Interview

Moss-zanger Marien Dorleijn: ‘We durfden nooit knopen door te hakken’

Marien Dorleijn: ‘Die eerste maanden dat ik daar zat waren echt vreselijk. Ik zat maar te wachten. Het kwam maar niet.’ Beeld Patrick Post

Het had weinig gescheeld of Moss was niet meer. Maar de band is terug, met een nieuwe plaat, een nieuw geluid en een nieuwe werkwijze. ‘Moss was even vergeten gewoon een bandje te zijn.’

Nadat Marien Dorleijn voor de zoveelste keer niks hoorde van zijn bandleden over zijn nieuwe liedjes, was hij er klaar mee. Hij begon een brief, aan de rest van Moss, in zijn Utrechtse muziekstudio. Moss was over en sluiten. Zijn manager Niels Post gaf hem toen een goed advies, niet voor het eerst: “Het maakt niet uit of het een Moss-plaat wordt of een Marien Dorleijn-plaat. Laat het los! Ga gewoon lekker schrijven.” Zo geschiedde. Die brief staat nog altijd op Dorleijns laptop, maar is nooit verstuurd. Zijn drummer en gitarist kwamen terug. Nu ligt er een nieuwe Moss-plaat, ‘Strike’. De vijfde, en het is een van de beste van een van de beste Nederlandse indiebands.

Kantoorbaan

Dorleijn is niet iemand die makkelijk dingen uit handen geeft. Zijn bandleden ook niet. Altijd bemoeiden ze zich met het opnameproces. Met elk geluidje, galmpje of stukje drums. Moss-liedjes zijn traditioneel de som der delen. Maar daardoor zijn die liedjes niet altijd even flexibel. Hoewel hun laatste album, ‘We Both Know The Rest Is Noise’ (2014), lovend werd ontvangen door de muziekpers, kijkt Dorleijn er met gemengde gevoelens op terug. “Na de tour rond die plaat hadden we al snel het gevoel dat de rek eruit was.”

Het moest anders, vond Dorleijn. Dat was het moment dat manager Niels hem dat eerste goede advies gaf: ‘Stop met oefenen met de jongens om nummers te maken. Vind een plek waar je jezelf kunt afzonderen, en ga daar je eigen liedjes schrijven.’ Die plek vond de in Middelburg geboren, in Boskoop wonende Dorleijn (39) in het oude Tivoli aan de Utrechtse Oudegracht. Vier dagen in de week ging hij naar zijn studiootje in Kytopia, van 9 tot 17. Als was het een kantoorbaan.

Op het randje

“Die eerste maanden dat ik daar zat waren echt vreselijk. Ik zat daar maar te wachten. Het kwam maar niet.”

De druk was lang nogal hoog, ervoer Dorleijn, na twee succesvolle platen te hebben gemaakt. “En ons vorige album was nogal donker, omdat het uit een periode komt waarin ik zelf nogal somber was. Ik was klaar met dat donkere gedoe. Ik wilde echt een positieve plaat schrijven. Alleen toen overleed mijn vader. En drie maanden erna is mijn dochtertje geboren. Die mijn vader nooit heeft kunnen zien. Wat ik ook klote vond. Dat heeft mij wel bepaalde liedjes doen schrijven… vandaar dat ‘Strike’ soms op het randje zit, van licht en donker. Ik heb geprobeerd dat zo te laten.”

Zo’n liedje op het randje is bijvoorbeeld ‘My Decision’. Catchy en verdiepend, op het snijvlak van melancholie en troost, zo’n nummer om in te verdwijnen. Fijnzinnige indierock, met die heldere falset van Dorleijn erboven.

Regeltjes

Enfin, in maart 2015 had Dorleijn 27 van zulke potentiële nieuwe Moss-nummers naar zijn bandleden doorgestuurd. Maar het bleef stil op de lijn. Zijn bandleden hadden het plots druk met een andere band: Klangstof. Die kwam in het vizier van het grote label Warner, met de bijbehorende verplichtingen. Klangstof was oorspronkelijk een zijproject van Koen van de Wardt, nog niet zo lang bassist bij Moss. “Ik zei, ‘Koen, je moet daar gewoon lekker voor gaan. Wij vinden onze weg wel.’ Het was alleen wél een dingetje dat hij mijn gitarist en drummer meenam.” Finn Kruyning en gitarist Michiel Stam, met wie Dorleijn al een stuk langer samenspeelde.

Maar ook Klangstof onderging bandwisselingen, en Kruyning en Stam kwamen terug op het nest. Eind 2015 bogen ze zich alsnog over de door Dorleijn geschreven nummers. Maar het vlotte niet, samen in de studio.

Misschien moesten ze eindelijk eens doen wat ze altijd al wilden: een heel album live inspelen. “Moss is een band van duizend ideeën die we vervolgens nooit uitvoeren. Het zal iets met knopen doorhakken te maken hebben. Durven we niet. We zijn nu 13 jaar samen. Dan sluipen er ongeschreven regeltjes in je band.”

Onbekend snel

Terwijl Dorleijn eigenlijk dolgraag eens met een producer wilde werken. “Bij al onze platen hebben we ons met alle details bemoeit. Van de eerste tot laatste noot. We werkten dan wel met de huisproducer van Excelsior, maar alsnog gingen we thuis zelf allemaal dingen knippen, plakken en bewerken. Nu wilden we weer gewoon een bandje zijn, en werken met een klankbord.”

Die vonden ze uiteindelijk in Arne van Petegem, met wie Dorleijn na vijf minuten praten de juiste klik had. “Dat heb ik niet vaak. Maar we bleken dezelfde smaak te hebben, dezelfde ideeën over muziek en over hoe je een plaat moet maken.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld RV

De band toog naar Antwerpen, naar de studio van dEUS, waar geen enkele andere band eerder had opgenomen. Een prachtige ruimte in een industrieel pand. Hoge muren, veel ruimte waar je met z’n allen kon staan en tegelijkertijd de nummers konden worden ingespeeld.

“Na tien dagen stond alles erop. Dat was nog nooit zo snel gegaan. We speelden iets, dan riep Arne door de microfoon, ja, prima. Next. En wij - nee toch? Dit is het toch niet? Op vorige platen speelden we tien verschillende versies van een nummer in. Die gingen we dan combineren, en dat werd het dan.”

Toelaten tot je muziek

Nu ging Dorleijn tijdens het afmixen van de plaat op vakantie. Semi-opzettelijk zo gepland. Loslaten bleef moeilijk. Toen hij terugkwam vond hij het resultaat natuurlijk niks. Dat zat hem, wederom, in de kleine dingen. Hoe de drums waren afgemixt, die zang op die plek in de mix, de galmpjes...

“Maar… ik begréép het wel. En toen ging ik het nog eens luisteren. En nog eens.” En langzaam viel het op zijn plek.

Iemand anders toelaten in je muziek kan ‘onwijs horizonverbredend’ zijn. Dat is het voornaamste wat Dorleijn de afgelopen twee jaar heeft geleerd. Dat hij blijkbaar op commando liedjes kan schrijven. En dat met je vrienden gewoon een bandje zijn ook ‘superbelangrijk’ is. Dat was Moss even vergeten.

“Ik maak me nu minder druk om dingen. Moet muziek per se moeilijk zijn om te maken? Nee, jezelf uitvinden is belangrijk. Jezelf loslaten. Zowel voor mij als voor de rest van de band.”

Werk is werk

Dat relativeren zal wel met de leeftijd te maken hebben. “Toen ik twintig was, was muziek het allerbelangrijkst. Nu ben ik getrouwd, heb ik twee kinderen die heel belangrijk zijn. Net zoals het afbetalen van mijn hypotheek. Ik vind muziek nog steeds superbelangrijk en het is niet zo dat ik het als werk zie, maar het is wel meer werk geworden. Nog steeds het leukste werk ter wereld, trouwens.”

Die muziek blijft nu achter in zijn Utrechtse studio. “Dat is op de een of andere manier bevrijdend. In huis staat volgens mij nog maar één gitaar. Dat was wel eens anders.”

Strike van Moss verschijnt vandaag bij Excelsior Recordings.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden