Mooie werkloosheidscijfers tonen niet de werkelijkheid

Een uitzendbureau in Rotterdam. Beeld Hollandse Hoogte / Peter Hilz

Na jubelende groeicijfers over de economie kwamen er gisteren optimistische werkloosheidscijfers. Toch geven die geen goed beeld van de situatie op de arbeidsmarkt.

Minister Lodewijk Asscher van sociale zaken besloot een paar jaar geleden over te gaan op een andere definitie van werkloosheid. Ook baantjes van 1 of 2 uur per week gingen meetellen als werk. Die grens lag eerder op 12 uur. Door de nieuwe definitie kwamen er in één klap 1,1 miljoen werkenden bij. De helft daarvan bestaat uit studenten en scholieren die een paar uur per week vakken vullen, post bezorgen of drankjes serveren.

Die studenten, maar ook de huisvrouw die een paar uur per week betaald in de winkel van haar man meehelpt, tellen sinds 2015 mee als beroepsbevolking. Het aantal werkenden steeg daardoor vorig jaar van 7,3 miljoen naar 8,4 miljoen mensen. De nieuwe groep is doorgaans tevreden met hun baan van minder dan 12 uur per week.

Maar 78.000 van die 1,1 miljoen werknemers met zeer kleine baantjes willen meer uren aan de slag. Die groep telde voor 2015 nog mee als werkloos. Nu niet meer. De groep werklozen is dus iets gedaald door de nieuwe definitie. En de groep werkenden is enorm gestegen. Met als gevolg dat het werkloosheidspercentage flink daalde.

Asscher koos voor deze - internationale - definitie van werkloosheid omdat ‘er veel onnodige verwarring heerst in het politieke debat en in de publiciteit’, schreef hij eind 2014 aan de Tweede Kamer. ‘De verwarring zorgt voor miscommunicatie en ergernis bij burgers, politici en beleidsmakers’, voegde Asscher er aan toe.

Ruim twee jaar later zorgen de lage werkloosheidspercentages inderdaad voor verwarring. Gisteren verkondigde het CBS dat nu 4,8 procent werkloos is. Het laagste percentage sinds jaren. Dat zijn 436.000 mensen. Maar het statistiekbureau lijkt zelf ook een beetje met die cijfers in de maag te zitten. Telkens benadrukt ze heel correct dat het cijfers zijn volgens de internationale manier van rekenen.

En staat er een soort disclaimer bij: “Dit cijfer omvat niet iedereen zonder werk die wil werken. Mensen die wel willen werken, maar om wat voor reden dan ook recent niet actief gezocht hebben, en/of niet direct beschikbaar waren, vallen buiten de werkloosheidsindicator van de International Labour Organization.”

Geen krapte

Door die verborgen werkloosheid komt het dat er nog geen enorme krapte op de arbeidsmarkt is. Het CBS zegt dat er 1,3 miljoen mensen zijn die niet naar werk zoeken maar wel willen werken of die meer uren willen werken. En dan zijn er nog eens ruim 2,5 miljoen mensen tussen de 15 en 75 jaar die niet werken om allerlei redenen, zoals gezondheid of leeftijd, maar waarvan een deel zomaar kan besluiten wel de arbeidsmarkt op te willen gaan.

Die enorme grote groep die boven de markt hangt zorgt ervoor dat de lonen vooralsnog maar mondjesmaat stijgen.

Daar lijkt wel verandering in te gaan komen. In de bouw, de ict en de zakelijke dienstverlening hebben ze nu al last van tekort personeel. Als dat in meer sectoren gebeurt, zullen de looneisen wel stijgen.

Marijne Wijnker (21) Beeld RV

Zelf merk ik weinig van de groeiende economie

Marijne Wijnker (21) Student Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht

“Veel merk ik niet van de groeiende economie. Als eerstejaars student ben ik vooral bezig met mijn eigen financiën. Boodschappen doen is ontzettend duur, merk ik nu. Vooral vlees en vis. Ik heb ook geen studiefinanciering, dus alles wat ik nu uitgeef moet ik straks terugbetalen. Daar ben ik me heel erg van bewust .

Voor het festival Lowlands, waar ik nu naartoe ga, heb ik een beetje gespaard. Had ik een minder dure maand, dan zette ik wat geld opzij. Deze tas zit vol met eten. Vooral voor het ontbijt. Ik weet dat een gezonde maaltijd bij een hippe foodtruck wel zes muntjes (een muntje kost 2,60 euro, red.) kan kosten. Dan eet ik liever het hele weekend patat als avondeten.”

Rudsel Doran (56) Beeld RV

Tot voor kort was ik een van de weinigen met een goede baan

Rudsel Doran (56) Werkt bij een naschoolse opvang

“Ik woon niet in Nederland, maar op Bonaire. Daar zien we vooral dat het aantal toeristen groeit. Maar Bonairianen zelf gaan er niet op vooruit. De goedbetaalde banen gaan naar Nederlanders die daar naartoe zijn verhuisd. De daar geboren Bonairianen verdienen weinig of hebben helemaal geen baan. Vaak omdat ze lager opgeleid zijn.

Ik mag zelf niet klagen. Tot voor kort was ik een van de weinigen met een goede baan. In 2011 werd ik vanuit Nederland uitgezonden om er bedrijfsvoeringmanager bij een ziekenhuis te worden. Maar ik kreeg een herseninfarct, en werk sinds kort bij een naschoolse opvang. Mijn kinderen wonen nog wel hier. Of die iets merken van de economische groei? Nee, al het geld dat ze verdienen gaat op aan hun studie.”

Hylko Camping (68) Beeld RV

Ik zie wel dat iedereen wat gelukkiger kijkt nu het beter gaat

Hylko Camping (68) Met pensioen

“Geld is veel te belangrijk geworden, te bepalend voor wat we doen. Mij interesseert het allemaal niet zo. Ik snap dat we veel aandacht aan de economie besteden. Zo zit ons systeem nu eenmaal in elkaar. Maar dat continue consumeren en produceren. Die continue roep om groei. Dat kan helemaal niet. Je kunt niet altijd blijven groeien!

Ik zie wel dat iedereen wat gelukkiger kijkt nu het economisch beter gaat. Ik kan zelf niet zeggen dat ik meer of minder heb dan een paar jaar geleden. Veel heb ik ook niet nodig. Ik heb een bescheiden inkomen, heb geen gezin, geen auto. Als ik op vakantie ga doe ik dat spotgoedkoop. Met mijn tentje achterop mijn fiets en dan Nederland door.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden