Moorden met de beste bedoelingen

Een Amerikaanse soldaat in Kandahar tijdens een verbroederende ontmoeting met Afghaanse kinderen. ( (FOTO EPA)

Afghanistan is een land vol drama, dat meer romanciers aantrekt. Maar de Pakistaan Nadeem Aslam kweekt niet alleen begrip voor de Afghanen, maar ook voor de buitenlanders aldaar – Russen, Engelsen, Amerikanen – al heeft hun bemoeienis het land weinig goed gedaan.

Afghanistan, het geplaagde land dat al drie decennia de krant haalt – zij het niet altijd de voorpagina – , is voor Nederlanders hooguit een vaag bekend terrein, al heeft het dankzij Khaled Hosseini’s bestseller ’De vliegeraar’ inmiddels wel een plek in onze boekenkast veroverd. De lyrische maar beslist onsentimentele roman van de Pakistaan Nadeem Aslam brengt ons nog een stap dichterbij de Afghaanse werkelijkheid.

Lara, een Russische kunsthistorica, reist naar Afghanistan om na te gaan wat er met haar broer is gebeurd; in de jaren tachtig was hij één van de Russen die Afghanistan bezette. Ze komt terecht in het huis van Marcus, een oude Engelse dokter en parfummaker, wiens vrouw, een Afghaanse arts, onder het brute bewind van de Taliban is gedood. Marcus wacht op nieuws van zijn kleinzoon, het kind van zijn lange tijd geleden verdwenen dochter. Een gecompliceerd verhaal? Zeker, maar de recente geschiedenis van Afghanistan is dat ook, om over de minder recente maar te zwijgen.

Een ander belangrijk personage is David, een Amerikaanse juwelenhandelaar en voormalig CIA-agent die ook op zoek is naar Marcus’* dochter. Zij is de liefde van zijn leven.

Het verhaal komt op gang als Lara een muurschildering vindt die door razende religieuze fundamentalisten is verwoest. In haar poging de schildering te reconstrueren stuit ze op een ingewikkeld web van verschrikkingen aangericht door angstige Russische soldaten en door de CIA gesteunde moedjahedien, die, toen ze het land eenmaal hadden veroverd en herschapen in een levende hel, hun voormalige sponsor, de Verenigde Staten, de rug toekeerden. Met tevredenheid kijken deze voormalige bondgenoten van de Amerikanen terug op de vernietiging van de Twin Towers in New York, een beeld dat hun huidige tegenstanders nog lang zal bijblijven.

Tegen deze achtergrond plaatst Aslam zijn personages: er is een jongen, Casa, die door de jihadbeweging wordt gerekruteerd om buitenlanders te vermoorden, bij toeval door hen wordt gered en dan verscheurd wordt tussen zijn verlangen hen te beschermen en de diepgewortelde wraakzucht die hem inmiddels is ingeprent. Er is een vrouw die vreselijk lijdt door toedoen van de Russen maar hen toch kan vergeven, en een vaderloze jongen die een vader vindt, maar dan zelf vermist raakt.

De politieke machten in dit spel, de Russen, de Amerikanen, de Taliban, de inlichtingendiensten van Pakistan en de Afghaanse krijgsheren, tekent Aslam zonder te moraliseren. Hun eigen woorden, de heilige overtuiging waarmee ze hun verschrikkelijke daden rechtvaardigen, zeggen al genoeg. En hoewel de levens van de personages worden overschaduwd door deze krijgsheren en predikers, corrupte ambtenaren en demente opperheren uit de tijd van de Koude Oorlog, blijft hun menselijkheid je het meeste bij. Casa, die bereid is om te moorden uit naam van zijn religie, komt niet minder menselijk over en is niet minder overtuigd van de juistheid van zijn motieven en de noodzaak van zijn wrede daden dan de getormenteerde voormalige CIA-agent David.

De grootste kracht van deze roman ligt echter in de poëtische taal waarmee Aslam de schoonheid van Afghanistan oproept. Zo bedachtzaam als Lara de muurschildering reconstrueert, zo zorgvuldig onthult Aslam wat zich in dit land allemaal heeft afgespeeld. Dat gebeurt via een verwoeste muurschildering, een immense begraven Boeddha, de parfums die in Marcus’ huis gemaakt worden, maar ook via de levensverhalen van mensen die het ingewikkelde patroon van het conflict in Afghanistan weerspiegelen. Aslam weet al die levens samen te smeden tot één verhaal over verloren liefde en verloren illusies.

Hij toont daarbij opvallend veel inzicht in de buitenlanders die in Afghanistan hun eigen onzekerheden uitspelen en mensen martelen, vermoorden en verkrachten voor doeleinden waarvan ze blijven geloven dat die verheven zijn.

Ondanks de tragiek van het herhaaldelijk verlies van onschuld en liefde, gaat deze roman echter ook over het afronden, het verwerken van de nationale, maar vooral ook persoonlijke geschiedenis.

De zoektocht naar Marcus’ dochter komt ten einde, de terrorist worstelt niet langer met zijn opdracht, de CIA-agent accepteert de gevolgen van zijn daden – en die van de CIA - en Lara keert naar Sint Petersburg terug met iets meer dan alleen herinneringen. De lezer blijft achter met het gevoel niet alleen iets heel ingewikkelds en verschrikkelijks te hebben aanschouwd, maar ook iets eenvoudigs en moois, omdat de machtelozen er tegen alle verwachtingen in slagen om te overleven.

Naarmate je sterker wordt betrokken bij deze gewone mensen, deze omstanders die in angst leven, die worden verminkt, gemarteld, verkracht en vermoord terwijl ze proberen de hel te overleven, vraag je je vertwijfeld af of het volk van Afghanistan ooit een normaal leven vergund zal zijn, of dat het zal moeten leven met niet meer dan een paar vluchtige momenten van geluk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden