Mooie machine

In mijn slaapkamer hangt aan het plafond in plaats van een plafonnière een grote, witte ventilator. Die hangt daar al een jaar of vijfentwintig maar als hij in al die tijd tien keer heeft gedraaid is het veel. Zo heet zijn de nachten hier niet. Ik verdenk mijzelf ervan dat ik 'm voornamelijk voor de sier heb opgehangen. Als decoratie. Kamers met ventilators doen mij aan de tropen denken, aan India waar ik ooit in hotelpaleizen onder zulke dingen sliep, en aan het Californische plaatsje Shoshone vlakbij Death Valley waar ik een keer 's avonds laat aankwam in een motel waar ze nog geen airconditioning hadden maar wel een ventilator. En in de verte denk ik ook aan de Indië-romans van Couperus en 'Het land van herkomst' van Du Perron. Die ventilator is een romantisch-exotisch object.

In het algemeen let ik in mijn huis meer op sfeer dan op comfort en handigheid. De Huishoudbeurs zal mij niet gauw zien binnenlopen, ik ben van de antiekmarkten. Mocht er een ambtenaar langskomen die mij beveelt de ventilator weg te halen dan zal ik het doen maar met pijn in het hart (ik denk nu gek genoeg aan Zwarte Piet. Onderbuik zegt: alles moet blijven. Verstand: misschien moeten we er iets aan doen). Ook staan er in mijn woonkamer op allerlei onhandige plekken tientallen beeldjes, een opgezette cobra en een aligator, er hangt een olifantenprikkel uit India, een katapult uit Ethiopië, er ligt een deurslot uit Mali. Ik geloof dat ik de bereisde oom 'light' wil uithangen: de eigenhandig geschoten tijgerhuid ligt op de loer. Mijn werkster, voor wie mijn huis een soort mijnenveld van snuisterijen moet zijn, brak onlangs een in de boekenkast opgesteld diorama van Gestapochef Heydrich die door Tsjechoslowaakse partizanen wordt omgelegd. Ik kon het haar nauwelijks kwalijk nemen. Ze komt uit Eritrea, is klein en rank, kan niet overal bij en probeert het soms toch.

Ondanks al deze drang tot overtollige aankleding heb ik onlangs een handig ding gekocht, te weten een afwasmachine. Jarenlang vond ik dat maar onzin, mijn ouders hadden er geen gehad waarom ik dan wel? Ik vond het een luxe-apparaat voor andere mensen dan ik was. Maar ineens zag ik het licht. Je hoefde het ding niet elke keer aan te zetten, je kon de afwas ook opsparen, dan hield je ook nog eens het aanrecht leeg. Vol bewondering inspecteer ik nu het innerlijk van het geval, met het losse bakje voor bestek, de ingenieuze stekels waar je kopjes óp en borden tussen kunt zetten. Er moet iets te genieten zijn aan zo'n apparaat, anders vind ik er niks aan. Ook de afwastabletjes bevallen me met hun veelkleurige laagjes, ik snap dat kinderen ze willen opeten. Ik vind een afwasmachine ineens een mooie machine waar ik elke keer weer trots dingen in zet. En nog handig ook.

Dat iets mooi is betekent niet dat het nergens op slaat. Ik heb onlangs met die olifantenprikkel een bovenlichtje waar ik moeilijk bij kon opengeduwd. Dat is het mooiste aan bezit, dingen die je graag ziet én waar je wat aan hebt, een fraaie waaier als vliegenmepper.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden