Moslima's zijn best geëmancipeerd

Het idee dat alle allochtone vrouwen onwetend en afhankelijk zijn, klopt niet.

Als je de opiniemakers van de afgelopen weken moet geloven, dan is de integratie van migranten in Nederland af te lezen aan maar één meetlat: de stand van ’het debat’. En daarmee is het slecht gesteld. Ayaan Hirsi Ali noemde het mislukt, Ahmed Marcouch vond er te weinig beweging in zitten, en Gert-Jan Segers zag het gestrand op een boulevard of broken dreams.

Omwille van het mediaspektakel worden in dit debat echter nogal eens groepen ten onrechte tegen elkaar uitgespeeld. Voor een genuanceerde visie of aansprekende verhalen over de complexe dagelijkse realiteit is geen geduld en geen tijd.

Dat is zeker het geval in de berichtgeving over de positie van vrouwen, waarin aparte hokjes voor ’autochtone’ en ’allochtone’ (lees: islamitische) vrouwen worden gecreëerd alsof zij in totaal verschillende werelden leven. Islamitische vrouwen staan onder sociale druk om allesbedekkende kleding te dragen, niet-gelovige vrouwen voelen zich in de mal geperst van het maakbare, slanke en sexy lichaam.

Autochtone vrouwen stoten hun hoofd tegen het glazen plafond, allochtone vrouwen worstelen met de onderdrukkende ideeën van hun geloof en cultuur. Voor de eersten staan quota voor meer vrouwen aan de top ter discussie, voor de laatsten zijn meer blijf-van-mijn-lijf huizen nodig.

Wat dat betreft is er weinig nieuws onder de zon: zeven jaar geleden kondigde Aart Jan de Geus, de destijds dienstdoende minister van Sociale Zaken, de voltooiing van de emancipatie van autochtone vrouwen af en pleitte voor de bevrijding van de allochtone vrouwen. Tegen het eerste kwam protest. Was de minister vergeten hoe weinig vrouwen nog doorgedrongen waren tot de top? En was de economische (on)zelfstandigheid van vrouwen dan geen probleem meer?

Op het tweede deel van het ministeriële oordeel kwam veel minder commentaar. Natuurlijk hebben die allochtone vrouwen een emancipatieachterstand; kijk naar de lage arbeidsparticipatie, de vrije jongens en de kortgehouden meisjes, uithuwelijken, de hoofddoek, de taalproblemen. Zo werd emancipatiebeleid instrument voor integratiebeleid en werden de vrouwen in Nederland opgedeeld in een voorhoedecategorie van uitgeëmancipeerde autochtone vrouwen en een achterhoedecategorie van onderdrukte allochtone vrouwen.

Met zijn voorstel voor de bühne om belasting te heffen op het dragen van een hoofddoek en de opbrengsten te besteden aan blijf-van-mijn lijf huizen, deed Geert Wilders er onlangs nog een schepje bovenop. De suggestie dat vrouwen die een hoofddoek dragen mede schuldig zijn aan huiselijk geweld was niet alleen kwaadaardig, ze ging ook voorbij aan de realiteit dat veel moslimvrouwen het huiselijk geweld in eigen kring aan de kaak stellen en zich inzetten voor de opvang van mishandelde en bedreigde vrouwen. Evenmin wordt opgemerkt dat moslimvrouwen ook pleiten voor progressieve regelingen zoals het verbod op maagdelijkheidsoperaties, die de seksuele vrijheid van de moslimvrouwen belemmeren en ook nog eens met overheidsgeld worden gesubsidieerd.

In de dagelijkse emancipatiepraktijk vechten moslima’s evenzo goed als niet religieuze vrouwen voor hun seksuele en maatschappelijke vrijheid. Ook moslima’s willen zelf kunnen beslissen of ze als maagd het huwelijk in gaan of niet. Ze willen een hoofddoek dragen en zich feminist kunnen noemen zonder dat ze zich ook tegen de Nederlandse feministische zusters moeten verantwoorden of een hoofddoek wel samen kan gaan met een feministisch lidmaatschap.

Ze verzetten zich tegen ouderlijke én ministeriële huwelijksarrangementen. Want door het opgeklopte drama van opgesloten en uitgehuwelijkte ’importbruiden’ richt alle aandacht zich op ontmoediging van immigratie in plaats van op ondersteuning van de overgrote meerderheid van vrouwelijke (en mannelijke) huwelijksmigranten. Zij hopen op een beter bestaan via opleiding en werk, maar worden door een ambitieloos verplicht inburgeringstraject op een dood spoor gezet.

Het debat creëert een beeld van Nederland als een tweestromenland van zelfstandige en afhankelijke vrouwen, van verlichte en onwetende vrouwen, van gidsen en volgers. Aan de ene groep vrouwen wordt autonomie toegeschreven, de andere groep autonomie ontzegd. Wat bij de een vrije keuze heet, zoals schaamlipreconstructie, dresscode en thuisblijfmoeders, heet bij de ander mishandeling, onderdrukking en achterlijke traditie.

Het wordt hoog tijd om dit vooringenomen en neerbuigend tweestromenlandidee open te breken. Het is tijd voor een beweging van dwarse vrouwen die verbanden legt tussen groepen vrouwen en die de eigen krachtbronnen voor emancipatie vooropstelt.

De auteurs produceerden het boek ’Dwarse Vrouwen’ samen met veertig vrouwen van diverse generaties en komaf, in samenwerking met Kosmopolis Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden