Mopperen op molens, folklore uit de Hollandse polder

De provincie Noord-Holland gaat de bouw van windmolens verbieden. Ze vervuilen de horizon en tasten de leefomgeving aan. Dat soort bezwaren waren al eerder hoorbaar.

Het klagen is niks nieuws. In de negentiende eeuw mopperden Nederlanders op de molens die vandaag de dag gekoesterd worden. Ze maakten te veel lawaai. Ze verpestten het landschap.

Het waren er ook veel. Alleen al rond de Zaanse Schans maalden zo'n zeshonderd molens. De schattingen voor het hele land gaan uit van zo'n tienduizend. Met moderne windturbines van enige betekenis wordt anno 2012 slechts zo'n kwart van dat aantal gehaald.

Met tulpen en klompen dragen de historische molens nog steeds volop bij aan het geijkte imago van Nederland. Toch zijn het van oorsprong exoten. De standerdmolen werd waarschijnlijk in Frankrijk of Engeland ontwikkeld. Vlaanderen had er al een in de elfde eeuw. De eerste, bekende vermelding van een standerdmolen in Nederland dateert van 1180. Deze stond in Limburg.

In de eeuwen daarna hielpen molens mee om land op de zee te veroveren en droegen ze met onder meer het malen van graan, het vervaardigen van olie en het zagen van hout flink bij aan de welvaart. Omdat ze in groten getale aanwezig waren, vertraagden ze, menen sommige historici, ook de industrialisatie van Nederland. Er bestond aanvankelijk enige aarzeling om over te schakelen op stoommachines. Eind negentiende eeuw was wel duidelijk dat de traditionele molen zijn beste tijd had gehad.

Dat wind en elektriciteit mogelijk een succesvol duo zouden kunnen vormen, begon juist op dat moment tot slimme geesten door te dringen. De Amerikaan Charles Brush werd rijk met zijn firma Brush Electric, die later met Edison General Electric Company fuseerde tot General Electric. Hij bouwde bij zijn eigen woonhuis in 1888 een windmolen voor de stroomvoorziening. Brush' molen was een kolossale machine met een doorsnee van 17 meter en 144 wieken van cederhout.

Het wetenschappelijk tijdschrift Scientific American besteedde er uitgebreid aandacht aan, maar waarschuwde voor te groot optimisme: 'De lezer moet er niet van uitgaan dat elektrische verlichting, die op deze wijze van energie wordt voorzien, goedkoop is, omdat de wind niets kost. Integendeel: de kosten van de machine zijn dermate hoog dat ze de goedkoopte van de aandrijfkracht meer dan tenietdoen. Het geeft echter veel voldoening om gebruik te maken van een van de meest ontembare krachtbronnen van de natuur.'

Amerikanen en Russen liepen voorop bij de vroege experimenten met windenergie. In hun uitgestrekte en relatief lege landen kon het een uitkomst zijn. Soms hielp de toevalligheid dat een wetenschapper in een land een grote passie had voor windenergie. In Denemarken droegen molens begin vorige eeuw een substantieel deel bij aan de stroomvoorziening in het land dankzij het pionierswerk van Poul la Cour. Die was van oorsprong meteoroloog (hij studeerde in Kopenhagen, maar ook bij professor Buys-Ballot in Utrecht), maar hield van uitvinden. Het kostte hem zijn baan als vooraanstaand weerkundige. La Cour bouwde al in 1891 een molen die boeren van elektriciteit kon voorzien. Daarna ging hij tot aan zijn dood in 1908 verder met innoveren en het nadenken over het vermarkten van de molens.

In Nederland werd in de loop der jaren wel geëxperimenteerd met mechanisch malen, maar turbines voor het opwekken van stroom moesten wachten op hun doorbraak. De sombere toekomstvisie van de Club van Rome (de natuurlijke hulpbronnen raken op) uit 1972 en de oliecrisis van een jaar later zorgden voor een gevoel van urgentie. In 1975 begon het eerste Nationaal Onderzoeksprogramma Windenergie. In 1976 begon de overheid subsidies te verstrekken voor turbines. In de jaren daarna verrezen de eerste windmolenparken, vooral in archetypische Nederlandse landschappen in de Flevopolders, Friesland en Noord-Holland boven het Noordzeekanaal. Terwijl de aantallen toenamen en de hoogte steeg van rond de twintig naar soms wel tweehonderd meter nu, klaagden steeds meer mensen steeds luider.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden