Moordende boeddhisten

Boeddhisten zijn vredelievend en tolerant. Dat is het beeld. Maar in Midden-Burma spelen boeddhistische monniken een grote rol bij geweld dat tientallen moslims het leven kostte. 'We moeten huizen en winkels van moslims vernielen en het boeddhisme beschermen.'

De tientallen kloosters aan de voet van de Shwedagon pagode ademen een serene rust. Op de krakende vloer van een schemerige ruimte bestuderen jonge novieten hun geschriften. Anderen dommelen in hun bruinrode pijen als reuzenbaby's op de houten platforms buiten. Het reciteren van gebeden mengt zich met het gekras van kraaien. In de wirwar van straatjes lijkt de hektiek van de miljoenenstad Rangoon ver weg. Maar de gewijde sfeer is bedrieglijk.

Monniken speelden een belangrijke rol in het recente geweld tegen moslims in midden-Burma, geweld dat aan tientallen mensen het leven kostte. Nadat boeddhistische monniken protesteerden tegen het bewind in 2007 werd hun bewegingsvrijheid beperkt en stonden kloosters onder streng toezicht. Maar in het vrijere klimaat onder de nieuwe regering kunnen ze weer als vanouds hun taken in de samenleving op zich nemen.

Een kleine groep monniken gebruikt die ruimte om boeddhistisch nationalisme en anti-islampropaganda te verspreiden, talloze anderen steunen hun ideeën in stilte. Het gezicht van de beweging is Ashin Wirathu, een 45-jarige monnik uit het bekende Ma Soe Yein klooster in Mandalay. Wirathu werd al in 2003 gearresteerd vanwege het ophitsen van boeddhisten tegen moslims. Hij kwam in januari 2012 vrij onder een presidentieel pardon.

De monniken rond de Shwedagon pagode reageren terughoudend als de naam Wirathu valt. "Hij moedigt mensen aan een goed boeddhist te zijn en om het boeddhisme te beschermen", zeggen ze. Op de vraag tegen wie of wat het boeddhisme beschermd moet worden, geven ze geen antwoord. Ze schuiven ongemakkelijk met hun voeten en verontschuldigen zich al snel. Ze zijn lang niet de enigen die zich op de vlakte houden in de wetenschap dat openlijk toegeven van anti-moslimsentimenten gevoelig ligt.

De grote leider Wirathu zelf zegt het wat duidelijker: "Als je bij moslims spullen koopt, zal je geld uiteindelijk bijdragen aan het vernietigen van ons ras en onze religie", klinkt het op een cd met een toespraak van Wirathu die in februari werd opgenomen.

Op de vraag welke monnik tegenwoordig het meest populair is, wijst de straatverkoper in het centrum van Rangoon zonder aarzelen naar een cd met krullerige cijfers 969 en het gezicht van Wirathu die tussen de honderden andere boeddhistische preken ligt.

De cijfers van zijn orde 969 verwijzen naar de eigenschappen van de Boeddha, de boeddhistische leer en de monnikenorde. Getallen zijn belangrijke symbolen in de Burmese cultuur. Ook vormt het cijfer een tegenhanger voor 786, het getal dat in de Aziatische versie van de islam een rol speelt. Talloze taxi's, restaurants, theehuizen en winkels zijn getooid met de 969-stickers. Ook in andere delen van het land duikt het cijfer op.

De oproep van Wirathu om bedrijven van moslims te mijden wordt ook door andere monniken verspreid. In de plaats Minhla, drie uur rijden ten noorden van Rangoon, vertelt de eigenaresse van een winkeltje dat eind maart een monnik van de 969-beweging kwam om tot een boycot op te roepen. De woorden van de monnik hadden effect: enkele dagen later vernielde een boze menigte een moskee die even verderop aan het zandpad met tamarinde- en bananenbomen ligt. Ook twee andere moskeeën en zo'n tachtig winkels en huizen van moslims werden door een groep van honderden met hamers, bijlen en stalen pijpen bewapende mensen aangevallen.

Min Thura was ooggetuige van geweld in Gyobingauk, een plaats een half uur verder naar het noorden. Hij vertelt in detail dat vier monniken de menigte van ongeveer tweehonderd personen in de nacht van 25 op 26 maart aanmoedigden met leuzen als: "We moeten huizen en winkels van moslims vernielen en het boeddhisme beschermen".

Na het recente geweld in zo'n tiental plaatsen in midden-Burma, waarbij ruim veertig burgers het leven lieten en zo'n 12.000 anderen ontheemd raakten, heeft Wirathu toegezegd zijn toon te matigen. In interviews betreurt hij het geweld en ontkent verantwoordelijk te zijn voor de agressie. Maar hij verkondigt ook dat boeddhisten te meegaand zijn en betere patriotten moeten worden. Hij waarschuwt dat moslims boeddhistische vrouwen verkrachten en met hun rijkdom boeddhistische meisjes verleiden tot een huwelijk.

Ook in het geweld tegen de statenloze Rohingya minderheid dat in juni vorig jaar begon - en sedertdien honderden mensen, voor het merendeel moslims, het leven kostte en tienduizenden uit hun huizen verjoeg - bleek het religieuze fanatisme van enkele monniken. Ze demonstreerden tegen humanitaire hulp aan de Rohingya's en verspeidden berichten tegen de islam.

In het Shwe Zedi klooster in de westelijke stad Sittwe, reageert de 22-jarige monnik Ashin Than Kitsa met argwaan op de bezoeker. Maar na wat heen en weer gepraat ontdooit hij enigszins en ventileert zijn mening. Het geweld keurt hij af, maar voor de Rohingya's heeft hij geen goed woord over. "Ze horen hier niet. Vroeger waren er geen moslims, maar nu komen er dagelijks nieuwe bij. Ze hebben meerdere vrouwen en ze nemen ons land in beslag."

Lyndal Barry, een Burma-kenner en academica die onderzoek deed naar Burmees boeddhisme, plaatst het fanatisme van Wirathu en zijn medestanders in een historische context. "Ten tijde van de Burmese monarchieën in de negentiende eeuw fungeerde een monnikensekte als intermediair tussen de koning en de bevolking. Maar de monniken werden buitengesloten door de Britten. Ze verzetten zich daartegen en zo raakte het nationalisme verweven met het boeddhisme. Wat buitenlands is, zien ze als een aanval op hen en hun structuren."

Decennialang propageerden de militaire leiders dan ook een Burmaans nationalisme waarbij het boeddhisme superieur verklaard werd. De Sangha (de monnikenorde) werd ingezet voor dat beleid. Barry weerlegt het westerse clichébeeld van de zonen van Boeddha als iconen van vrede en tolerantie. "Een fundamentalistische groep binnen het boeddhisme kan net zo intolerant zijn als extremistische stromingen binnen andere religies." Dat hetzes tegen bevolkingsgroepen rampzalige gevolgen kunnen hebben, zoals de Holocaust of de genocide in Rwanda, weten de meeste Burmezen niet, denkt zij.

In de geladen en ongewisse sfeer tieren complottheorieen welig. Gedegen onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken en achtergronden van het geweld is nog niet verricht. Maar volgens diverse onderzoekers zijn er aanwijzingen dat de agressie georganiseerd is.

Sommige Burmezen menen dat het geweld wordt aangezwengeld door militairen en medestanders uit het oude machtsapparaat die de hervormingen van de regering Thein Sein willen tegenhouden. Anderen denken dat de hetze tegen moslims een manier is om de aandacht af te leiden van de groeiende afkeer van Chinezen die grote economische en culturele invloed hebben. Het is onduidelijk of ook de monniken gesteund worden door groepen die belang hebben bij de onrust.

President Thein Sein heeft verklaard dat hij niet zal aarzelen in te grijpen als politieke opportunisten en extremistische religieuzen doorgaan met het aanzetten tot geweld. Hij stelde een avondklok in en stuurde extra troepen naar de getroffen gebieden.

Religieuze leiders van diverse gezindten en personen met maatschappelijk aanzien trekken rond om tot tolerantie op te roepen. Ook geven ze gezamenlijke verklaringen af dat het de plicht van alle burgers is om een staat te vormen waarin de verschillende religies, culturen en rassen vreedzaam kunnen samenleven.

Hoewel boeddhisten en moslims zonder problemen naast of door elkaar leven is er onderling meestal geen intensief contact. Veel boeddhisten zijn jaloers op moslims, die vaak handige en goed georganiseerde zakenlieden zijn. Daardoor valt de boodschap van de fanatieke monniken in een vruchtbare bodem.

In een populair theehuis in Rangoon dat al jarenlang door moslims, christenen en boeddhisten wordt bezocht, is de ongewisse situatie het gesprek van de dag. Bij de deur van het theehuis werden 969-stickers aangeboden, maar de eigenaar weigerde ze aan te nemen. "Mensen denken dat Wirathu een religieuze boodschap predikt, ze overzien de gevolgen van zijn gevaarlijke woorden niet", zegt hij bezorgd.

Veel invloed, veel moreel gezag
Monniken die als de zonen van Boeddha worden beschouwd, hebben veel moreel gezag in Burma en hun invloed op de samenleving is groot. Tachtig tot negentig procent van het land is boeddhistisch. Moslims vormen slechts zo'n 5 procent van de ongeveer zestig miljoen Burmezen. In vrijwel elk dorp is een klooster of pagode.

Monniken bemiddelen bij problemen en zijn altijd aanwezig bij huwelijken en begrafenissen. Hun invloedrijke rol in de samenleving gaat ver terug in de geschiedenis.

Een minderheid speelde een actieve rol in de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Britse overheersing. The Young Monks Buddhist Association die in 1906 werd opgericht, was het eerste Burmese instituut dat zich met nationalistische politiek inliet. Nadat de Britse overheersers weigerden hun schoenen uit te trekken in de pagodes, kwamen er felle protesten uit de Sangha, de monnikenorde. De monnik U Ottama kwam in 1921 terug uit India en nam een leidende rol. Hij liet zich inspireren door Gandhi en spoorde mensen aan lokale producten te kopen en Burmese kleding te dragen. Hij stierf in 1939 in gevangenschap.

Zijn klooster in Sittwe, West-Burma, is nog altijd een centrum van politiek activisme en speelde een rol in de campagne tegen Rohingya's. Ook een andere leidinggevende monnik uit de onafhankelijkheidsbeweging, U Wisara, kwam in de gevangenis aan zijn einde na een hongerstaking van 166 dagen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden