Mooie stukken

Omdat ik een paar dagen weg was vroeg ik een vriendin om op het huis en de kat te passen. Ik wist dat ze even om woonruimte verlegen zat en zo hadden we er allebei wat aan. Dankbaar aanvaardde ze het voorstel. „Dan kan ik mooi John Cage op je piano oefenen”, zei ze. Dat had ze beter niet kunnen zeggen, want de slapende hond in mij werd direct wakker. „John Cage?” zei ik en ik dacht aan mijn mooie Bösendorfer. „ Ja”, zei ze. „Wát van John Cage?” vroeg ik. „Kijk maar even.” Ze leidde me naar een filmpje op het jarige Youtube. Het duurde twee minuten. Geen sprake van, zei ik na afloop, hoe haal je het in je hoofd! Ik had zojuist aan een grote zwarte piano een Chinezig vrouwtje gezien dat bezeten op de toetsen beukte, als was ze een beiaardier zal ik maar zeggen, verder hing ze in de klankkast om hard aan de snaren te trekken, en sloeg met haar hele onderarm het onderste kwart van het klavier in z’n geheel aan. Het was kortom een gewelddadige verkrachting van een piano. Het stuk had ook een naam: In the Name of the Holocaust. Het stamde uit 1942 en het was een verwijzing naar ’In the Name of the Holy Ghost’, Holocaust-Holy Ghost, snapt u. Onder het filmpje stonden commentaren van andere Youtube-bezoekers: we moesten goed begrijpen dat dit geen aangenaam stuk was, het ging immers over de Holocaust. En ook ’Briljant!’ ’Vrees de kunst niet.’ Een jongetje had geschreven dat hij van z’n moeder de piano thuis niet mocht ’prepareren’ want dat was het, een ’prepared’ piano. Het preparen van een piano bestaat eruit dat je voorwerpen tussen de snaren plaatst, waardoor er een andere klank ontstaat. Ik had vroeger thuis ook eens iets dergelijks uitgehaald. Om na een muziekles op school een klavecimbel in huis te krijgen had ik in de hamers van onze piano kale punaises geprikt. Dat gaf tot mijn tevredenheid inderdaad wel een klavecimbelachtig geluid, maar toen ik het, tijdens afwezigheden van mijn ouders, steeds vaker deed, begonnen ook de hamers langzaam uit te vallen. Het mocht onder geen beding meer. Deze piano was om mooie pianostukken op te spelen, van Mozart en Schubert. En zo denk ik er veertig jaar later ook over. Hoe heerlijk is het om gewoon toe te geven dat je niet meer vooruitstreeft. En weer dacht ik aan mijn ouders die mij toen ik een jaar of zestien was verboden hadden in de huiskamer Frank Zappa te draaien, mijn poging om ze op te voeden tot bijdetijds mens: ze werden er gek van. Nadat ik mijn oppasvriendin plechtig had laten beloven dat ze geen John Cage op mijn piano zou spelen en dat de buren mijn getuigen waren, vertrok ik naar Schiphol, waar ze tegenwoordig een kleine dependance van het Rijksmuseum hebben. En om bij te komen van de schrik kocht ik in de museumwinkel een replica-schilderijtje met zo’n ouderwets gouden lijstje eromheen, van vier kleine kinderen die in zee met een klein scheepje spelen, heel lief en met ergens in een golfje de handtekening van Jozef Israëls. ’Kinderen der zee’. Sfeervol, goed gedaan, niemand kon zich eraan stoten. Ik nam mij voor het op een mooie plek te hangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden