Moslimraad wordt zinloze praatclub

Een nieuw overlegorgaan dat namens Nederlandse moslims optreedt bij de overheid is een doodgeboren initiatief. De cultuurverschillen zijn te groot voor een zinnige dialoog. Streef liever naar sociaal-economische integratie van minderheden.

In de discussie over het oprichten van een direct gekozen moslimraad is tot dusverre de kardinale vraag niet aan de orde gekomen: is zo'n raad wenselijk? Evenmin is de vraag gesteld of het doel van zo'n raad -het vertegenwoordigen van de islamitische gemeenschap bij de Nederlandse overheid- haalbaar is.

Met PvdA-kamerlid Judith Belinfante ben ik het eens dat het tijd is 'voor een nieuwe aanpak' van het integratievraagstuk (Podium, 17 oktober). Maar haar voorstel 'een Adviesraad voor Integratie' in het leven te roepen, wijs ik af. Ook de suggestie van de hoogleraren Shadid en Van Koningsveld om verkiezingen onder Nederlandse moslims te houden (Podium, 20 oktober), is geen goed idee.

Net als Shadid en Van Koningsveld maak ik onderscheid tussen de sociaal-economische en de cultureel-religieuze kant van integratie. Maar het streven naar sociaal-economische integratie acht ik haalbaar en wenselijk, terwijl cultureel-religieuze integratie onmogelijk en verwerpelijk is.

Sociaal-economische integratie -ik spreek in dit verband liever van 'participatie'- is een individuele aangelegenheid. Terwijl het cultureel-religieuze eerder een groepskwestie is. De eigen identiteit wordt in de regel ontleend aan de cultureel-religieuze achtergrond, die men niet mag opgeven, ook niet ter wille van integratie.

Waarom is het doel van culturele integratie onhaalbaar? Het antwoord op deze vraag vergt enig inzicht in de factoren die ons gedrag en die van de leden van een eventueel op te richten moslimraad bepalen.

Hoe iemand zich gedraagt, wordt bepaald, volgens auteur Meredith Belbin, door een zestal factoren: persoonlijkheid, mentale vaardigheden, waarden en normen, de druk of dwang van de omgeving, ervaring en het vermogen diverse rollen effectief te spelen. De factor 'waarden en normen' is hier cruciaal. Hoe aangekeken wordt tegen gedragingen en uitingen, is namelijk afhankelijk van tijd en plaats. 'Culture makes almost all the difference', in de woorden van Harvard-historicus David S. Landes.

Dit blijkt ook uit onderzoek dat ik in 2000 in Israël heb begeleid. Het had als onderwerp het beeld dat Israëliërs (overwegend van oriëntaalse, sefardische afkomst) enerzijds en Europeanen en Amerikanen anderzijds van elkaars gedragingen hebben.

Daar kwam een aantal kenmerken uit die als 'typisch Israëlisch' worden gezien. Zoals informele patronen tijdens persoonlijke interacties, een directe communicatiestijl, spontaniteit, geïmproviseerde wijze van problemen oplossen, positieve houding ten opzichte van risico's nemen, zelfvertrouwen, oriëntatie op groepen met daarnaast een sterk individualisme en het testen en onderzoeken van de grens van regels en regelingen ('regels zijn niet altijd regels'). Deze kenmerken worden door westerlingen vaak verkeerd begrepen. Het zelfvertrouwen, bijvoorbeeld, wordt opgevat als arrogant.

Aan de andere kant zijn er ook aspecten die worden gezien als 'typisch Europees en Amerikaans', zo blijkt uit het Israëlische onderzoek, zonder uiteraard afbreuk te doen aan de uniciteit van het individu. Het gaat om een herkenbaar verschijnsel dat ook in de Nederlandse situatie kan worden waargenomen. De typisch westerse opvattingen en gedragspatronen staan haaks op gedragingen van de niet-westerling, zo blijkt uit het onderstaande lijstje.

1. Beleefdheid wordt opgevat als onoprecht, kunstmatig gedrag.

2. Vriendelijkheid wordt uitgelegd als naïef, kunstmatig, seksueel provocatief.

3. Het respecteren van elkaars privacy krijgt de interpretatie afstandelijk, onvriendelijk, gebrek aan spontaniteit.

4. De organisatiemethoden en nadruk op efficiency worden gezien als inflexibel, stijf, gebrek aan improvisatie en focus op procedures in plaats van op de taak.

5. De scheiding van zakelijk en privé wordt vaak beschouwd als overdreven formeel.

6. Het in acht nemen van regels en respect voor andere culturen, wordt ook ervaren als overdreven formeel. Iemand die de regels in acht neemt wordt niet helemaal voor vol aangezien.

7. In Europa en Amerika gaat men ervan uit dat iemand te vertrouwen is, tenzij het tegendeel blijkt. Een oosterling (ook in Israël) gaat ervan uit dat mensen niet te vertrouwen zijn, totdat men bewezen heeft betrouwbaar te zijn. In de ogen van oosterlingen zijn Amerikanen en Europeanen naïef. Andersom beschouwt een westerling de ander als wantrouwend.

Een overleg tussen een moslimraad bestaande uit Nederlanders van overwegend niet-westerse oorsprong en een westers georiënteerde overheid met fundamentele verschillen zoals hierboven geschetst, zal net zoveel bereiken als de reeds onnoemelijk vele bestaande praat- en overleggroepen: weinig tot niets. Liever zie ik zelfredzame en geëmancipeerde individuen die naar vermogen sociaal en economisch participeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden