Morlot zet in Brussel zang om in topsport

Opera

Pelléas et Mélisande De Munt, Brussel

****

Bravo! Bravo! In de Brusselse Muntschouwburg werden zangers, orkest en dirigent toegejuicht na de première van 'Pelléas et Mélisande', een herneming van Debussy's opera. En hoe terecht.

Ruim vier jaar geleden stond de toenmalig beoogd chef van het gezelschap (het orkest stak daar overigens een stokje voor) te zwaaien in de Belgische orkestbak: Mark Wigglesworth. Nu dirigeert Ludovic Morlot (1974) - sinds 2012 bij de Munt - zijn eerste opera aldaar, en ook voor het eerst 'Pelléas'. Dit seizoen neemt hij in Brussel nog Mozarts 'Così fan tutte' onder handen in een regie van Michael Haneke.

Morlot vliegt geregeld de oceaan over, hij draait ook aan de knoppen bij het Seattle Symphony Orchestra. Wat betreft deze opera heeft de Franse dirigent als assistent goed gekeken naar Bernard Haitink, die van het mysterieuze werk uit 1902 op tekst van Maeterlinck een onvergetelijke luisterbelevenis kan maken. Morlot daagt het Symfonieorkest van de Munt uit tot een zinderende klanklaag met gevoelsrijke accenten onder de zangstemmen, en wekt zorgvuldig een onderhuidse spanning op die van begin tot eind boeit.

Voor 'Pelléas' werkte regisseur Pierre Audi samen met beeldend kunstenaar Anish Kapoor. Het adembenemende spel tussen vorm en ruimte, dat je niet zelden overweldigt als Kapoor er zijn gedachten over heeft laten gaan, lijkt voor deze enscenering geen prioriteit te hebben gehad. Vorm, kleur en materiaalgebruik zijn mooi in balans. En het draaien van het rode, schelpachtige ontwerp biedt de kijker telkens een ander zicht op het decor, op een ander stukje wereld van de protagonisten. Toch blijft het elegante plastiek vooral op zichzelf staan.

De fraai gestileerde personenregie van de goede zangers - de productie kent overigens twee bezettingen - sluit hier naadloos op aan. En dan kom je weer uit op de sterke muzikale component.

Tijdens de generale had Sandrine Piau een spier gescheurd; ze moest bij de première verstek laten gaan. Geen nood, want collega Monica Bacelli, die al voor een aantal andere avonden geboekt staat, zingt Mélisande met een overtuigende, karaktervolle mezzo. Pelléas, bariton Stéphane Degout, plooit zich in stijl, en laag en traag is de bas van Frode Olsen (Arkel). Het indrukwekkendste is Dietrich Henschel, wiens machtige stem de rol van Golaud draagt. Topsport.

Frederike Berntsen

Nog te zien t/m 25 april. Info: www.demunt.be

Klassiek

Youri Egorov-herdenking

***

Op 16 april was het 25 jaar geleden dat Youri Egorov in Amsterdam overleed. Die dag werd in de Amsterdamse Amstelkerk een herdenkingsconcert gehouden voor de jong gestorven Russische pianist.

De in 1954 in Kazan geboren Egorov was muzikaal gesproken een zondagskind. Hij triomfeerde al vanaf jonge leeftijd in pianoconcoursen, wat culmineerde in het winnen van prijzen in het Moskouse Tsjaikovski- en het Brusselse Elisabethconcours. Tijdens een concertreis naar Italië wist hij aan zijn begeleiders te ontsnappen. In Nederland vroeg en kreeg hij politiek asiel. Het Nederlandse publiek koesterde Egorov om zijn hoogstpersoonlijke, ontroerende spel, dat door zijn helderheid, eenvoud en elegantie atypisch voor de Russische school was. Op zijn beurt genoot de homoseksuele Egorov buitensporig van de Amsterdamse vrijheid. Dat werd hem fataal: hij raakte besmet met hiv en stierf in 1988 op 33-jarige leeftijd.

Kort na zijn dood werd de Youri Egorov Foundation opgericht. Deze stichting beheerde Egorovs nalatenschap (onder andere zijn woning en vleugel), gaf cd's uit en had als doel jonge Sovjet-pianisten te ondersteunen. Na een bestuurscrisis werd de Foundation 2005 opgenomen in de Young Pianist Foundation, een Nederlandse organisatie die zich inzet voor het jonge pianotalent. Egorovs concertvleugel kreeg een plaats in de door Stadsherstel Amsterdam beheerde Amstelkerk. Tijdens het herdenkingsconcert werd deze bespeeld in repertoire dat Egorov na aan het hart lag.

Pianiste Klára Würtz vertolkte Schuberts Vioolsonate in A, D 574 met violiste Emmy Verhey, die dit werk ooit met Youri Egorov speelde. Hun vertolking was gepassioneerd, maar wel merkbaar was dat de akoestiek en de oude Egorov-vleugel niet meewerkten aan een heldere uitvoering. Ook de jonge Franse pianist Emmanuel Despax, een zeer serieus muzikant, had moeite om deze Steinway te laten zingen, vooral in de twee Nocturnes opus 27 van Chopin. In Prokofjevs Sonate nr. 4, technisch knap gespeeld, benadrukte Despax vooral de donkere sferen treffend.

Egorov zelf was deze sfeervolle avond ook te horen: in video-opnames van Liszts 'La Campanella': rank, voornaam en ondanks grote virtuositeit allerminst showbelust gespeeld.

Twee broers van Egorov waren aanwezig bij het concert. Van hen werd Alexander Michailov kort geïnterviewd over zijn herinneringen aan de jonge Youri.

De YPF heeft de sinds lange tijd gestokte uitgave van cd's van Egorov nieuw leven ingeblazen: dinsdag werd een heruitgave van Egorovs allerlaatste cd met Schubert-werken gepresenteerd, als opmaat voor een in het najaar uit te brengen verzamelbox met herontdekte radio-opnames.

Christo Lelie

Jeugdmusical (3+)

Buurman & Buurman beginnen voor zichzelf Theater Familie & Jelle Kuiper Producties

****

Op het toneel een grote houten schutting, een schuurtje en een bijna kale boom met nog een paar appels er aan. En dan komen ze op, de twee klunzige kinderhelden: Buurman en Buurman. Ze eten appels, zeggen niets: stil spel, zelfs nog geen muziek, maar er gebeurt van alles. De buurman in de gele trui hoort een harde krak en schrikt, want hij denkt dat het zijn rug is, maar het blijkt zijn buurman in de rode trui te zijn die net een krakende hap uit zijn appel neemt. Het is de subtiele peuter- en kleuterhumor waar deze sympathieke voorstelling (tekst: Jelle Kuiper, regie: Bruun Kuijt) vol mee zit. Er wordt geschaakt en gejongleerd met klokhuizen, er wordt gebotst, gestoten en gevallen, er zijn misverstanden en natuurlijk onhandige, omslachtige acties van de altijd samen klussende Buurmannen.

Net als in de ruim dertig jaar oude Tsjechische tv-serie (hier uitgezonden door de VPRO), en net als in de eerste Buurman & Buurmanmusical (2011) van dezelfde makers, is het credo van deze mannen: Waarom makkelijk als het moeilijk kan?

En dus bouwen ze een appelmoesmachine omdat ze wel eens wat anders willen eten dan appels. Van allerlei onlogische onderdelen (fietsbanden, olievaten, oude tv's, een badkuip en kruiwagens) knutselen ze een mega-appelmoesmachine. Al snel doemt een volgend probleem op: te weinig appels. En ze kunnen niet bij de laatste appel hoog in de boom. Nog meer slapstick volgt, waarbij ze op elkaar klimmen, vallen, een wip bouwen, trainen om niet te zwaar voor de wip te worden en ondertussen gaat er van alles kapot. Wanneer de machine magische krachten blijkt te bezitten (tak er in, stoel komt er uit) toveren ze de hele schutting en de boom om tot meubels - die ze kunnen verkopen. Al snel krijgen de twee nieuwbakken meubeldirecteuren ruzie over de taken. Gelukkig niet voor lang.

Tussen de mime-achtige scènes door zingen ze zes zoete kleine liedjes met telkens herhaalde woorden (liedteksten: Ivo de Wijs, muziek: Erik de Reus). Dat maakt de grote klussende mannen (Dennis Stroucken en Martin Hofstra) extra kwetsbaar, en het geeft de voorstelling een verstild poëtisch randje. Heel anders dan die andere, schreeuwerige, klussende tv-held: Bob de Bouwer.

Hier is het juist mooi hoe aan het eind van de voorstelling, verlicht door een enkel spotje, de twee verzoende buurmannen zachtjes zingen met een gitaar op schoot, terwijl uit de boomstronk een grote groene stek slingerend omhoog groeit. En alles kwam weer goed.

Bianca Bartels

Te zien t/m 2 juni 2013, www.buurmandemusical.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden