Moord op poldermodel schaadt heel Nederland

De mogelijkheid voor werkgevers en werknemers om zelf hun zaken te regelen is het fundament van het poldermodel. Door aan de cao-rechten van werknemers te komen schaadt het kabinet uiteindelijk de belangen van alle Nederlanders.

Een beetje duw-en trekwerk tussen overheid, werkgevers en vakbeweging is een normaal en noodzakelijk onderdeel van het poldermodel. Dat duwen en trekken mag best een beetje stevig zijn, maar de spelers moeten wel de bal spelen. Het kabinet doet dat nu niet en probeert de vakbeweging van het veld te schoppen, ondermeer door het dreigement cao's niet langer verbindend te verklaren en cao-rechten van werknemers in mindering te brengen op hun wettelijke rechten.

In het poldermodel spelen werkgevers en vakbeweging een belangrijke rol bij de besluitvorming over sociaal-economische kwesties. Dat doen ze via de Sociaal-Economische Raad en via het voor- en najaarsoverleg, waar afspraken worden gemaakt over de agenda's voor cao-onderhandelingen en het kabinetsbeleid. Dat overleg heeft alleen zin als sociale partners ook in staat zijn zelf zaken te regelen. Zonder zelfregulering is er geen poldermodel.

In Nederland is zelfregulering vooral gebaseerd op de wet op de cao en de wet op het algemeen verbindend verklaren van cao's. Die zelfregulering is altijd gestimuleerd, bijvoorbeeld door afwijking van wetgeving toe te staan als omstandigheden dat wenselijk maken. Zelfregulering draagt bij aan maatwerk en maakt het makkelijker arbeidsvoorwaarden af te spreken en up to date te houden.

Afbraak van zelfregulering betekent allereerst dat werkgevers en werknemers meer tijd en aandacht aan arbeidsvoorwaarden moeten besteden. Voor zwakke groepen, en voor de wat minder assertieve werknemers, gaat dat nadelig uitpakken. Zelfregulering werd, in elk geval tot nu toe, ook altijd positief beoordeeld door de dominante politieke stromingen, inclusief de liberale én de christen-democratische.

De aanval op de zelfregulering door werkgevers en vakbonden is een poging tot moord op het poldermodel. Dat is niet in het belang van Nederland. Het poldermodel bevordert het maatschappelijke verantwoordelijk-op heidsgevoel van sociale partners en maakt afspraken mogelijk over zaken als loonmatiging, ouderschapsverlof, kinderopvang, scholing en onderzoek. Dat vergroot de arbeidsproductiviteit en de arbeidsparticipatie. De Nederlandse vakbeweging en de werkgevers hebben ook ruimschoots bewezen dat ze oog hebben voor de belangen van álle Nederlanders, zowel op de korte als op de lange termijn.

Interessant in dit verband is ook dat Nederland één van de gelukkigste landen ter wereld is met de grootste gelijkheid in de verdeling van dat geluk; Nederlanders scoren meestal een acht

een schaal van één tot tien, en gelukkig zijn er maar weinig mensen die lager scoren. Dat is ook de verdienste van het poldermodel, dat draagt immers bij aan een evenwichtige verdeling van de resultaten van economische groei over de hele bevolking.

Het is ook onzin dat het model de besluitvorming zou vertragen. Zonder poldermodel zou het echt niet sneller gaan, of er zou minder rekening worden gehouden met de belangen van zwakke groepen. Door het poldermodel leren partijen elkaar juist kennen, waardoor ze snel zaken kunnen doen als dat nodig is. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij een volgende oliecrisis.

De Tweede Kamer heeft het kabinet op onderdelen al gecorrigeerd, maar het dreigement om cao-rechten in mindering te brengen op wettelijke rechten is nog niet volledig van tafel. Dat geldt ook voor het voornemen van het het kabinet geheel volgens eigen inzicht cao's al dan niet verbindend te verklaren. Die gedachte, om alleen 'goede afspraken' verbindend te verklaren, is juridisch onuitvoerbaar. Het zou alleen problemen opleveren en schade aan de Nederlandse arbeidsverhoudingen.

De Tweede Kamer moet dus twee dingen doen: deze dreigementen definitief uit de lucht halen en het kabinet een gele kaart geven wegens spelbederf, want het heeft de werkgevers en de vakbeweging buitenspel gezet. Het is een spelbederf dat kennelijk bedoeld is als een poging tot poldermoord. Mr. drs. J. C. Ott was tot 1 mei 2004 als beleidsmedewerker werkzaam bij de directie Arbeidsverhoudingen van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid en is nu werkzaam als sociaal-wetenschappelijk onderzoeker bij de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar hij vergelijkend onderzoek doet naar de leefbaarheid van landen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden