Moorddadige raketaanval op Afghaanse hoofdstad

ISLAMABAD (AFP,Reuters) - Bij drie raketaanvallen op de Afghaanse hoofdstad Kaboel zijn volgens de autoriteiten 180 mensen omgekomen. Journalisten konden ter plekke niet nagaan of dat aantal klopte, maar stelden wel vast dat er veel doden waren gevallen.

De raketten waren waarschijnlijk afkomstig van oud-minister Achmed Sjah Massoed, wiens strijdkrachten op 25 kilometer afstand van Kaboel liggen. In Kaboel zelf heerst, net als in het overgrote deel van de rest van Afghanistan, de militie van de Taliban.

Raketaanvallen op Kaboel zijn een regelmatig weerkerend verschijnsel, maar de aanval van gisteren had veel ernstiger gevolgen dan normaal. Een voltreffer op een markt in het westen van de stad doodde volgens de Taliban honderd mensen. Buitenlandse journalisten troffen er verschrikkelijke tonelen aan. Er waren al twee eerdere raketaanvallen geweest, maar toch waren mensen massaal naar de markt gegaan.

De aanval op Kaboel komt op een moment dat de Taliban zich opmaken voor een strijd tegen een buitenlandse vijand, Iran. Iran maakte gisteren bekend dat het, zoals het had aangekondigd, tweehonderdduizend nieuwe militairen had gestuurd naar de grens met Afghanistan. Daar bevinden zich nu een kleine driehonderdduizend militairen, zowel van het geregelde leger als van verschillende milities, die sinds enige tijd onder een gemeenschappelijk commando staan. Iraanse mensen op straat reageren verschillend op de oorlogsdreiging.

De woede over de moord op Iraanse diplomaten, gepleegd door strijders van de Taliban na de verovering van de stad Mazar-i-Sjarif, is algemeen. Maar dat geldt niet voor het enthousiasme om ten oorlog te trekken. Vooral de iets oudere mensen herinneren zich de ellende van de laatste oorlog die Iran voerde, de achtjarige oorlog tegen Irak in de jaren tachtig, die aan vele honderdduizenden mensen het leven kostte, en het land economisch te gronde richtte. Als de Taliban een lesje moeten krijgen, zo redeneren veel mensen, dan kan Iran dat het beste doen via de Afghaanse vijanden van de Taliban. De tijd lijkt ook voorbij dat Iran kindsoldaten een mijnenveld in kan laten lopen, met een sleuteltje van het paradijs om de nek.

Irans 'geestelijke gids' Ali Khamenei heeft tot nu toe het hardste de oorlogstrom geroerd. Gisteren stelde de Iraanse president Mohammad Khatami zich gematigder op, bij een bijeenkomst in New York, met achthonderd Iraniërs die in de VS wonen. Khatami zei er alles aan te zullen doen om een oorlog te voorkomen.

De ontmoeting van Khatami met zijn landgenoten had plaats in een zaal van het gebouw van de VN. De bezoekers werden streng gecontroleerd, om betogingen van de oppositie te voorkomen. Khatami vroeg de internationale gemeenschap om druk uit te oefenen op de Taliban.

Khatami, die vandaag het woord voert in de Algemene Vergadering, hield een warm pleidooi voor rechten van minderheden en vrouwen, en pleitte ook voor persvrijheid. Hij riep op in Iran te investeren. “Vrijheid is nodig om gedachten en meningen naar voren te brengen. Als we het recht van kritiek in acht nemen, moet elke Iraanse opposant dezelfde rechten genieten die de anderen hebben”, zei Khatami.

Maar, terwijl Khatami liberale taal uitsloeg in New York, gebeurden er in Iran dingen die daar niets mee hadden te maken. Na het dagblad Toes, dat vorige week dicht ging vanwege kritiek op Khamenei, sloten nu twee tijdschriften. Rah-i No (Nieuwe Weg) had in een serie het gezag van Kahmeni ter discussie gesteld. Ook het weekblad Zan en een maandblad moesten sluiten. Aanhagers van Khatami zeggen te vrezen dat Khamenei de moeilijkheden met Afghanistan benut om vrijheden in te perken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden