Morrende achterban / CDA weer in de valkuil van de macht

Na het grote verlies bij de raadsverkiezingen morren CDA-leden over de doofheid van ’Den Haag’ voor hun zorgen. De bewindslieden en de kamerleden trokken zich woensdagavond terug om de onvrede te bespreken. Het CDA vertoont de kramp van een partij die haar macht dreigt te verliezen.

’Ze scholden me de huid vol!” Ad Lansink, oudgediende in het CDA, wist niet wat hem overkwam toen hij onlangs op een receptie tegenover enkele CDA-fractieleden zijn zorgen over zijn partij uitte. Lansink heeft als kamerlid van nabij meegemaakt hoe de kiezers bij het stembusdebacle van 1994 het CDA massaal de rug toekeerden en de partij in het ongeluk stortten. In het CDA van nu ziet hij dezelfde voortekenen van een dreigende electorale ramp als twaalf jaar geleden. En opnieuw, net als in 1994, dreigen de Haagse geledingen van de partij het mene-tekel niet te verstaan. In plaats van lering te trekken uit zijn ervaringen reageren ze met gescheld op Lansinks zorgen.

Wie kritiek spuit op Balkenende, heeft al gauw bij hem afgedaan

Lansink heeft het CDA meer dan twintig jaar (van 1977 tot 1998) vertegenwoordigd in de Tweede Kamer en is met hart en ziel met de partij verbonden. Daarom doet het hem pijn als zittende kamerleden zijn waarschuwing dat het CDA dreigt te vervallen in oude fouten niet herkennen als oprechte loyaliteit.

Hij is niet de enige criticus in het CDA die uit Den Haag het verwijt krijgt dat hij het eigen nest bevuilt. Oud-CNV-voorzitter Doekle Terpstra, voormalig fractieleider Wim Aantjes en de voorzitter van de CDA-jongeren, Ronald van Bruchem, melden dat hen hetzelfde overkwam. Wie kritiek spuit kan rekenen op een boos telefoontje, e-mailtje of briefje van partij- en fractiemedewerkers, soms zelfs in de persoon van fractieleider Maxime Verhagen.

„Voor mensen die geen slavenziel hebben is de sfeer niet om te harden”, schreef oud-fractiemedewerker Joop van Rijswijk, een andere criticus die zijn hart luchtte over de kadaverdiscipline die hij in het CDA waarneemt, op de Podium-pagina van deze krant. „Onder Balkenende keert het CDA zich naar binnen, sluit zich af voor kritiek, is doof voor signalen vanuit de samenleving en houdt het doctrinair vast aan het eigen gelijk.”

Het CDA van nu herinnert in veel opzichten aan de partij die de commissie-Gardeniers in 1994 beschreef. Oud-minister Til Gardeniers onderzocht de oorzaken van de grote verkiezingsnederlaag (twintig zetels verlies) die het CDA onder lijsttrekker Elco Brinkman had geleden. Zij schetste het beeld van een partij die door de gewenning aan de macht zichzelf was kwijtgeraakt en haar leden niet meer zag staan. „Het CDA heeft zich op afstand van de basis geplaatst en zich opgesteld als een zelfgenoegzame bestuurderspartij”, aldus Gardeniers. Ze schreef dat de christen-democraten niet meer herkenbaar waren als een volkspartij die mensen wil samenbinden, ongeacht hun sociale klasse. De toenmalige voorzitter van de CDA-jongeren zei het zo: „De top is de gewone CDA’er vergeten. Het besturen heeft ons zo opgeslokt dat we de achterban uit het oog zijn verloren.”

Deze CDJA’er van toen, Jack de Vries, behoort nu tot de kleine kring van vertrouwelingen rond Balkenende. Die positie geeft hem in de partij meer invloed dan zijn formele functie doet vermoeden. Bij het aantreden van Balkenende werd hij diens ’politiek assistent’, de man die het contact tussen de premier Balkenende en de CDA-fractie onderhoudt. Nu is hij campagneleider. In beide functies beschouwt hij het als zijn taak partij, fractie en bewindslieden op één lijn te houden. Dit streven naar eenheid tekent de Haagse geledingen van het CDA. Zij vereenzelvigen zich met het beleid van de premier en de christen-democratische bewindslieden. In zo’n sfeer komt kritiek uit eigen kring al gauw als deloyaal te boek te staan.

De commissie-Gardeniers wees naderhand een vergelijkbare verknoping van het CDA met het regeringsbeleid van de kabinetten-Lubbers aan als een voorname oorzaak van het fiasco van 1994. In het vooruitzicht van de nederlaag klampte de partij zich in die tijd allengs krampachtiger aan de macht vast. Tekenend was de opgeklopte sfeer waarin het CDA lijsttrekker Elco Brinkman op het verkiezingscongres van 1994 in de lucht stak als de geheide volgende premier. Georkestreerd applaus en harde muziek moesten de knagende twijfel over de realiteit van dat toekomstbeeld dempen. Twee CDA-medewerkers duwden een cameraman die een protestactie op het congres filmde bijna over een balustrade. Op het laatste moment kwamen ze bij zinnen.

Dat krampachtige gedrag behoort tot het vaste patroon van partijen die vrezen voor het verlies van de vertrouwde machtspositie. Ook de PvdA wist zich in 2002 geen raad, toen de eigen pretentie van een rimpelloze, vanzelfsprekende overdracht van het premierschap van Wim Kok aan Ad Melkert niets meer te maken had met de politieke werkelijkheid, waarin Pim Fortuyn de verhoudingen op hun kop zette. Tegen beter weten in bleven de sociaal-democraten het toneelstukje van de strijd om de post van premier met de VVD opvoeren.

Het CDA vertoont nu de krampachtige trekken van een partij die haar machtspositie in gevaar ziet komen. In de nederlaag bij de raadsverkiezingen van 7 maart ziet fractieleider Maxime Verhagen slechts een aansporing de tegenstellingen met de PvdA nóg scherper aan te zetten.

Hij zoekt de oorzaak van het verlies niet zozeer in eigen huis, als wel in de aantrekkingskracht die PvdA-leider Bos op kiezers uitoefent. De leider van de Eurodelegatie, Camille Eurlings, meent dat het CDA Bos moet ’ontmaskeren’.

Van CDA-fractieleden verlangt Verhagen dat zij eerst toestemming bij zijn zegsman vragen voor elk vraaggesprek dat zij met de pers hebben, hoe klein ook. En wie kritiek spuit op Balkenende heeft al gauw afgedaan bij de premier. Hij ziet kritiek vooral als een aanval op hemzelf. Daardoor kost het hem moeite zich ontvankelijk te tonen voor kritisch commentaar en toont hij zich ongenaakbaar. „Het beleid wordt niet beleefd zoals wij willen”, zei hij in reactie op het grote CDA-verlies bij de raadsverkiezingen. Van een ander beleid wil hij niet weten: „Ik sta voor mijn zaak.”

Op de ledenvergadering van de afdeling-Gelderland van het CDA sprak Verhagen een veelbetekenend zinnetje tot de opstandige achterban: „We hebben in 2002 een herkansing gekregen en die willen we niet verprutsen.” Het CDA kreeg in 2002 een nieuwe kans van de kiezer, mede dankzij de stevige ideologische heroriëntatie die de partij voordien, in haar acht oppositiejaren, had doorgemaakt. De leidende gedachte in het hervormingsprogramma van het CDA was dat de burgers weer greep op het eigen leven moesten krijgen, ten koste van de bureaucratie en logge instanties.

Het CDA stond daardoor niet met lege handen op het moment dat Fortuyn ongekend succes boekte met zijn kritiek op het onvermogen van de politiek zich te verplaatsen in de dagelijkse ervaringen en problemen van burgers. Hij voerde de verbroken verbindingen tussen burgers en overheid daarop terug. De verkiezingswinst van het CDA in 2002 is mede te danken aan de ontvankelijkheid die Balkenende toonde voor dat deel van Fortuyns verhaal. Hij trad aan met de belofte die verbroken band tussen ’Den Haag’ en de burgers te herstellen. De rode draad in de kritiek, ook uit eigen kring, is dat hij die belofte tot dusver niet waarmaakt. Zelfs met de eigen mensen is een kloof ontstaan, zo blijkt uit de ervaring van Ad Lansink en andere CDA’ers wier kritische betrokkenheid als deloyaliteit wordt afgedaan.

Verhagens opmerking over het ’verprutsen’ van de tweede kans toont zijn vrees dat de christen-democraten de vruchten van hun hervormingsprogramma straks, na de Tweede-Kamerverkiezingen, aan de PvdA moeten laten. Ook daarom wil hij een tandje bijzetten in de polarisatie met de PvdA. Het effect kan zijn dat het CDA zijn lot verbindt met dat van de VVD, wellicht zelfs een VVD die onder leiding van Rita Verdonk de culturele en religieuze tegenstellingen in de samenleving aanzet. Zo’n keuze zou de christen-democraten vervreemden van de bemiddelende rol die zij traditiegetrouw vanuit hun middenpositie vervulden, in de politiek en in de maatschappij. Met zijn gematigde koers, waarin hij de deuren naar alle mogelijke coalitiepartners openhoudt, staat Bos klaar om die rol over te nemen. De keuzes die het CDA de komende tijd maakt over stijl en inhoud zijn dus ook bepalend voor de strijd om de spilpositie in de Nederlandse politiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden