Moslim beschermt oude Joodse graven

Henry Anders is zwart, moslim, beheerder van de Joodse begraafplaats in Paramaribo en uitbater van wat peeskamertjes. „Joden en moslims noemen God bij een andere naam, maar ze verschillen meer van christenen dan van elkaar.”

Henry Anders (62) is bezoldigd beheerder van de oudste van de drie overgebleven Joodse begraafplaatsen aan de Kwattaweg in Paramaribo.

De honderdvijftig meter lange Asjkenazische (Hoogduitse) begraafplaats uit 1700 is eigendom van de Nederlands Israëlitische Gemeente. Nog niet zo lang geleden werd de plek, onder een reusachtige kankantri (katoenboom) aan een drukke uitvalsweg, herontdekt door een delegatie van de International Survey of Jewish Monuments. Opvallend veel grafteksten zijn in het Nederlands.

Anders maakt een gebaar vanaf zijn kin naar beneden: „Er kwamen rabbijnen uit Israël met zúlke baarden om de stenen te bestuderen.”

Later onderzocht men het grafregister in het Amsterdamse Rijksarchief. Als Anders op zijn begraafplaats een door ’gajes’ belaagde gast bespeurt – het is er voor buitenlanders gevaarlijk – werpt hij zich op als bodyguard. Anders heeft een kapmes bij zich.

Dan gaat hij zitten, op de zerk van de in 1793 overleden Simon Abraham de Vries. Anders: „Ik ben geen troggelaar. Ik word door de Joodse gemeente betaald, per maand, tot aan mijn dood.”

Het leek hier, zegt Anders terwijl hij met zijn armen zwaait, wel een ’verlaten plantage’, met bos, kuilen van twee meter diep en overal wied. „De begraafplaats ligt op een schelpenrits. Jarenlang kwam men hier met emmers en kruiwagens om fossiele schelpen voor specie te delven; grafstenen werden van hun plaats gehaald. Dankzij oude kaarten wisten onderzoekers wie waar moest liggen. Weer keurig in rijen, zie je?”

Veel Joodse immigranten stierven jong aan malaria en ander malheur. Eleazer Soesman Jacobzoon stierf in 1794. Leeftijd: 25 jaar. Zijn grafsteen werd ’door kinderliefde en eerbied’ opgericht. Zijn huysvrou Sarah, dochter van Abraham Jacob de Vries, overleed een jaar later. Leeftijd: 33.

Even verderop ligt het graf van Nathan Heyman Pakker uit 1815. Leeftijd: 19. Het moet een begaafde jongen zijn geweest, getuige het grafdicht op de fraaie steen.

Gids Henry Anders kijkt ernstig, als hij de letters ontcijfert.

„Deze steen heb ik zelf gevonden, een halve meter onder de grond. Het is mijn lievelingssteen geworden.”

Hij die in de bloei der jeugd

aan zijn ouders lust en vreugd

aan zijn vrienden in het leven

’t schoonst genoegen heeft gegeven

rust hier in der aarde schoot

en bedroeft ons door zijn dood

daar waar Serafim het

Heilig Haleluja zingen

zal tot ’s Scheppers lof zijn

kunstig spel der snaaren klingen

Anders haalt zijn vingers door zijn indrukwekkende ketting. Er hangt een zilveren kwartje van koningin Wilhelmina aan.

„Ik ben moslim, ik bezoek trouw de moskee en ik ben vegetariër. Ik heb geen hekel aan Joden, waarom zou ik? We kennen hier in Suriname geen problemen tussen Joden en moslims, al houden we misschien niet van elkaar! Joden en moslims noemen God alleen bij een andere naam, ze verschillen meer van christenen dan van elkaar.”

Zijn waarschuwende vinger priemt in de lucht: „De ruzies tussen moslims en Joden worden opgehitst door derden, daarna komt Amerika zogenaamd vrede stichten. Amerikanen zijn ophitsers!”.

Lopend tussen de rijen wijst Anders op het graf van iemand die wél heel oud is geworden. De steen is prima leesbaar. „Sarah Mozes de Vries, gezworene vroedvrou dezer colonie, geboren tot Naarden & overleden alhier aan Paramaribo op den 25 Tisry 5538, overeenkomende met den 26 october 1777 in den ouderdom van 104 Iaaren.”

Hieronder legt die aan veele

het licht hebbende doen zien

welke blind werd voordat

den dood haar ogen sloot, haar

jeugd heeft haaren ouderdom

nooit beschaamd, voorbijganger

staa & bid voor haare ziele

Buren gebruiken de begraafplaats als vuilstortplaats, ondanks verbodsbordjes. „Kijk, vanuit de achtererven van de Leviestraat gooit men het vuil op één hoop. Elke week steek ik dat met een autoband in de fik, de as strooi ik dan over mijn moestuin. Zo houd ik er nog wat aan over.”

Anders heeft meer nevenactiviteiten: hij verhuurt naast de dodenakker peeskamertjes, voor betaalde liefde en geheime verliefden. Een jong stelletje staat te roepen bij het hek. Anders loopt er heen en scheldt. „Kunnen jullie dan geen minuutje wachten?”

Junks, zwervers, rokers en psychisch gestoorden grijpen de korte afwezigheid van Anders aan om te troggelen.

„Meneer!”, roept iemand, „mijn naam is Wolff met dubbel f. Ik stam van het Oude Volk, hebt U een centje voor me?”

Een ander (’Ik ben doctorandus in de natuurkunde’) komt gevaarlijk graaiend dichtbij. Dan klinkt het verlossende geschreeuw van de beheerder en iedereen maakt zich haastig uit de voeten.

Tussen de zerken van Jacob Juda Polak (1797), Beeltje Samson (1823) en Vrouwe Esther, weduwe van Salomon van Grol (1796) is druk voetgangersverkeer van buurtbewoners. Henry Anders wijst op een kleine steen uit 1816, van Salomon Joseph Levie de Vries.

„Er heetten hier een heleboel Joden ’De Vries’, maar waarom heeft deze oude baas van 82 jaar zo’n kleine steen gekregen?”

Naburige erven annexeerden in de loop der tijden een deel van de begraafplaats. Trots vertelt Anders hoe hij illegale schuttingen weghaalde: „Zo kon de grafsteen van ’mejuffrouw Hanna, echtgenote van de heer Mozes Abraham Keijzer’ weer de plaats innemen naast die van haar man.”

Links en rechts liggen stenen met Joodse namen die in Nederland nog steeds voorkomen: Bromet, Gomperts, Hartog, Simons. Even verderop staat de Vrijmetselaarsloge en een Essostation. Daar lag dertig jaar geleden nog de oudste sefardische begraafplaats, die geruimd is voor het grote geld.

Ooit lagen de zerken op sokkels van rode bakstenen, zoals op de andere Joodse begraafplaatsen aan de Kwattaweg en de Gravenstraat.

Henry Anders: „Jaren geleden, bij de bouw van een rooms-katholieke school hier in de buurt, loofde het bestuur aan kinderen een sinaasappel uit per aangeleverde steen. Dat werd de doodssteek voor deze begraafplaats. Eén graf uit 1881 is nog gaaf: eronder zat een hol vol Braziliaanse bijen, plunderaars liepen er met een boog omheen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden