Moreel slecht redeneren valt ons vooral op bij anderen

In de eerste zinnen van zijn boek Moral thinking (1981) geeft de Britse filosoof R.M. Hare de taak van de ethiek als volgt weer: “We worden allen geconfronteerd met morele vragen, sommige klemmender dan andere. En de meesten van ons denken bij het beantwoorden van die vragen ook enigszins na. We zullen het erover eens zijn dat dit soort denken, net als elk ander denken, op een goede en slechte manier kan gebeuren. Het is de taak van de ethiek om ons te helpen dit goed te doen.”

Wat een prachtige passage om een boek mee te openen! Let op die onderkoelde stijl. Geen donderpreek als: 'En nou moeten jullie eindelijk eens je hersens gebruiken en niet maar wat aanzwammen over morele aangelegenheden'. Nee, de meesten van ons denken 'enigszins' - let op dat laatste woordje - na: Most of us do some thinking about them, over die morele problemen dus. Wat Hare alleen maar doet, is hardop uitspreken waar we kennelijk allemaal van uitgaan: er is ook in een morele aangelegenheid zoiets als beter en slechter redeneren.

Welnu, op dat goede of betere redeneren kun je je dus toeleggen en de taak van de ethicus is om ons daarin te scholen. Natuurlijk ligt daar weer een nieuw probleem, want de meeste mensen zijn niet geneigd te denken dat zijzelf ernstig tekort schieten wanneer het aankomt op moreel redeneren.

Een andere beroemde zin uit een groot filosofisch werk is die uit Descartes' Discours de la méthode (1637), net als het boek van Hare gepreoccupeerd met het juiste redeneren, zij het niet primair in ethische aangelegenheden: “Gezond verstand is het best verbreide goed in de wereld”, zegt Descartes, “want iedereen meent daarvan voldoende in huis te hebben”. Zo is dat ook met het vermogen tot moreel redeneren.

Mensen erkennen wel dat op dit gebied goed en slecht kan worden geredeneerd, maar dan toch altijd wanneer het denken van anderen ter discussie staat. Van zichzelf zullen zij niet snel vermoeden dat zij tekort schieten. Eigenlijk is dat opmerkelijk. Mensen zijn heel snel met toe te geven dat zij geen wiskundeknobbel hebben, dat zij niets weten van techniek, dat zij computer-analfabeet zijn, zelfs dat zij slecht zijn in rekenen en taal. Maar wie zegt: “Als het op etische problemen aankomt kan ik niet zo goed redeneren”?

Toch is dat laatste lastiger dan weten hoe de benzine-motor in elkaar zit of een computer bedienen. Enigszins consistent morele keuzes maken is zelfs titanenwerk. Met name de Verlichters verwachtten daarvan veel.

Stel nu eens dat we ons moreel gedrag niet meer laten bepalen door mythen en sagen, door religieuze verhalen en eeuwenoude teksten. Stel nu eens dat we werkelijk gaan nadenken over moraal, zou daarvan dan niet veel te verwachten zijn? Een morele opvoeding van de mensheid met niets anders dan ethiek als ons richtsnoer, zoals G.E. Lessing voor ogen stond in zijn Opvoeding van het menselijke geslacht (1740)?

Enerzijds is het heersend geestesklimaat daarover sceptisch. Ethici moeten zich vooral niet teveel wijs maken. Maar het punt van Hare blijft toch wel staan. Kennelijk gaan we er allen van uit dat over moraal geredeneerd kan worden. En we gaan ervan uit dat dit goed en slecht kan gebeuren. En dat vooronderstelt toch dat daarvoor maatstaven bestaan? Waarom zouden we daar dan niet naar op zoek gaan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden