedaan naar de aanwezige dieren en sindsdien zijn met een keur aan onderzoeksmethoden diverse diergroepen gevolgd. Zo kregen kabeljauw, zeehond en tong zenders, werden vogels geteld en met radar gevolgd, mossels zijn van de palen en stenen geschraapt en bodemdieren uit slib en zand gezeefd. Bruinvissen zenderen zou teveel schade berokkenen omdat zij niet te vangen zijn en bovendien zeer gevoelig zijn voor stress. Hun aanwezigheid is met microfoons gepeild.

Herrie onder water
De invloed van het park begint natuurlijk al tijdens de bouwfase, een periode met 'een onvoorstelbare hoeveelheid herrie onder water', zoals Han Lindeboom het uitdrukt. Hij is buitengewoon hoogleraar mariene ecologie aan de Wageningen Universiteit en directielid van onderzoeksinstituut Imares. De hardst gemeten klap tijdens de bouw telde 248 decibel (dB) onder water, wat vergelijkbaar is met ongeveer 180 dB boven water. Lindeboom: "Het geluid van een raketlancering. De zeehonden die we voor het onderzoek gezenderd hadden, waren minimaal 40 kilometer van het park verwijderd." Van de bruinvissen zijn geen exacte gegevens. "Maar hoogstwaarschijnlijk is ook voor hen de omgeving tijdens de bouw afgrijselijk", zegt de onderzoeker.

De dieren keerden na de aanleg van het park terug. Tijdens de bouw is een deel van de zee tijdelijk onbewoonbaar, maar als er niet te veel parken tegelijkertijd gebouwd worden, valt de schade volgens Lindeboom waarschijnlijk erg mee.

Sluiten visserij en scheepvaart
Belangrijker zijn de gevolgen voor de natuur als het windmolenpark eenmaal in werking is. Hoewel het onderzoek pas dit jaar wordt afgerond, kan Lindeboom al wel een paar conclusies trekken. De gevolgen van het park zijn volgens de hoogleraar in vier groepen oorzaken onder te verdelen: het effect van het plaatsen van palen, dat van de rust en ongestoorde bodem in het park door het sluiten van visserij en scheepvaart, de gevolgen voor zeezoogdieren van onderwatergeluiden en het effect van draaiende wieken op vogels.

De palen brengen goed nieuws. Toevoegen van een harde onderlaag op een plek waar dit voorheen niet was, verhoogt de biodiversiteit. Voor onder meer mosselen, anemonen, zeepokken en Japanse oesters blijken de palen heel aantrekkelijk en binnen de kortste keren koloniseren ze die dan ook. De schelpdieren zijn voedsel voor zeesterren, krabben en sommige soorten vissen. "Vooral kabeljauw en kabeljauwachtigen voelen zich opperbest tussen de palen. Schol en tong hebben niets met die palen en zwemmen vrij in en uit."

Binnen het windmolenpark mag niet worden gevist en ook dat heeft volgens de marien ecoloog gunstige gevolgen. Omdat de bodem nu niet langer wordt omgewoeld kan de vispopulatie zich natuurlijk ontwikkelen. Dat is te merken aan de leeftijds-opbouw en de aanwezigheid van verschillende soorten vis. Onder druk van overbevissing groeien zwaar beviste soorten harder en planten zich sneller voort. Vooral de oudere exemplaren worden weggevangen dus de leeftijdsopbouw is scheef. Roggen leggen weinig eieren en worden pas op latere leeftijd geslachts- rijp. Door de relatieve rust bij de windmolenparken zouden roggen kunnen terugkeren, ook omdat de dieren harde ondergrond nodig hebben om hun eierpakketten op vast te zetten. Het windmolenpark moet daarvoor wel groot genoeg zijn. "Grote vissen hebben nou eenmaal ruimte en rust nodig", zegt Lindeboom. Een windmolenpark zoals Engeland dat op de Doggersbank - een ondiepte in het centrale deel van de Noordzee - wil realiseren, biedt wat dat betreft volgens Lindeboom mooie kansen, mits daar niet wordt gevist.

Bruinvissen
Het herstel van het visbestand en de rust in het park lijkt ook bruinvissen te trekken. In vergelijking met de nulmeting nam het aantal bruinvissen de afgelopen jaren toe. "Maar", zo relativeert de ecoloog, "in de hele kustzone nam het aantal bruinvissen toe. Binnen het park hebben we met de microfoons wel meer geluiden van bruinvissen opgevangen dan erbuiten. Deskundigen conluderen hieruit dat er meer bruinvissen moeten zijn en niet dat de zeezoogdieren het moeilijk hebben en dus meer moeten communiceren.

Ook zeehonden zijn weer regelmatig in het park waargenomen. Gevreesd werd dat het onderwatergeluid de dieren zou verstoren. Dat geluid lijkt mee te vallen; alleen als de molens draaien om 'op de wind gezet te worden', is er wat meer te horen.

Ook nadelige effecten
Toch hebben windmolenparken ook wel degelijk nadelige effecten. Voor sommige soorten vogels bijvoorbeeld. Kustvogels vliegen dichter bij de kust, zeevogels juist verder. Toekomstige parken zullen in verband met de zichtbaarheid verder in zee worden gebouwd en dus grotere gevolgen voor zeevogels hebben. De windmolens bij Egmond liggen in een relatief vogelarme zone. Maar de gunstige ligging ten spijt constateerden de onderzoekers toch dat onder meer roodkeelduikers, zee-eenden en met name Jan van Genten problemen hebben met het park. "Die zichtjagers zoals Jan van Genten zien vermoedelijk de draaiende wieken vanuit hun ooghoeken en worden daardoor afgeleid of zelfs verjaagd. Ook alken en zeekoeten hebben al vliegend last van de molens. Trekvogels vliegen om de molens heen; voor hen lijken molens op zee makkelijker te ontwijken dan op land. Op land worden ze door veel meer obstakels afgeleid. Aalscholvers overigens, vinden het park prima. Ze eten er, rusten er en drogen er hun vleugels."

Voor de hoogleraar is de balans uiteindelijk positief: "We leven nou eenmaal in een tijdperk waarin de mens een enorm effect heeft op het milieu, daar kom je niet onderuit. Een park vergroot de biodiversiteit en creëert goede omstandigheden voor mossels, oesters en kreeften. De mens moet in de toekomst meer voedsel uit zee halen omdat fosfaat uitgeput raakt. Door juist in windmolenparken te kweken en te oogsten, kun je kwetsbare zeegebieden met rust laten."

Vogeltrekroutes
Het nettoresultaat is gunstig, maar Lindeboom plaatst wel kanttekeningen. Drukbevlogen vogeltrekroutes moeten worden ontzien. "En cluster de molens; bouw niet overal kleine parken. Grote parken bieden doorrust en voedselrijkdom onder meer kansen voor kreeften, roggen, steenbolken en grote kabeljauwachtigen." Verder is het volgens Lindeboom belangrijk om verschillende zones in te stellen. "Naast het aanwijzen van gebieden voor windenergie, visserij en aquacultuur-experimenten, kun je ook zeereservaten instellen waar de menselijke invloed absoluut minimaal is. Want al hebben windmolenparken per saldo een nettowinst; het blijft ingrijpen in de bijzondere en kwetsbare natuur van de zee. Een windmolenpark is rijk aan natuur, maar wel onnatuurlijk."

In de huidige planning van windmolenparken wordt er volgens hoogleraar mariene ecologie Han Lindeboom nog te weinig rekening gehouden met de natuur. Er moeten volgens hem geen windmolenparken worden gebouwd in geologisch en/of biologisch exceptionele zeegebieden zoals het Friese Front (75 km ten noorden van Den Helder) dat rijk is aan uitbundige algengroei, vis en vogels. Ook de Doggersbank (een ondiepte in het centrale deel van de Noordzee) met een hoge soortenrijkdom, moet worden ontzien. "Hier moet de natuur 100 procent voorgaan."

Bijzondere zeegebieden

In principe is de Vogelbescherming Nederland (VBN) voorstander van windenergie. "Maar dan wel op voorwaarde dat de molens niet in gebieden worden geplaatst die belangrijk zijn als rust-, foerageer- of trekgebied voor vogels", aldus woordvoerder Luc Hoogenstein. Windmolenparken op zee kunnen met name voor zeevogels zoals duikers, alken en Jan van Genten nadelige gevolgen hebben. De vogels vliegen met een wijde boog om de molens heen waardoor het park per saldo verlies aan leefgebied betekent. Het probleem is dat er relatief weinig bekend is over bijvoorbeeld de aantallen en verspreiding van de vogels op zee. Zeevogeltellingen zijn duur en ingewikkeld omdat daarbij altijd een boot of vliegtuig nodig is. Hoogenstein: "Maar je zult dat onderzoek moeten doen vóór je ergens op zee een windmolenpark realiseert en je moet het ook blijven doen als het park eenmaal in gebruik is. Belangrijke vogelgebieden moeten vrij blijven van molens. En dat geldt dus ook voor belangrijke foerageer- of rustgebieden. Het Engelse plan voor 3000 molens op de Doggersbank gaat ons dus echt te ver." Hoogenstein plaatst sowieso kanttekeningen bij de conclusies van Lindeboom: "Ze zijn op basis van één park, er is niet gekeken naar het effect op de voedselpiramide als de vogels zouden wegvallen en bovendien vergelijkt hij appels met peren. Kun je een balans opmaken door het verlies van het ene dier weg te strepen tegen de winst van een ander?"

Vogelbescherming: Je kunt geen appels met peren vergelijken
Het onderzoeksconsortium van Imares, Bureau Waardenburg en NIOZ mag nog dit jaar onderzoek doen naar de gevolgen van het windmolenpark bij Egmond. Tot ongenoegen van Lindeboom stopt daarna het onderzoek volledig. De lange termijneffecten blijven zo onbekend. Dat terwijl er plannen bestaan voor parken bij IJmuiden, voor de Zeeuwse kust en in het noorden. Plannen waar hijzelf overigens nogal sceptisch over is. 'Windmolenparken op zee zijn extreem duur. Ik betwijfel of die ooit economisch rendabel kunnen worden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden