Moreel instinct / Medeleven zit van jongs af in ons brein gekerfd

In morele kwesties moet je niet lichtzinnig oordelen, maar je verstand gebruiken. Doen we dat ook?

Wereldwijd blijken mensen razendsnel en emotioneel te oordelen over heikele vragen. Voor bedachtzaamheid lijkt nauwelijks tijd, ook niet achteraf.

De bouwstenen voor ons moreel en sociaal gedrag zocht de bioloog in voormenselijke tijden, in de noodzaak om elkaar niet louter naar het leven te staan maar vooral samen te werken. En die neiging is in onze neuronen gekerfd, beaamt de neuroloog. We hebben een invoelend, coöperatief brein gekregen, dat vooral emotioneel wordt aangestuurd.

In een tijd waarin we de mond vol hebben van normen en waarden vier artikelen over ons moreel instinct.

Deel 3: onze hersenen zijn een paar uur na de geboorte al op de gevoelens van de medemens gericht.

De meesten van ons beseffen: het is geven en nemen in het leven. Een platitude natuurlijk, maar moeder natuur moest behoorlijk aan ons boetseren voordat we ernaar konden leven. Dat laat Nature neuroscience (januari) zien: ons brein blijkt over een specifieke afdeling te beschikken die signaleert wanneer de medemens van plan is om een sociale daad te gaan verrichten. Onze hersenen herkennen de gever.

Dit behoeft uitleg. Achter veel van wat we waarnemen vermoeden we geen intentie. Ruisende bomen en kolkende rivieren schrijven we weinig bedoeling toe. Een computer evenmin, maar het wordt anders als het ding een spel speelt dat geld oplevert dat naar een goed doel gaat. Dan krijgen onze hersenen de neiging om zelfs zo’n apparaat te bezielen, als een intentioneel handelend wezen.

’Hij’ zit immers iets sociaals te doen. Mensen hebben een speciale neuronale antenne voor dit gedrag, leert de nieuwe studie. En degenen bij wie die cerebrale voelspriet opvallend goed is ontwikkeld, blijken zelf ook loyale en invoelende personen te zijn.

Onze sociale, altruïstische trekken vereisen een fijnmazige bedrading van boven. De neuroloog Michael Gazzaniga vermoedt dat we met een ingebouwd stelsel van biologische mechanismen de morele problemen van alledag tegemoet treden. De ethiek zit in het brein gekerfd, betoogt hij in ’The Ethical Brain’.

Dat wordt treurig duidelijk als we boven schade oplopen, zoals de beroemde Phineas Gage overkwam. Deze beminnelijke, sociale man bracht in 1848 bij de aanleg van een spoor in Vermont (VS) per ongeluk een lading dynamiet tot ontploffing. Daarbij schoot een ijzeren staaf van 1,10 meter bij 3,75 centimeter zijn linkerwang in, door het voorhoofd omhoog en via de schedel weer naar buiten.

Elk mens is dan morsdood, Gage herstelde. Maar zijn sociale inborst leek mét de staaf mee naar buiten te zijn gevlogen. Moreel inzicht had hij nog wel, maar Gage verviel keer op keer in liederlijk gedrag, de ooit zo minzame man vloekte en tierde.

Gage figureert al een eeuw in de neuroboeken, en dat tekent de schoorvoetende vooruitgang in neurologische inzichten. Hoe wordt iemand van een zorgzaam, meelevend mens een immorele bruut? Wat kenmerkt een gebrekkig of juist sterk invoelend brein? Dat zouden hersenscans moeten illustreren en die zijn onder meer gemaakt van mensen die zich over de eerder beschreven trolleyproblemen bogen.

Nog even kort: mag je voor een op hol geslagen trein de wissel omgooien waardoor je vijf spoorwerkers verderop redt, maar er helaas dan één op het zijspoor doodt? En mag de arts een gezond mens offeren om met zijn organen vijf anderen te redden? Getuige de scans staan bij die afwegingen de sirenes vooral aan in emotionele hersenkernen.

Dat is een globale constatering, maar het vertelt nog niet waarom types als Phineas Gage moreel ontsporen. Neuroloog Antonio Damasio onderzocht andere patiënten met averij in de frontale kwab, de hersenen boven en achter onze neus. Bij allerlei opdrachten tonen ze zich hebberig en gaan ze voor het directe gewin, terwijl ze best beseffen dat een meer terughoudende strategie lonender zou zijn.

Bij hen stokt de conversatie tussen emoties en inzicht. Kinderen die al vroeg dergelijk hersenletsel oplopen, lijken zelfs nauwelijks inzicht te ontwikkelen. Sommigen van hen doorzien niet het verschil tussen het omgooien van de wissel van de trein en het uitnemen van de organen van een gezond mens. In beide gevallen komen ze uit op een ’winst van vijf personen versus het verlies van één’: „Doen”, roept een kille rationele toeschouwer in hun brein die de invoelende stem totaal overschreeuwt.

De psycholoog Marc Hauser schetst hoe de tweespraak in het brein van psychopaten faalt. Bizarre, rationele uitglijders hebben we allen wel eens, maar empathie en gevoelens van mededogen corrigeren zulke dwalingen. En voorkomen dan gewelddadig gedrag, maar niet bij de psychopaat.

Zo was John Gacy gewoonlijk een charmante meneer, lief als clown op kinderfeestjes, maar onder zijn huis begroef hij 32 mannen. Er moest bij hem iets mis zijn met de bedrading boven. Die zit normaal zodanig in elkaar, schreef neuroloog Michael Gazzaniga, dat we permanent gevoelens en intenties aan anderen toeschrijven. We zijn van huis uit mind readers, gemoedslezers.

Maar oog in oog met zijn slachtoffers leek de psychopathische seriemoordenaar John Gacy blind en doof voor de emotionele boodschappen in andermans gezicht. De lichtste empathische huiver zou de hand van de beul moeten verlammen, maar niet bij Gacy.

Onderzoek naar de hersenanatomie van moordenaars suggereert dat de coördinatie van voelen, denken en handelen hapert, mogelijk als gevolg van asymmetrie tussen beide hemisferen in het brein. Sommige moordenaars lijken ter rechterzijde een grotere hippocampus te hebben, een hersengebied dat een sturende rol speelt bij agressief gedrag. Hoe interpreteer je zo’n aanwijzing? In elk geval lijkt de compassie met de medemens af en toe te verstommen, en dan krijgen gewelddadige motieven vrij spel.

Maar misschien is niet alleen de harteloze psychopaat maar vooral ook de extreem invoelende mens illustratief voor de cerebrale verankering van ons sociale gedrag. Bij sommige mensen staan de emoties altijd voor in de rij. Ze hoeven bijvoorbeeld maar iets van walging te voelen en er volgt grote, morele verontwaardiging. Smak of prak tijdens een diner niet in hun bijzijn, want ze kijken je haast naar het schavot.

De emotionele rechter in hun brein is overactief. En dan komen we weer terug bij die antenne uit het begin: we voelen het aan als iemand – zelfs een computer – een sociale of asociale daad gaat verrichten, en die intentie wordt allereerst emotioneel herkend. We ’lezen’ andermans emoties volgens neurologen met behulp van een wonderlijk stel hersenen, dat in de wieg al gevoelens en uitingen om zich heen begint te imiteren.

Alle aandacht van neurologen gaat op dit moment uit naar de spiegelneuronen, genoemd naar hun gewoonte om gedrag, gevoel en emoties van anderen na te doen. Hoe snel lacht de baby in de wieg niet terug naar zijn moeder of begint om niets mee te krijsen met een huilende buurbaby? De neiging om de pijn van de ander letterlijk mee te voelen, om met hem mee te walgen of te treuren, heeft maar weinig meer van een rationele keuze in zich. De sympathie voor een medemens in nood wekt de indruk van een reflex.

De sociale besmetting zit diep in onze emoties gegrift, we zijn door van alles om ons heen onberedeneerd aangedaan. Zozeer zelfs, weet Michael Gazzaniga, dat onze bewegingsneuronen in stilte, maar wel zichtbaar met een jammerende hond meeblaffen. Terwijl ze dat niet doen als ze een blaffende hond op een foto zien. Nee, de hondenemotie moet gehoord worden om ook meegevoeld te kunnen worden.

Zo voelen en spelen onze spiegelneuronen de ander na: de medemens, en zelfs de medekat en medehond. Bij moordende psychopaten werkt dit imitatie- en invoelsysteem mogelijk niet goed. Opvallend is dat velen in hun jeugd bekend stonden om één specifieke akeligheid: om het schoppen van hun eigen huisdieren.

Hoezeer we anderen via onszelf navoelen, illustreert de neuroloog Vilayanur Ramachandran aan de hand van anosognosia-patiënten, mensen met verlamming van een ledemaat die dat ontkennen: „Oh, die arm, die is niet van mij.” Zij ontkennen hetzelfde euvel bij een medepatiënt: „Als je dat verlamde beeld van jezelf niet kent of voelt, kun je het ook niet als een soort virtual reality van de ander in je hoofd draaien.”

Hoe konden wij ons tot zulke gemoedslezers ontwikkelen? De ethologen wijzen naar onze voorgangers, de primaten, en neurologen wijzen op de sporen van hen in ons brein. De invoelende neuronen zijn bij de aap ontdekt. Maar hun morele aard? Als niet-denkers? We keren ons in serene wijsheid van hen af. Moraal begint bij het echte ’overwegen’.

Gazzaniga schudt hier zijn hoofd. Het brein is in zijn ogen een vergaarbak van zelfstandige netwerken die razendsnel op prikkels om ons heen reageren. Visuele, motorische en ook morele. Ondanks de versnippering ervaren we onszelf als een eenheid, dankzij een kern in de linker hersenhelft die hij de interpretator, de verhalenverteller, noemt. Dit gebied registreert alle activiteiten van boven en verknoopt ze met elkaar. Het plakt er een verklaring op.

Dit stukje brein ontdekte Gazzaniga bij patiënten met ernstige epilepsie bij wie de verbinding tussen beide hersenhelften werd doorgesneden. Als de rechterhersenhelft van die mensen een opdracht kreeg en uitvoerde, terwijl de linker hemisfeer van niks wist, kwam de verhalenverteller van links toch met lezing voor het gedrag. Al sloeg die verklaring meestal nergens op, de verhalenverteller hield voet bij stuk. De neuroloog Victor Lamme doopte dit hersengebied onlangs in een column in De Psycholoog gekscherend ’De Kwebbeldoos’.

Die kwebbeldoos verzint verhalen en geeft verklaringen met de snelheid van het licht. In het debat grijpt hij voortdurend naar nieuwe argumenten als de vorige hem uit handen zijn geslagen. Dat kennen we: als de emoties hebben gesproken en we hebben een stelling betrokken, praat ons brein er voortdurend naar toe, recht of krom. De opponent zál buigen. De psycholoog Jonathan Haidt vergeleek het met schaduwboksen. Het is een illusie om te denken dat je elkaar met argumenten raakt als je moreel instinct eenmaal op iets heeft ingezet. Het is dezelfde illusie, schrijft Haidt, als dat je denkt dat je een hond kunt laten kwispelen door met je eigen hand zijn staart op en neer te bewegen.

Maar we kunnen niet anders dan een rationele draai geven aan onze emoties. En uiteindelijk vinden volgens Gazzaniga ook religies daar hun oorsprong. We interpreteren de variërende werkelijkheid om ons heen, wat anno 2007 resulteert in meer dan tienduizend religies.

Volgens de neuroloog bieden zij niet de basis voor moreel gedrag, het is andersom. Het heeft geen zin, vindt hij, om te zoeken naar universele, morele waarheden. Je moet proberen om de universele moraliteit te begrijpen die aan ons brein ontspruit omdat we mens zijn.

Dit is het derde deel van een serie over het moreel besef van de mens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden