Moordpartijen in de jungle

De 8 decembermoorden in Suriname (1982) zijn een begrip. Over de binnenlandse oorlog tussen Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk van 1986 tot 1992 is minder bekend. Deze oorlog eiste naar schatting honderd tot tweehonderd burgerlevens en heeft diepe wonden geslagen.

De dienstauto van de Regionale Gezondheids Dienst (RGD) voor het district Marowijne in Suriname spurt weg. Spoedgeval. Dokter Gerard Vishnudatt: ,,Een vrouw is psychotisch geworden.'' Even later keert het waarnemend hoofd van de RGD - een boomlange Hindoestaan - terug van zijn visite. De zuigelingen in de wachtkamer huilen in koor. De witte jassen van de rondredderende verpleegkundigen die baby's op glimmende weegschalen neervlijen steken af tegen de grijstonen van de betonnen omgeving. Het geurt er - zoals dat hoort - naar ontsmettingsmiddel. Vishnudatt trekt de deur van zijn sober ingerichte onderzoekskamer dicht en schetst de achtergrond van zijn psychotische patiënt.

,,In juni en juli 1986 vielen de eerste doden in dit resort. Het Junglecommando en het Nationaal leger raakten slaags. Waterleiding en elektriciteit werden opgeblazen. Diefstal. Roof. Huizen werden in brand gestoken. Er was sprake van mishandeling en geweld. Mensen vluchtten. Deze vrouw heeft daaraan een trauma overgehouden.'' Vishnudatts praktijk telt een onbestemd aantal patiënten met het post traumatisch stress syndroom (ptss). Hoeveel precies kan hij niet zeggen. ,,Het zijn er nogal wat'', concludeert hij. Veelal voormalige vluchtelingen, die met medicijnen worden geholpen.

Rond de twintig lijken schouwde de arts in de oorlog. Strijders maar ook burgers. Hij vertelt hoe een vriend hem waarschuwde een pick-up te hebben gezien, die was volgeladen met doden. ,,Maar we konden die nergens vinden. Op een gegeven ogenblik was de hele omgeving vergeven van groene, vieze vliegen. Het begon ook te stinken.'' Het spoor leidde naar het mortuarium: een tiental lichamen trof hij daar aan. ,,De mensen waren al papperig geworden.''

In samenspraak met het leger werd besloten het gebouw in brand te steken. ,,Ik eiste dat er voor, tijdens en na de crematie foto's zouden worden gemaakt. Na afloop is die film in beslag genomen.'' De stoffelijke overschotten waren afkomstig uit Moiwana. Daar richtte het leger op 29 november 1986, precies op zijn veertigste verjaardag een bloedbad aan. ,,Een mooi cadeau van Bouterse aan mij'', zegt hij sarcastisch. Ongeveer veertig dorpelingen werden in Moiwana vermoord, onder wie kinderen en zwangere vrouwen. De junglecommando's die de slachtoffers kort na het bloedblad vonden, deponeerden de lijken in het nabijgelegen mortuarium van Moengo met de bedoeling ze later te begraven.

Vishnudatt legde getuigenissen af aan mensenrechtenorganisaties en nam in 1989 de wijk naar Nederland toen de toenmalige machthebbers hem veelbetekend dreigden: denk aan je familie. In 1996 keerde hij terug. Suriname verzuimde tot op heden onderzoek te doen naar de mensenrechtenschendingen tijdens de binnenlandse oorlog.

Volgens Vishnudatt hebben vooral de marrons - nazaten van gevluchte slaven - te lijden gehad onder de oorlog; het leger meende dat zij massaal sympathiseerden met de junglecommando's.

,,Elke Nyduka (Brunswijks stam) vluchtte voor zijn leven.'' Zo ook de twaalfjarige Marjory Black. Het leger sommeerde burgers Moengo te verlaten. Wie bleef werd beschouwd als vijand. Black: ,,Wij hadden geen plaats om naar toe te gaan. Maar mijn broer - die zich had aangesloten bij de jungles - liet via mijn oom weten: jullie moeten echt weg!'

Haar vader kocht reistassen. ,,Voor ieder kind een, ik kreeg een bruine.'' Pop, make-up en schriftje mee. Onderweg hield ze een dagboekje bij van de gebeurtenissen. Ze haalt beduimelde aantekeningen tevoorschijn. Verlegen zegt ze: ,,Sedert ik op school zat wilde ik schrijfster worden.'' Haar vader, werkzaam bij bauxietonderneming Suralco, bleef achter. Samen met haar moeder, broers, zussen en anderen vluchtte ze naar Langatabbetje om vandaar over te steken naar Frans-Guyana.

Legerhelikopters schoten op alles wat bewoog. Tijdens de vlucht werden ze geholpen door junglecommando's. ,,Je moest wel gebruik van ze maken. Eigen auto's hadden we niet. En hád je die dan werden ze in beslag genomen.'' Twee aan twee, hand in hand liepen ze door het bos. Twee weken waren ze onderweg. ,,In mijn groep zaten vier zwangere vrouwen. Mijn moeder was ook hoogzwanger.''

Was Marjory Black bang? ,,Nee, ik wilde moedig zijn. Ik was het oudste kind. Ik wilde mijn moeder steunen. Als ik schoten hoorde dan werd ik boos. Waarom doen ze dat? Wij zijn geen vijanden. Soms kan ik wel huilen; nu pas besef ik wat er gebeurd is. Toen dacht ik alleen aan vluchten.''

In haar kleine huisje schenkt ze cola uit zo'n mooie, ouderwets geribbelde glazen fles, terwijl ze de foto's uit het vluchtelingenkamp in Frans-Guyana bekijkt. Na twee jaar keerde ze terug naar Moengo. De oorlog duurde nog voort. In 1992 werd de vrede getekend.

De oorlog heeft zijn sporen nagelaten, meent ze. Af en toe is ze driftig en schrikachtig. ,,Met oud en nieuw zeggen de kinderen: mama, van een klein beetje vuurwerk schrik je.'' Ze herinnert zich de agressiviteit in de vluchtelingenkampen. ,,De kinderen speelden oorlogje. Groeven een put en stopten krijgsgevangenen erin.''

Ook de onderwijzeres van Moengo signaleert agressie bij de dorpskinderen. ,,Zelfs bij kinderen die tijdens de oorlog geboren zijn.''

Verloskundige Selma Pinas-Corinde die behalve bij de RGD ook als vrijwilliger voor Unicef werkt, beaamt: ,,Die agressie is niet normaal. Ook de jongere generatie gebruikt vaak de vuisten. Ouders kopen speelgoedpistooltjes voor hun kinderen.'' Op zijn spreekuren ziet dokter Vishnudatt veel geweldsmisdrijven: huiselijk geweld en ook schot- en kapwonden. Niet lang geleden werden om de haverklap roofovervallen gepleegd. Stedelingen durven nu 's avonds laat nog niet met de bus vanuit Albina naar Paramaribo, de route waaraan Moengo ligt. Onder rovers en geweldsplegers is een aantal ex-strijders.

Volgens Vishnudatt heeft ook de sociaal-economische malaise crimineel gedrag versterkt. Indirect gevolg van de oorlog is dat veel jongeren hun opleiding niet hebben afgemaakt. Aan het herstel en scheppen van werkgelegenheid heeft de overheid niet veel gedaan, zegt de dokter.

Problemen zijn moeilijk bespreekbaar, heeft verloskundige Pinas-Corinde gemerkt. ,,Vlak na de oorlog praatten moeders nog wel over hun verloren echtgenoot of kind. Nu niet meer.'' Over mishandeling en incest wordt gezwegen. Zij constateert dat er veel gebroken gezinnen zijn en dat kinderen worden verwaarloosd. Of deze wantoestanden aan de oorlog of de slechte sociaal-economische situatie te wijten zijn, weet ze niet. ,,Je moet getraind zijn om zaken uit elkaar te houden: komt dit door oorlogstrauma of iets anders. Dat gaan we dus leren.''

Pinas-Corinde maakt deel uit van het team van RGD-gezondheidswerkers in Moengo dat wordt getraind in herkenning en behandeling van oorlogstrauma's als onderdeel van een veelomvattend plan (zie kader). Ook dokter Vishnudatt is van de partij. Eugène Leter coördineert de training aan deze gezondheidswerkers vanuit de TPO (Transcultural Psychosocial Organisation): een organisatie die zich wereldwijd bezighoudt met begeleiding van oorlogstrauma's.

Leter, gedetacheerd in Suriname, meent dat het Marowijnegebied het zwaarst getroffen is door de binnenlandse oorlog. Omdat de bewoners - marrons - een eigen cultuur hebben vereist begeleiding een specifieke aanpak.

Vishnudatt is welwillend maar ook sceptisch: ,,Je moet geduld hebben. Het zal langzaam gaan. Mensen zullen er af en toe de brui aan geven. Er zijn moeders die alleen voor hun kinderen moeten zorgen. Die gaan liever naar hun kostgrondje (het land bewerken - red.) dan dat ze willen praten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden