Mortuaria Caracas zijn overvol

Revolutionaire leiders geven geen prioriteit aan bestrijding van misdaad

Op een muurtje bij het mortuarium Bello Monte in Caracas zitten vrouwen te snikken. Ze wachten tot ze aan de beurt zijn om de lichamen te zien van hun zonen en hun broers die afgelopen nacht zijn binnengebracht. Een enkele keer na een ongeluk, maar in de meeste gevallen vermoord.

Ook vader Ramón Sculpi zit te wachten. Zijn zoon is vermoord. "Gisteravond kwam hij thuis van zijn werk. Hij heeft nog gedoucht, daarna ging hij even lucifers kopen. Voor zijn huis is hij doodgeschoten." Sculpi vond zijn 39-jarige zoon terug in een plas van bloed. Van de daders geen spoor. "Ik heb nog rondgevraagd, maar niemand wilde wat zeggen, de mensen zijn bang."

Venezuela is na Honduras het gevaarlijkste land ter wereld. Met amper 30 miljoen inwoners werden er volgens het onafhankelijke Venezolaanse Observatorium voor Geweld (OVV) vorig jaar bijna 25.000 mensen vermoord, twee keer zoveel als in Irak en elf keer zoveel als in Afghanistan. Het aantal ontvoeringen en roofovervallen bedraagt een veelvoud daarvan.

"Vooral in het weekend is het raak", zegt fotografe María Gabriela López van dagblad El Nacional. Ze staat elke dag bij het mortuarium, dat met het mos op de ramen en afgevallen tegels zelf ook in staat van ontbinding is. Op sommige dagen is de lijkengeur buiten te ruiken, zegt ze: "Meestal zijn er rond de 25 slachtoffers, dit weekend waren het er 50. Het record was 68. Het totaal van deze maand staat na zeventien dagen op 244, alleen in Caracas."

Misdaad is uitgegroeid tot een van de grootste problemen van de linkse revolutie die Venezuela sinds 1999 beheerst. De oorzaak ligt deels in de onprofessionele, slecht bewapende en corrupte politie en de illegale wapenhandel. In Venezuela zijn 1,2 miljoen wapens in omloop, volgens conservatieve schattingen.

Daarachter schuilt een politiek probleem. Misdaaddeskundige Roberto Briceño, verbonden aan het OVV, wijst op de openlijke verheerlijking van wapens en de revolutionaire strijd door voormalig president Hugo Chávez. "Hij zei: 'De revolutie is vreedzaam maar gewapend'. En hij leerde burgers met wapens omgaan voor politieke doeleinden."

Misdadigers vervolgen is sinds de revolutie geen prioriteit meer in het land. Volgens Briceño wordt geweld in de marxistische traditie gezien als deel van de klassenstrijd, de armen tegen de rijken. "Het inzetten van politie werd gezien als een rechtse oplossing. Door de armoede te bestrijden, zou het aantal moorden en overvallen vanzelf dalen, was het idee."

Maar dat armoedebestrijding genoeg is om de misdaad te doen verdwijnen, klopt volgens de hoogleraar niet. "Sinds 1998 kwam in Venezuela dankzij de olie-export meer geld binnen dan ooit, en er was ook meer misdaad dan ooit." Dat geweld zich op de rijken richt, klopt volgens hem evenmin. Het meeste geweld vindt plaats tussen armen in de volkswijken waar nooit politie komt en waar jeugdbendes de dienst uitmaken. "De armen vormen 84 procent van de slachtoffers."

De 16-jarige Joslián Sánchez woont in zo'n volkswijk. Met een paar vrienden hangt hij rond op straat in Catia, een straatarm stadsdeel waar rode bakstenen huisjes, piepklein en dicht op elkaar gestapeld tegen de hellingen opkruipen. "Jongeren gaan hier óf weg óf ze worden vermoord", zegt Sánchez. Vorige maand nog werd zijn neef van 21 ontvoerd en doodgeschoten. Zijn vriend tegenover hem verloor niet alleen een neef door moord maar drie jaar geleden ook zijn vader, doodgeschoten om zijn motor te kunnen stelen. "Je moet hier in je eigen buurt blijven, anders ben je niet veilig."

In de hoofdstad Caracas regeert de angst voor de ander. Het leven staat in het teken van de waakzaamheid. Niet alleen arme Venezolanen zijn op hun hoede. In betere wijken trekken de rijken zich terug achter hoge muren. Ze rijden door rood om niet te hoeven stoppen. Bij restaurants laten ze zich precies bij de deur afzetten en voor boodschappen hebben ze loopjongens. Na acht uur 's avonds is het er uitgestorven. Wetteloosheid is de norm.

Vooralsnog zijn Chávez en zijn opvolger Nicolás Maduro er niet op afgerekend. "Het probleem wordt weggemoffeld", zegt misdaaddeskundige Briceño. "Sinds 2013 worden geen statistieken over misdaad meer gepubliceerd." Druk vanuit de bevolking is er niet. De meeste Venezolanen zien de misdaad wel als hun grootste zorg, maar niet als een verantwoordelijkheid van de regering.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden